Dit is het verhaal van een veldslag op de Maas

Tweede WereldoorlogIn Rotterdam krijgt het bombardement van mei 1940 veel aandacht, maar ook de strijd om de Maasbruggen mag niet vergeten worden.

De Maasbruggen, hersteld van de oorlogsschade. Foto G. v.v. Werff/ANP

Aan de voet van het Witte Huis aan de Geldersekade tikt Dieuwke Borninkhof-De Jong een paar keer met haar voet op het plaveisel. „Dit is mijn geboortegrond”, zegt ze tegen man en kinderen, met wie ze vanuit Zutphen is gekomen voor een dagje Rotterdam. Een cadeau voor haar tachtigste verjaardag, dat begint met een historische oorlogswandeling rond de Maasbruggen.

Toeristen zijn niet alleen in het nieuwe Rotterdam geïnteresseerd

Die oorlog heeft altijd haar belangstelling gehad. Niet dat ze er zelf herinneringen aan heeft. Dieuwke de Jong was in 1940 twee jaar oud toen het Duitse leger de stad aanviel en bombardeerde. Haar ouderlijk huis in de Van der Duynstraat, in de Agniesebuurt, werd vernietigd. Het gezin De Jong moest de stad ontvluchten en kwam in het oosten van het land terecht. „Mijn ouders hebben het vaak over hun tijd in Rotterdam gehad. Ze hadden net hun huisje ingericht met nieuwe meubels. Ik zou graag naar mijn geboortehuis gaan kijken, maar die straat bestaat niet meer.”

De wandeling of battle tour begint in het Mariniersmuseum en op het dak van het naastgelegen Witte Huis. Daar wijst gids Jan Gooijer in de richting van de Waalhaven en het Feyenoord-stadion, waar op 10 mei 1940 de Duitse parachutisten landden. Die trokken snel op naar het Noordereiland om de troepen te ondersteunen die op die dag in alle vroegte met watervliegtuigen op de Maas waren geland en de Maasbruggen hadden bezet. Rondom de bruggen ontspon zich een dagenlange strijd die met het bombardement en de daaropvolgende capitulatie werd beslecht.

Vergeten verhaal

Dat bombardement, dat weet iedereen, zegt Gooijer. Maar de gevechten rond de Maasbruggen dreigen een ‘vergeten verhaal’ te worden. Daarom begon hij drie jaar geleden met Vincent Quast met het organiseren van rondleidingen op de plek waar de oude Willemsbrug in 1981 is vervangen door een nieuwe en de spoorbrug in 1996 door een tunnel. „Er zou één portaal blijven staan ter nagedachtenis. Dat is niet gebeurd. Wij vinden dat Rotterdam slecht omgaat met zijn historie. Alleen in een hoekje van het brughoofd waar nu de sportschool zit, hangt een plakaat: ‘Ter eerbiedige nagedachtenis aan hen die vielen’. Wij willen zoveel mogelijk mensen het verhaal vertellen van wat daar zich heeft afgespeeld.”

Inmiddels lopen Gooijer en zijn collega’s gemiddeld drie tours per week. Niet alleen mensen zoals mevrouw De Jong: ouderen die oorspronkelijk uit Rotterdam komen, de oorlog al dan niet bewust hebben meegemaakt en het verhaal nog een keer willen horen. Ook de jeugd heeft belangstelling, zegt Gooijer, in het dagelijks leven conciërge op het Erasmiaans Gymnasium. „Ik vertel er vaak op school over en dan komen er kinderen naar me toe met de vraag of ze een keer mee mogen.”

Zijn eigen fascinatie voor de oorlog ontstond toen hij als schooljongen halverwege de jaren zestig een boekje kreeg uitgereikt: Havenstad in de frontlijn. „Dat heb ik gelezen, en nog eens, en nog eens. Het was voor mij dichtbij, want mijn ouders kwamen van Rotterdam-Zuid en hebben de opmars van de Duitsers aan den lijve ondervonden.”

De wandeling voert over de Willemsbrug naar het Noordereiland, naar het hofje waarin de Duitse commandant Von Choltitz zijn intrek had genomen en de ijssalon op de Prins Hendrikkade waar zij de capitulatievoorwaarden optekenden. De Van der Takstraat is voor Dieuwke de Jong een bekende naam. „Hier woonden mijn ouders voordat zij naar de Van der Duynstraat verhuisden. Het nummer weet ik niet meer.”

De ouders van mevrouw de Jong hielden hun herinneringen aan Rotterdam levend door er over te praten. Volgens Gooijer was dat lang niet altijd het geval. „Veel ouders en grootouders spraken niet over de oorlog. Dat hoor ik zo vaak: mijn opa vertelde nooit wat. In de jaren vijftig en zestig was Rotterdam druk met de wederopbouw. Het verleden werd achtergelaten.”

De stad die nooit af is

Rotterdam is ‘de stad die nooit af is’, maar driekwart eeuw na de bevrijding toch een heel eind op streek. Is er misschien een verband tussen de recente populariteit en de toenemende belangstelling voor de oorlog, zoals Gooijer die bemerkt en die een paar jaar geleden bleek op de grote tentoonstelling De Aanval? „Misschien wel, er komen meer toeristen en die zijn niet alleen in het nieuwe Rotterdam geïnteresseerd. Het Museum Rotterdam krijgt kritiek omdat er helemaal niets over de oorlog te zien is.”

De familie Borninkhof-De Jong gaat na de wandeling lunchen in Hotel New York. Dan is er genoeg historie beleefd en gaan ze de nieuwe stad in. Die Markthal willen ze ook wel eens zien.

    • Frank de Kruif