NRC en antisemitisme: Jodenhaat komt niet alleen met de islam mee

Eén ding vond ik nog het meest frappant aan het onthullende artikel dat de krant onlangs bracht over een Brabantse boer die behalve in biologische suikermaïs ook handelt in complottheorieën. Dat was het opgewekte gemak waarmee deze ijverige blogger, die zichzelf naar eigen zeggen dertig uur per week online bijschoolt, obscure opvattingen over Joden en een Joods wereldcomplot ventileerde.

Redacteur Wilmer Heck kwam de ondernemer op het spoor omdat hij de sponsor bleek achter De andere krant, een Poetin prijzend initiatief om tegenwicht te bieden aan volgens de makers eenzijdig anti-Russische berichtgeving.

Uit het onderzoek van Heck naar ’s mans denkbeelden komt een koortsachtig universum naar voren waarin belezenheid ontspoort in paranoïa en antisemitisch complotdenken. Een kliek van Amerikaanse Joden en zionisten is uit op totale wereldheerschappij en schuwt daarbij een nieuwe wereldoorlog met Rusland niet, integendeel.

Nu gaat dit om één zelfgebouwde geopolitieke strateeg uit Brabant, dus je kunt zeggen: nou en? Er dolen wel meer dwaalgeesten over de online-snelweg.

Maar dit verhaal was juist zeer relevant, in het licht van de recente aandacht, ook in NRC, voor herlevend antisemitisme. Paul Scheffer legde deze week in zijn column een verband met migratie van moslims, de redactie Buitenland pakte het breder aan, met een reeks stukken waarin ook extreem rechts aan bod kwam.

Terecht. Wie denkt dat Jodenhaat is voorbehouden aan moslims, koestert een al te rooskleurig Europees zelfbeeld. Antisemitisme komt ook mee op de stevige wind die uit het oosten waait. Om de fascistoïde Russische schrijver Protsjanov te citeren (uit Timothy Snyders boek The Road to Unfreedom): antisemitisme komt omdat „Joden de wereld hebben overgenomen en hun macht ten kwade gebruiken”. Het kon zo uit de Protocollen van de wijzen van Zion komen, het eerste en hardnekkigste nepnieuws uit de koker van de Russische geheime politie.

Het gaat er dus niet om een bioboer aan de schandpaal te nagelen, maar om te laten zien dat klassiek sinistere opvattingen over Joden ook hier de kop opsteken in de informatie-oorlog tussen het Westen en Rusland.

Overigens noemde Heck de bioboer nergens in zijn stuk expliciet een antisemiet. Hij volstond met het aanhalen van antisemitische uitspraken over Joodse invloed in de politiek en bankwereld die de man deed onder een online pseudoniem („Zoals Henry Ford zei: drijf de 50 rijkste Joden bijeen en alle oorlogen zijn voorbij.”).

Ook verhelderend zijn de argumenten waarmee de teler de kritiek van antisemitisme aan zijn adres vanzelfsprekend van de hand wijst: hij heeft niet iets tegen Joden per se, hij is hooguit een anti-zionist. In regionaal dagblad BN/De Stem legt hij uit: „Ik ben Israël-kritisch, geen antisemiet.” Nee, want een echte antisemiet redeneert als volgt: „Ben je jood, dan ben je fout. En dat vind ik totaal niet.”

Kortom, er zijn ook goede Joden – een gulheid die dienst kan doen als antisemitische bijsluiter. Elders schrijft de man onder pseudoniem dan weer dat het verschil tussen groepen Joden voor hun slachtoffers echt niet uitmaakt, „als ze je de hersenen inslaan, laten kreperen, spietsen of in een van hun wereldoorlogen jagen”.

Juist ja. Tot zover de Chinese muur tussen anti-zionisme, de afkeer van een ideologie, en antisemitisme, afkeer van een groep.

Dit is de kern: alle scholastieke disclaimers kunnen niet verhullen dat antisemitisme in Europa weer salonfähig dreigt te worden, en dat in sommige kringen al is.

Dat NRC dit serieus neemt, is goed en ook nodig, temeer omdat juist deze krant bij sommige Joodse organisaties al jaren de naam heeft zelf anti-Israëlisch te zijn, of blind voor antisemitisme.

Kwaad bloed zette onder meer de grote aandacht voor Zomergast Abou Jahjah, een activist die aanslagen in Israël toejuicht en Palestina graag geheel ‘bevrijd’ ziet. Evenals een reeks feitelijke artikelen over het tegen de regelgeving in ontzien van een handvol Israëlische AOW’ers; alsof de krant het op die ouderen had gemunt.

Sommige van de klachten daarover zijn ideologisch en erop gericht om bijvoorbeeld bepaald taalgebruik af te straffen of juist af te dwingen (zoals Palestijnse aanslagplegers standaard ‘terroristen’ noemen) of zelfs om redacteuren van de krant verdacht te maken; tegen correspondent Derk Walters werd tot bij de Israëlische autoriteiten gericht een defamerende campagne gevoerd.

Maar andere klachten over de ongevoeligheid van de krant kan ik me goed voorstellen, al hebben die eerder te maken met afnemende historische affiniteit met Israël dan met een expliciet anti-Israëlische agenda – die heb ik niet aangetroffen bij de krant.

Een goed voorbeeld is de woede onder Joodse lezers toen NRC in 2015 op 4 mei de krant opende met een rapport over wangedrag van Israëlische soldaten. Geen bewuste provocatie, maar de combinatie van tijd en plaats (de voorpagina) pakte kwetsend uit.

Een recente kwestie die de online opiniepagina haalde, was het gesteggel rond het Joods Akkoord in Amsterdam, ondertekend door politieke partijen in die stad behoudens Denk en Bij1. Argument van de laatste: het Akkoord haakt aan bij een omstreden definitie van antisemitisme, die kritiek op Israël verdacht maakt. Jaap Hamburger (Een Ander Joods geluid) betoogde dat ook, in dat online opiniestuk.

Ja, natuurlijk moet Israël kritiek kunnen krijgen, er is reden genoeg voor. Tegelijk maakt de gure wind uit Brabant en verder oostwaarts zonneklaar dat anti-zionisme en antisemitisme dan wel niet identiek zijn, maar elkaar wel degelijk kunnen overlappen.

Ook dat is een verdienste van het stuk van Heck.

Reacties: ombudsman@nrc.nl