Opinie

    • Caroline de Gruyter

Wat wij in mei niet herdenken

Flower power, studentenopstand, Actie Tomaat: het kan niemand ontgaan dat zich vijftig jaar geleden in Europa een culturele revolutie heeft voltrokken. We herdenken mei ’68 zo hard we kunnen. We zwelgen, gruwen, duiden en herduiden met terugwerkende kracht. Dit heeft een functie. De manier waarop wij het verleden verwerken, zegt iets over wie we zijn en wie we willen zijn. We kiezen ervoor bepaalde gebeurtenissen uit de geschiedenis op te rakelen, en andere weg te duwen. We doen dat om dingen te verteren, maar ook om het heden een duwtje in een bepaalde richting te geven. De geschiedenis, schreef de Uruguayaanse schrijver Eduardo Galeano, neemt nooit afscheid van ons. „De geschiedenis zegt alleen: ‘Tot later.’”

Laten we daarom ook even stilstaan bij een belangrijke gebeurtenis die we niet herdenken, deze maand mei. Komende week is het namelijk zeventig jaar geleden dat 750 politici, economen, filosofen en kunstenaars uit heel Europa – en zelfs ‘monitors’ uit Canada en de Verenigde Staten – in Den Haag bijeenkwamen om het startsignaal te geven voor de naoorlogse Europese integratie. Het Congres van Den Haag werd van 7 tot 11 mei 1948 gehouden, in de Ridderzaal, onder voorzitterschap van niemand minder dan Winston Churchill. Initiatiefnemers waren activisten van het ‘Coördinatiecomité voor de Europese eenwording’, uit heel Europa. Kroonprinses Juliana en prins Bernhard (die via Philips financiering regelde) begroetten de prominente gasten, onder wie Konrad Adenauer, Harold MacMillan, Altiero Spinelli en een zekere François Mitterrand. Tijdens dit congres werd besloten dat de „volken van Europa”, murw gebeukt door twee wereldoorlogen, een economische en politieke unie zouden oprichten „waarvoor ze enkele van hun soevereiniteitsrechten moesten afstaan”. Ook moesten er een internationaal gerechtshof, een handvest voor grondrechten en een monetaire unie komen. Het Haagse congres leidde tot de oprichting van de Raad van Europa, het Europees parlement en het Europacollege in Brugge. Na het congres richtten de organisatoren de Europese beweging op, met afdelingen in veel landen. Op 9 mei verplaatste het gezelschap zich naar de Dam in Amsterdam, waar Churchill een vlammend betoog hield en een koor het lied ‘Europa Eén’ ten gehore bracht. Daarna vergaderden ze in Den Haag verder.

Wie de speeches van toen leest of het Polygoon-journaal bekijkt, krijgt de indruk dat het een naïeve boel was. Maar pas op: achter de schermen werd, net als nu op Europese toppen, keihard gevochten om de slotverklaring. De ‘realisten’ stonden lijnrecht tegenover de ‘federalisten’. De realisten wonnen, omdat zij het woord ‘federatie’ uit de tekst wisten te houden. Deze discussies werden al sinds het eind van de Eerste Wereldoorlog gevoerd. Tijdens het interbellum werden overal in Europa pogingen gedaan om een Europees systeem te vinden dat oorlog kon verhinderen. Die liepen allemaal op niets uit. Maar na de Tweede Wereldoorlog hadden de initiatiefnemers wel de contacten om de draad snel op te pakken. Aanleiding voor het Haagse congres was Churchills fameuze Zürich-speech (1946) met de oproep voor een verenigd Europa.

Dit congres was waarschijnlijk de grootste Europese manifestatie in Nederland ooit. Ze werd niet van hogerhand georganiseerd, maar door vredesbewegingen en burgergroeperingen in heel Europa. Sommigen noemen de EU een ‘elitair’ project, maar kijk eens in het archief van de Europese beweging: zelfs huisvrouwen en de Boeren- en Tuindersbond waren daar destijds lid van. Zelfs Churchill wilde een Europa waarin iedereen op elke plek kon zeggen: „I am a citizen of this country, too!”

De Europese beweging is de enige die hierbij stilstaat. Op 24-25 mei houdt ze een festival voor burgers in Den Haag, over de toekomst van Europa. Omdat het iedereen aangaat.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.
    • Caroline de Gruyter