Opinie

Je kunt Limburg niet uit het meisje halen

Op haar 19de verliet het „verstikkende” Limburg. In het Midden-Oosten leerde ze haar geboortestreek waarderen. Toen ze daar terugkeerde en lezingen kwam geven, werd ze gezien als zo’n vertrekker die even kwam vertellen hoe het zat.

Roermond - Een liturgische stoet onderweg naar de Sint Christoffelkathedraal. Foto Ramon Mangold / ANP

De afgelopen jaren valt me steeds weer op dat als ik zeg naar het Zuiden te gaan, veel mensen meteen veronderstellen dat ik naar Egypte of Libanon vertrek. Immers ik als wereldburger ben toch het liefst buiten Nederland te vinden? Als ik dan antwoord, nee, ik ga naar Limburg, zie ik de wenkbrauwen omhoog gaan. Wat heb ik daar in hemelsnaam te zoeken? Hoezo, wat heb ik daar te zoeken? Waarom zou Libanon interessanter zijn dan Limburg?

En dan reageer ik trotser dan ik ooit had kunnen vermoeden. Zeker als ik allerlei clichés over me heen gestort krijg zoals, nou ja, Limburg is ook al bijna buitenland, dat taaltje van jullie is zonder ondertiteling niet te begrijpen en in jouw geliefde Roermond is het met die corrupte bestuurders net Palermo aan de Maas.

Die trots voel ik overigens ook in het bui tenland als mensen vragen ‘are you from Holland’. Dan reageer ik altijd met een corrigerend ‘no from the Netherlands’. Onlangs nog toen ik op werkbezoek in Jordanië was en er nog een tripje naar de woestijn aan had vastgeplakt. In het Arabisch legde ik het uit aan Ali, mijn bedoeïenengids. Holland is het centrum van de macht, daar zetten Limburgers zich nog steeds graag een beetje tegen af. Ook al vierden we vorig jaar nog uitbundig dat we officieel 150 jaar bij Nederland horen. Maar wij hebben in elk dorp of stad een eigen dialect, een enorme behoefte aan flair en finesse en eigen feesten en een typische keuken met speciale gerechten zoals ‘zuurvlees’ en ‘vlaaien’. „O dus jouw mensen zijn deel van een soort stam die niets van de heersers in de hoofdstad moeten hebben?”, lachte Ali. En daar had hij wel een beetje gelijk in.

Meer dan dertig jaar geleden toen ik als negentienjarige niet snel genoeg kon vertrekken uit Limburg, had ik me die trots nooit kunnen voorstellen. Toen wilde ik weg uit de omgeving waarin de druk van familie, religie en vriendjespolitiek me een verstikkend gevoel gaven. Ze zeggen wel eens dat je soms verre reizen moet maken om er achter te komen dat er een schat naast je voordeur ligt.

Door mijn verblijf in het Midden-Oosten en mijn reizen in de rest van de wereld heb ik een ander perspectief gekregen op mijn eigen geboortestreek. Nu zie ik dat waarden die ik juist in het buitenland nog vaak tegenkom, zoals saamhorigheid, aandacht voor elkaar en het belang van spiritualiteit en religie ook in mijn eigen culturele DNA zitten.

Ik was uit deze wijk de wereld in gegaan, intussen was die wereld letterlijk in de wijk komen wonen

Natuurlijk helpt het dat ik Limburgs als eerste taal heb, ik leerde pas echt Nederlands spreken toen ik zes was. Maar ook een fietstocht langs de Maas als ik oversteek via de typische veerpontjes, het stuk rijstevlaaj bij Lunchroom de Kroon vlak naast de oude bioscoop in Roermond waar mijn ouders ooit hun eerste afspraakje hadden, de eigentijdse uitstraling van de elektriciteitscentrale waar mijn overgrootvader een eeuw geleden werkte en waar nu de ECI Cultuurfabriek is, het oude kerkhof met ‘het graf met de handjes’, de jonge Syriërs die Nederlands leren op een school dichtbij mijn geboorteplek, rapper Richandell die over vrijheid zingt op bevrijdingsfeesten, de jongens van Tigers Roermond die zaalvoetbal spelen in de hal waar ik vroeger handbalde. Het voelt alsof mijn verleden en heden naadloos samenvallen, een thuis dat er altijd zal zijn.

En dat was echt een verrassend gevoel toen ik na 25 jaar in Roermond in de wijk van mijn jeugd terugkwam voor gesprekken voor mijn boek Terug naar de Donderberg. Ik was uit deze wijk de wereld in gegaan, intussen was die wereld letterlijk in de wijk komen wonen. Meer dan tachtig verschillende culturen wonen er nu. En daardoor is de samenleving drastisch veranderd, en is het soms een worsteling voor de oorspronkelijke bewoners en de nieuwkomers om een balans te vinden tussen het koesteren van het vertrouwde en het accepteren van het andere, het vreemde. Als Limburg een dorp zou zijn, dan zouden van de 100 mensen er 3 moslim zijn en 20 op de PVV stemmen.

Ik bewonder mensen zoals Mustafa Amhaouch, zijn vader kwam als gastarbeider uit Marokko naar Midden-Limburg, Mustafa was zelf jarenlang betrokken bij de handbalclub en de moskee in zijn dorp Helden, had een prachtige carrière bij ASML en is nu alweer enige tijd woordvoerder Economische Zaken en Buitenlandse Handel in de Tweede Kamer voor het CDA. Als ik bij hem en zijn vrouw thuis kom, herken ik de warmte van vroeger bij de tantes van mijn moeder in de dorpen in Midden-Limburg. Misschien omdat Mustafa en Nadia het zachte timbre van het Limburgse accent in hun Nederlands hebben? Misschien omdat zij, zoals zovelen in Limburg, zich actief inzetten voor hun gemeenschap?

Hoe dan ook, ik weet nu beter dan dertig jaar geleden dat familie een warm vangnet kan zijn, geloof en tradities een moreel kompas bieden en een goed netwerk heel waardevol is.

Die elementen vormen ook de rode draad in de succesvolle documentaire Nao ’t Zuuje (naar het zuiden) over Vastelaovend in Venlo van Rob Hodselmans die eerder dit jaar in première ging. Hij volgde in 2017 de presentator en zanger Lex Uiting als Prins Lex I bij de Venloose carnavalsvereniging Jocus en laat zien hoe dit volksfeest elk jaar weer drie dagen lang verbroedert. De veelkleurige maskers zorgen er voor dat mensen opener zijn tegenover de vreemdeling waardoor iedereen voelt dat ze mee mogen doen. Uit de documentaire blijkt dat Lex weliswaar in Amsterdam woont, maar zijn wortels nog niet heeft verloochend. Hij komt van ver maar hij blijft een Venlonaar en Limburger en komt toch altijd nog het liefste thuis in dat ‘Stèdje van plezier’. Het lied ‘Nao ’t Zuuje’ is inmiddels een beroemde carnavalskraker. En prins Lex I straalt de hele documentaire uit dat je in deze tijd tegelijkertijd een open blik kunt houden op de buitenwereld en toch je wortels en afkomst kunt eren.

Overigens was niet iedereen in Venlo in 2017 blij met de keuze voor een prins die in Amsterdam woont, want volgens de krant De Limburger trokken sommige Venlonaren een vergelijking met de discussies over Zwarte Piet, paaseitjes en de kerstkribbe, door het Amsterdamse woonadres van de prins zou de Venlose carnavalsidentiteit verdwijnen.

Vorst Joeccius XI, Roel Versleijen, van de carnavalsvereniging Jocus maakte snel een einde aan deze kritiek. Samengevat kwam zijn reactie erop neer: we leven in het hier en nu, tradities veranderen en we hoeven geen grenzen te trekken om mensen het gevoel te geven dat ze erbij horen.

Zo’n vertrekker die nu kwam vertellen hoe het zat. Enkelen noemden me een typische ‘spijt-Limburger’

Ik herken die kritiek op Prins Lex I overigens goed. Na het verschijnen van mijn boek in 2015 ging ik vaak ‘naar het zuiden’ om lezingen te geven in buurthuizen, bibliotheken, op scholen en bij bedrijven. Ik bespeurde in die zaaltjes ook wel eens de irritatie over mijn optreden, zo’n ‘stadse mevrouw’ met een harde G, zo’n vertrekker die nu kwam vertellen hoe het zat. Enkelen noemden me een typische ‘spijt-Limburger’, iemand die uit Limburg is vertrokken, zich accentloos Nederlands heeft aangemeten en niet meer geïnteresseerd is in het wel en wee van Limburg.

Ik pas voor hen in het frame van die wereldburgers die overal en nergens kunnen zijn, en hun afkomst verloochenen. Alsof ik geen recht meer zou hebben om me Limburgs te voelen en met plezier terug te komen naar het Zuiden. Dat deed pijn. Want waarom zou het Limburger zijn een exclusief recht zijn van mensen die er altijd zijn gebleven?

Toen ik door het Limburg museum in Venlo gevraagd werd om ambassadeur te worden van de tentoonstelling ‘DNA van Limburg’ wist ik dat ik dit met de Jordaans-Palestijnse Lana Nasser wilde doen. De theatermaakster en schrijfster was na langdurig verblijf in de VS voor de liefde naar Limburg gekomen. Samen gingen we op pad om de vraag te stellen ‘wat is een echte Limburger?’ – op scholen, bij een vrouwencentrum, op de universiteit en in een jongerencentrum. En onderweg spraken we over het belang van je moedertaal voor het thuisgevoel en het belang van het kennen van je eigen geschiedenis om je veilig te voelen. Want zoals Toon Hermans ooit zei, als hij Nederlands sprak proefde hij sinaasappelsap, maar als hij Limburgs sprak, smaakte het als champagne. Wat Lana weer herkent als ze in haar voorstellingen Arabisch spreekt, de moedertaal als de taal van het hart.

In onze gesprekken kwam telkens weer de vraag aan de orde of het thuis te mogen zijn in Limburg alleen voorbehouden is aan mensen die er geboren en getogen zijn. Mag je je voeten in de aarde planten waar je niet geboren bent? Hoe kan je je welkom voelen in een groep waarvan je de taal niet spreekt, de gebruiken niet kent en tradities echt anders zijn dan die van jezelf? Wat kan je daar zelf aan doen om dat makkelijker te laten gaan? Vragen die voor vele nieuwkomers en oorspronkelijke bewoners in Limburg spelen. Juist omdat er nog zoveel mensen ook willen vasthouden aan een vastomlijnde interpretatie van wie er wel en niet bijhoort. ‘Geer seet niet van hiej?’ (u komt hier niet vandaan?), een vraag die nog bij veel Limburgers voor in de mond ligt, is steeds vaker een vraag die de ander, de buitenstaander het gevoel geeft er nooit echt bij te mogen horen.

Theo Bovens, de gouverneur van Limburg, maakt daar graag een grap over. Hij belooft dan een mooie fles bier aan Limburgers die kunnen bewijzen dat zijn of haar voorouders al generaties in Limburg wonen. Hij wil daarmee aantonen dat juist in deze grensprovincie met de langste grens met het buitenland migranten al eeuwen bijdragen aan welvaart en ontwikkeling. En hij vertelt er dan altijd trots bij, dat hij nog niet veel biertjes heeft hoeven uit te delen. Want bijna iedereen in Limburg heeft voorouders die ergens anders vandaan komen.

Mijn DNA blijk je ook te vinden bij de Ojibweg, een indianenstam in Noord-Amerika

Dat bleek ook toen het Limburgs museum als voorbereiding van hun tentoonstelling het DNA van een aantal bekende Limburgers liet testen, zoals dat van de schrijver/presentator Frans Pollux, de Maastrichtse hotelier Benoit Wesly en de zangeres Suus Seegers. Hun DNA bleek in het Midden-Oosten, Noord-Afrika en Europa te liggen. Mijn DNA blijk je ook te vinden bij de Ojibweg, een indianenstam in Noord-Amerika. Natuurlijk was dit precies de bedoeling van de makers van de tentoonstelling. Waar je voorouders vandaan komen zegt nog lang niet alles over waar je kunt wortelen en waar je je thuis en veilig kunt voelen.

En dat het er uiteindelijk om gaat wat je vanuit die lagen van traditie, gebruiken en taal met je identiteit doet. Of je ook buiten de drie dagen van Vastelaovend wil open staan voor die vreemdeling, die ander die je taal misschien niet zo goed spreekt. Daarbij is niets goed of fout. Zoals het motto van de tentoonstelling zegt: wat je ziet ben je zelf. Wat je DNA ook is, waar je ook geboren bent, hoeveel lagen je identiteit ook heeft, je hebt het zelf in de hand wat je laat zien van die identiteit aan jezelf en anderen. Ook in het zuiden.