Tom Dumoulin ‘volgens protocol’ naar tijdritzege

Giro d’Italia Een wetenschapper bereidt de tijdritten van Tom Dumoulin voor. In Jeruzalem reed hij „zoals we het hem geleerd hebben”.

Tom Dumoulin komt in Jeruzalem over de finish tijdens de eerste etappe van de Giro d'Italia, een tijdrit over 9,7 kilometer. Foto Bas Czerwinski/ANP

Als Tom Dumoulin van het startpodium in Jeruzalem rolt voor zijn eerste meters als titelverdediger in de Giro d’Italia, begint de bewegingswetenschapper van Team Sunweb aanstekelijk in zijn handen te wrijven. „Kijk, hij gaat gelijk in aero”, roept Teun van Erp op de bank in zijn appartement in Nistelrode. Inderdaad, Dumoulin ligt op zijn stuur alsof hij een zwerm laagvliegende zwaluwen gaat ontwijken.

Hop, een scherpe bocht naar links en meteen een pittig klimmetje. Dumoulin blijft in het zadel, met zijn hoofd tussen zijn schouders. „Hier traint hij ontzettend veel op”, zegt Van Erp, enthousiast naar zijn televisiescherm wijzend. „Tom kan liggend evenveel vermogen trappen als staand. Hij was daar zelf nieuwsgierig naar, dus dat hebben we een paar jaar geleden ergens in een weiland getest. Hij is veel aerodynamischer zo. Dat is key in het tijdrijden.”

‘Weer een concurrent minder’

Een minuut of wat daarvoor zag Van Erp hoe Fabio Aru, outsider voor de eindzege, in de eerste meters wind ving alsof hij nog nooit van aerodynamica gehoord had. Toen de Italiaan de eerste beklimming aanviel, zei Van Erp: „Weer een concurrent minder.”

Teun van Erp (33) is bezig aan zijn zevende seizoen als bewegingswetenschapper van Team Sunweb. Hij verzamelt data die 45 renners na hun trainingen en wedstrijden aanleveren via een vermogensmeter in hun trapas, en getallen die ze dagelijks moeten invullen in een logboek. Die vormt hij om tot protocollen en wekelijkse trainingsrapporten. Hij durft te beweren dat hij een van de eerste bewegingswetenschappers was die op deze manier met de wielersport aan de gang ging.

Voor de tijdrit die deze vrijdag op het programma staat – zijn favoriete onderdeel, want vrij van ploegentactieken en andere onvoorspelbaarheden en daarmee wetenschappelijk te benaderen – stelde hij, zoals gebruikelijk, voor elke Sunweb-renner een „pacing plan” op. Essentieel naast de aerodynamica is daarbij deze wiskundige vuistregel: bergop kan een renner meer tijd winnen dan in een afdaling. Het parcours in Jeruzalem is volgens hem „ideaal te pacen”. Acht keer gaat het op en af – zonder plan blaast een renner zich zo op, zegt hij.

Het ideale scenario voor de openingstijdrit van Dumoulin verschijnt op twee grote computerschermen die opgesteld staan in het midden van een eettafel. In één oogopslag wordt zichtbaar dat dit geen tijdrit is voor wielrenners die het moeten hebben van de brute kracht in hun benen. Onder aan de file staat de even simpele als duidelijke aanwijzing: ‘Push harder on hills and finish all out’.

Het is precies wat je Dumoulin ziet doen: hij stampt zich een weg omhoog en in de afdalingen houdt hij soms zijn benen stil, zó stil dat Van Erp even onrustig wordt. „Hij zou zich toch niet verschakeld hebben?”

Niets blijkt minder waar. Dumoulin heerst in Jeruzalem. Halverwege klokt hij de tweede tussentijd.

Model met voorspelling

In Van Erps model staat een voorspelling. Als er geen bochten in het parcours zouden zitten en als Dumoulin optimaal presteert, moet hij in staat zijn om 11.37 minuten te rijden, gebaseerd op het vermogen dat hij een uur kan volhouden en vermengd met een optimum aantal watts heuvelop. In het pacing plan staat: eindtijd ergens tussen de 11 en 12 minuten. „Zo’n model is voor Tom niet meer dan een guideline. Hem kennende heeft hij er maar een minuutje naar gekeken. Hij heeft zoveel tijdritten gereden dat hij nu op gevoel kan rijden.”

Rohan Dennis heeft de snelste tijd heeft gereden – 12.04 minuten, de Australiër is met een gemiddelde van iets meer dan 48 kilometer per uur door de straten van Jeruzalem gestoven. Chris Froome, de beste klassementsrenner van zijn generatie, rijdt halverwege op achterstand. Bij de parcoursverkenning op vrijdagochtend schoof hij onderuit en stond hij gebutst naast zijn fiets. De Brit krijgt 37 seconden aan zijn broek. „Ga die maar eens goedmaken op Tom.”

In de laatste meters van de tijdrit van 9,7 kilometer verschijnt het getal 520 in beeld – de watts die Dumoulin trapt onderweg naar de finish. Van Erp weet dan dat het goed zit. Als zijn collega twee seconden onder de tijd van Dennis duikt en de Giro begint zoals hij die elf maanden geleden eindigde, in het roze, schreeuwt hij het uit. „Yes! Precies zoals we het hem geleerd hebben!”. Dumoulin verwoordt dat even later zo: „It was full gas, recovering, full gas” – en dat was exact volgens het protocol.

    • Dennis Meinema