Opinie

Het denken over de EU mag niet stoppen bij het zien van het prijskaartje voor Nederland

Het voorstel voor de nieuwe meerjarenbegroting van de Europese Unie ziet er hoopgevend uit, ook al doet de afwijzende reactie van premier Rutte anders vermoeden. Met het mantra ‘als de EU kleiner wordt, moet de begroting ook kleiner’, voert Nederland al maanden verkennende gesprekken in Brussel over deze eerste post-Brexit begroting. Kennelijk met weinig succes, althans op dit gebied. Want de conceptbegroting die de Commissie woensdag presenteerde, is aanmerkelijk groter dan de vorige, toen de Britten nog meededen.

In het voorstel van de Commissie geeft de Europese Unie in zeven jaar 1.279 miljard euro uit, een slordige 200 miljard meer dan in het vorige zevenjarenplan. Het leeuwendeel daarvan gaat als vanouds naar het subsidiëren van boeren en armere regio’s. Dat de rekening hoger uitvalt, komt vooral door nieuwe ambities en wensen van de lidstaten, aangevoerd door de enthousiaste Franse president Emmanuel Macron. Digitalisering, defensie, grensbewaking, innovatie: als het aan de Commissie ligt, moet hier tussen 2021 en 2027 meer geld naartoe.

De Nederlandse regering noemde het voorstel onmiddellijk onacceptabel. Met deze plannen als oorzaak kan de jaarlijkse Nederlandse afdracht, nu gemiddeld zo’n 7 miljard euro, volgens sommige berekeningen met 2 tot 3 miljard stijgen. De vrees is dat Nederland een grotere nettobetaler zal worden dan nu. En dat terwijl Nederland ook al het schip in gaat door de Brexit zelf, aldus Den Haag. Een kleinere EU betekent een kleinere begroting, liet de premier nog maar eens per tweet weten. Bovendien worden de lasten niet eerlijk verdeeld.

De reactie van Rutte is begrijpelijk, en niet alleen omdat hij zich nu eenmaal de electorale concurrentie in het anti-EU-kamp van het lijf wil houden. Hard onderhandelen kan zijn nut hebben in Brussel, zeker nu Nederland weinig medestanders heeft voor grotere zuinigheid. En 9 tot 10 miljard euro per jaar is niet gering. Daar kun je ook een jaar lang de uitgaven voor infrastructuur en milieu mee dekken, om maar wat te noemen.

Maar hoe lovenswaardig een spaarzaam uitgangspunt ook is, dat betekent niet dat het denken mag stoppen bij het zien van het prijskaartje. Doen alsof de bijdrage aan de EU wordt gestort in een zwart Brussels gat, is simplistisch en schadelijk. De Nederlandse belastingbetalers krijgen immers veel terug voor hun geld. Miljarden vloeien direct weer terug in de vorm van fondsen en subsidies. Nederland profiteert van de steun aan armere regio’s. En het zijn Nederlandse vrachtwagens die over de nieuwe wegen in Oost-Europa denderen.

Het is dus vooral zaak om te kijken wat er met de afdrachten aan Brussel wordt gedaan. Op dat gebied zien de verschuivingen in het conceptplan er goed uit. Ouderwetse uitgaven als landbouwsubsidies en cohesiefondsen worden met zo’n 5 procent gekort, tot verdriet van ontvangers als Frankrijk en Oost-Europa. Er wordt 114 miljard euro gereserveerd voor wetenschap: een aanzienlijke verhoging waarvan Nederland bovengemiddeld zal profiteren. De uitgaven voor grensbewaking worden tweeënhalf keer hoger – waarmee een wens van Nederland wordt verhoord.

Ook een andere eis van Nederland lijkt ingewilligd te worden en dat heeft premier Rutte wel degelijk binnengehaald. Brussel stelt voor het eerst voor om landen – lees: Polen en Hongarije – financieel te straffen als zij hun democratische rechtsstaat ondermijnen.

Het huidige voorstel is een startschot voor een lange onderhandeling: waarschijnlijk wordt het budget voor 2021-2027 pas over twee jaar definitief vastgesteld. Het zal een fiks debat worden. En zo hoort het ook. Nu de landen die de uitgaven willen beperken in de minderheid blijken te zijn, moeten de Nederlandse onderhandelaars hun focus verleggen naar een verdere modernisering van het budget. Zo kan ook de groei van Nederland als ‘nettobetaler’ beperkt blijven. „Meer ambitie, minder traditie”, schreef Rutte in zijn reactie op het begrotingsplan. Laat hij die slogan nu eens zelf ter harte nemen.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.