Opinie

Wees realistisch, eis het onmogelijke

Hoe maak je een revolutie? verdiepte zich in de mei-revolutie van 1968 en geeft 6 ingrediënten voor succesvol actievoeren. „Zorg voor verrassing.”

Durf te dromen! Voer actie, ga de straat op, bezet pleinen, parken en gebouwen. Geloof in verandering en vrijheid. Optimisme, overmoed en onbevangenheid. Utopieën zijn geen luchtspiegelingen, maar een andere wereld die binnen handbereik ligt. Wees realistisch, eis het onmogelijke!

Met tomeloze gedrevenheid kwamen jongeren in 1968 wereldwijd in opstand. Welke praktische en strategische lessen in actievoeren vallen er voor jongeren van nu te trekken uit de ‘gebeurtenissen van mei’, zoals de mei-revolutie van 1968 in Frankrijk eufemistisch wordt genoemd?

Hoe doe je dat, een revolutie maken?

Kijk eens naar de beelden van mei 1968 in Parijs, augustus in Chicago, de hele zomer in Mexico Stad. Demonstranten vullen de straten en boulevards tot de einder. Dag na dag. Daar spreekt motivatie en politieke verontwaardiging uit.

Natuurlijk, veel demonstranten in 1968 sloten zich aan omdat iedereen mee deed. De magie van revolutie hing wel in de lucht, maar het ging ook om de spanning, de liefde en de woede. Ze waren achttien of twintig jaar oud. Met honderdduizend kameraden demonstreren, barricades opwerpen, charges van de oproerpolitie trotseren, leuzen scanderen en met rode en zwarte vlaggen zwaaien gaf de betogers een uitzinnig gevoel van saamhorigheid.

De omstandigheden verschilden, maar wat betreft de psychologie van massabewegingen waren er overeenkomsten tussen de protesten in Parijs, Chicago en Mexico Stad – om drie voorbeelden te noemen van de tientallen plaatsen waar jongeren zich in 1968 tegen de gevestigde orde keerden.

Grote onvrede

Op de eerste plaats hadden de demonstranten gegronde redenen om de straat op te gaan. In Parijs begon het studentenoproer op de campus van Nanterre met protesten tegen het verbod voor mannelijke studenten om de studentenflats van vrouwen te bezoeken. Een van de leiders van de Parijse mei-revolutie zei naderhand: „Wat er zich allemaal heeft afgespeeld kwam doordat sommige jongens niet accepteerden dat ze van hogerhand te verstaan kregen dat ze niet met de meisjes mochten neuken.”

Er was meer aan de hand. Onvrede over het archaïsche universitaire systeem en verzet tegen het onderwijsbeleid van de regering van president De Gaulle wakkerden de protesten aan. Bij het kantoor van American Express op de Champs-Élysées gooiden actievoerders de ruiten in als protest tegen de Amerikaanse oorlog in Vietnam. Toen de autoriteiten daar repressief tegen optraden, accumuleerden de protesten.

Een herkenbaar etiket

Een tweede aspect was dat de activisten zichzelf van een herkenbaar etiket voorzagen. De Amsterdamse anarchisten die de naam ‘provo’ hadden verzonnen, dienden als voorbeeld. In 1968 noemden de Parijse studenten zich les enragés, de ‘razenden’, en in Chicago doken de yippies (‘youth international party’) op. Deze namen beklijfden in de media.

De protesten in Chicago tijdens de Democratische Conventie richtten zich tegen de Amerikaanse oorlog in Vietnam en tegen het politieke en militaire establishment dat de oorlog tegen heug en meug bleef verdedigen.

Coalitievorming

Dit leverde een derde strategisch element op: coalitievorming en maatschappelijk engagement. Vredesactivisten, hippies, yippies, radicale studenten, brave burgers, aanhangers van vredeskandidaat Eugene McCarthy, militanten van Black Power en de zwarte burgerrechtenbeweging verenigden zich in Chicago.

In Parijs was kortstondig sprake van een bondgenootschap van de studenten en de communistische vakbeweging, maar dat leverde onoverbrugbare tegenstellingen op. De studenten wilden een andere samenleving, de arbeiders eisten hoger loon.

In Mexico-Stad gingen studenten en scholieren gezamenlijk de straat op om te protesteren tegen de extravagante uitgaven voor de Olympische Spelen die in oktober in Mexico zouden worden gehouden. Dat geld, vonden ze, had beter besteed kunnen worden aan armoedebestrijding. De demonstranten verwierven steun onder de bevolking met hun leuze ‘No queremos Olimpíadas, queremos revolución!’ Hun protesten richtten zich ook tegen het bewind van de Partido Revolucionario Institutioncal (PRI), de partij die Mexico al vijftig jaar regeerde en alle geledingen van de samenleving controleerde. De studenten trokken het land in om de boeren op het platteland en de bewoners van de volkswijken in de steden te mobiliseren zich bij de protesten aan te sluiten.

Provocatie

Een vierde gemeenschappelijke noemer was de provocatie van de autoriteiten. Gebouwen bezetten, menselijke ketens vormen, de politie tarten en barricades opwerpen. Steevast waren de reacties van het gezag buiten alle proporties. De agressie waarmee de ordetroepen inhakten op de demonstranten wekte sympathie op onder de burgerij voor de slachtoffers van het politiegeweld. Het veroorzaakte een ‘sneeuwbaleffect’. Begin mei protesteerden enkele honderden studenten in Parijs tegen de sluiting van de campus in Nanterre. Een week later demonstreerden honderdduizend studenten en veranderde het Quartier Latin in een slagveld. De communisten, die zich tot dan toe fel tegen de studenten hadden verzet – ‘rijkeluiskinderen die denken dat ze guerrilla’tje aan het spelen zijn’ – waren zo verontwaardigd over het politieoptreden dat ze besloten de studenten te steunen. Het leidde tot de grootste demonstratie in de Franse geschiedenis. De geest van revolutie waarde door het land. De utopie van een andere samenleving en de klassenstrijd brachten de Franse staat aan het wankelen.

In Chicago was het optreden van de politie en de National Guard zo mogelijk nog gewelddadiger. De soldaten joegen de betogers uiteen met geweren voorzien van bajonetten, om de bumpers van de pantserauto’s was prikkeldraad met scheermesjes gewikkeld. Het traangas dat werd ingezet om demonstranten te verspreiden drong door in de lobby en zelfs de suites van het Hilton Hotel waar de delegatieleden van de Democratische Conventie logeerden. De verslaggevers van het televisienieuws legden alles vast. Deze beelden gingen de wereld over. ‘The whole world is watching’, scandeerden de demonstranten.

Het kon ook gruwelijk misgaan: in Mexico liep het geweld tegen de demonstranten uit op een bloedbad. Tot ontzetting van de regering die vreesde voor onrust tijdens de Olympische Spelen, namen steeds meer jongeren deel aan de protestacties. Tien dagen voordat de Spelen zouden beginnen, openden speciale eenheden het vuur op een vreedzame demonstratie op het Plaza de Tlatelolco. De Mexicaanse regering ontkende de tragedie en weigerde openheid van zaken te geven over het aantal slachtoffers. Schattingen die naderhand zijn gemaakt lopen uiteen van vierhonderd tot mogelijk duizend doden.

Humor

Het vijfde element bestond uit beeldvorming, creativiteit en humor. In Chicago presenteerden de yippies een varken, Mr. Pigasus, als hun presidentskandidaat, met Mrs. Pigasus als First Lady. Mr. en Mrs. Pigasus, alsmede hun begeleiders, werden voor de lenzen van de televisiecamera’s gearresteerd. Ondertussen voerde beatdichter Allen Ginsberg temidden van de chaos en het politiegeweld zijn zen-oefening uit met een minutenlang gerekt zoemen van de klank OMMMMMMMM. Die beelden beklijfden.

De studenten die de Sorbonne in Parijs bezetten, leefden zich uit in slogans, waarvan ‘De verbeelding aan de macht’, ‘Wees realistisch, eis het onmogelijke’ en ‘Onder de straatstenen ligt het strand’ de bekendste werden.

Alle dagen en nachten feest

Tot slot waren de protesten feesten van bevrijding voor de deelnemers. Er werd geblowd en gevreeën, er was muziek, toneel en een veelheid van expressieve kunstuitingen. Strijden voor de revolutie betekende alle dagen en nachten feest, een doorbreking van het saaie studentenbestaan. ‘Ludieke aksie’, een begrip dat de provo’s in Amsterdam hadden geïntroduceerd, werd wereldwijd in de praktijk gebracht.

Vijftig jaar later zijn de omstandigheden anders en zijn de communicatiemiddelen digitaal, instant en beeldgericht. (In 1968 werd gebruik gemaakt van stencilmachines om pamfletten te maken en van transistorradio’s om het laatste nieuws op straat te volgen.) Maar de ervaringen van de generatie van soixante-huitards, de achtenzestigers, kunnen de millenials in geactualiseerde vorm overnemen om in actie te komen.

Om te beginnen: voer buitenparlementaire actie. Richt niet een politieke partij op en stel je niet kandidaat voor een Kamerzetel, want daarmee behoor je linksom of rechtsom tot de politieke elite. Voer ook geen campagne via de sociale media met als enige doel een verzetje in het parlement te bewerkstelligen. Provoceren moet, maar maak het niet ranzig. Zorg voor verrassing, maar maak jezelf niet belachelijk. Actie voeren doe je op straat, met mensen die leuzen roepen en straatstenen uit het plaveisel wrikken.

Om succesvol te zijn hebben sociale bewegingen maatschappelijk draagvlak nodig en moet er een sociale en culturele ontvankelijkheid voor bestaan. Het levensgevoel van ’68 was vrij en toekomstgericht, niet wrokkig en ‘luiken gesloten’.

Ook nu zijn er voorbeelden van sociale bewegingen die heel goed in staat zijn mensen te mobiliseren. De #MeToo beweging is een voortzetting van de tweede feministische revolutie die in 1968 begon met beha-verbrandingen in de Verenigde Staten; in de Zwarte Piet-discussie in Nederland klinkt de echo door van de Black Power-beweging in 1968. De razendsnelle opkomst van de internationale scholierenbeweging tegen wapenbezit, naar aanleiding van de schietpartijen in de Verenigde Staten, is een ander voorbeeld van de manier waarop jongeren vijftig jaar na het revolutiejaar in actie komen.

Het unieke van het jaar 1968 was dat het samenkwam in een bevlogen beweging, een combinatie van provocaties, jeugdig elan, experimenten, optimisme en gevoel van bevrijding. Een generatie schokte de samenleving. Er bleek een voedingsbodem te bestaan voor protesten die het gezag tartten en de kwetsbaarheid van de gevestigde orde feilloos bloot wisten te leggen. Dit massapsychologische aspect van de bewegingen van ’68 boeit meer dan de ideologische scherpslijperij achteraf over de revoluties die nooit plaatsvonden.

Durf te dromen, geloof in de toekomst. Daar kan elke volgende generatie inspiratie uit putten.