Piepklein kleinood

Niet elk werk kan op een pronkplek in het museum hangen. Wim Pijbes kiest elke maand een stille schat, en volgt daarbij de seizoenen.

Vandaag:

het onbeholpen gedrag van een paar pasgeboren kuikens

Als christelijk symbool van de Opstanding is het ei al eeuwenlang een geliefd onderwerp in de kunst. Kuikens komen minder vaak voor, in de Bijbel zal je ze niet aantreffen, in musea een enkele keer gelukkig wel. Vaak afgebeeld door Hollandse en Vlaamse meesters.

‘In mei leggen alle vogels een ei, behalve de koekoek en de griet (grutto), die leggen in de meimaand niet.’ Ondanks dat dit gezegde van geen kant klopt, betekent de meimaand voor veel vogels de broedperiode. En zo zal ook de zeventiende-eeuwse meester Melchior d’Hondecoeter enkele eeuwen geleden rond deze tijd van het jaar zich hebben geamuseerd met het onbeholpen gedrag van een paar pasgeboren kuikens. Hij legde ze vast op een schilderijtje dat in de noordelijke kabinetten van het Rijksmuseum te zien is, een enclave van relatieve rust in het drukke museum. Het biedt inzicht in de werkwijze van onze meest vermaarde vogelschilder, je kijkt hem hier haast op de vingers. De kunstenaar maakte deze vlot geschilderde olieverfstudie naar de natuur ter voorbereiding van monumentale doeken die bestemd waren om de paleizen en vertrekken van zijn gegoede clientèle te decoreren. d’Hondecoeter schilderde toen de Gouden Eeuw op zijn goudst was. Dit natuurgetrouwe beeld met kuikens in zeven verschillende houdingen gebruikte hij gedurende twintig jaar telkens opnieuw als voorbeeld voor maar liefst negentig schilderijen. En of het nu in de Hermitage is of in de Wallace Collection, je kunt ze overal tegenkomen. Deze kuikentjes zijn letterlijk uitgevlogen naar de meest prestigieuze musea over de hele wereld. Maar ondanks dat het werk van d’Hondecoeter wijd verspreid is, is een studie als deze een zeldzaamheid.

Van d’Hondecoeter, die de laatste 25 jaar van zijn leven aan de Lauriergracht in Amsterdam woonde en over wie veel bekend is, werd beweerd dat hij over een gedresseerde haan beschikte die hij in alle houdingen kon laten poseren. Of het verhaal waar is, valt niet te zeggen. Maar het geeft aan dat hij ook in zijn eigen tijd grote bewondering genoot als schilder die erin slaagde om bewegelijke kuikentjes, kippen en kalkoenen op onnavolgbare wijze vast te leggen. Naast het inheemse pluimvee ging hij zich bovendien te buiten aan de exotische verenpracht van pauwen en papegaaien, de Afrikaanse kroonkraan, de Aziatische saruskraanvogel en de Australische kleine geelkuifkaketoe. Vergeleken met het uitbundige palet op de metershoge doeken die de buitenhuizen van de elite sierden, schittert dit tafereel in edele eenvoud. Als een piepklein kleinood.