Recensie

Sushi Samba heeft mooi en goed eten, maar bijna alles is te zoet

Foto Daniel Niessen

Een bezoek aan het paar maanden oude SushiSamba kostte wat voorbereiding, want bij de reservering kregen we strenge instructies: géén sneakers, petjes, slippers, strand- of sportkleding, en jassen en tassen verplicht afgeven. Nou dachten wij dat sneakers juist het toonbeeld van richesse zijn, maar besloten toch maar onze Aussies in de kast te laten en op chic te gaan. De ontvangst is ronduit zorgvuldig en vriendelijk en dat zal de hele avond zo blijven; met een „How are you today?” – een vraag die je natuurlijk nooit moet beantwoorden! – worden we naar onze tafel begeleid. Onze tas mag gewoon mee en om ons heen zien we veel sneakers, een petje en een hoofddoek, jassen en tassen op stoelen. In Amsterdam, waar vrijheid blijheid is en mondigheid noodzaak, laat men zich blijkbaar niet graag iets voorschrijven.

SushiSamba is een kleine, internationale keten die in 1999 in New York het licht zag en filialen heeft in Miami, Las Vegas, London en nu dus Amsterdam. De keuken is een uitbundig huwelijk tussen Peru, Brazilië en Japan, dat zijn oorsprong heeft in het begin van de vorige eeuw toen Japanners naar Zuid-Amerika trokken om te werken in de koffieplantages. Het kan dus zomaar zijn dat je een klassieke misosoep en een maki naast een ceviche en een churrasco voorgeschoteld krijgt, dit alles in een eclectisch interieur met felle kleuren – het lijkt wel een omgevallen Mikadodoos.

Als appetizer bij het drankje (Albariño à 8,50 en Braziliaans bier à 6,-; de drankjes zijn pittig aan de prijs) nemen we een portie plantainchips ají amarillo (6,-), het lijkt of ze al even op de bar stonden, maar de ingelegde dungesneden ui en pittige dipsaus zijn lekker. Vervolgens slalommen we door de menukaart en bestellen een bonte mix van gerechten die we alle delen: shrimp tempura (15,-), robata ribeye ají panca (22,-), robata hamachi kama (16,-), mushroom tobanyaki (18,-), samba el topo (17,-) en asperges (13,-). Het lijkt een boel, maar eigenlijk is het gewoon eten voor twee hongerige mensen en een vlug rekensommetje maakt duidelijk dat we hier niet voor een dubbeltje op de eerste rang zitten.

Over de hele linie is het eten goed en mooi opgemaakt. De robata ribeye – twee spiesjes van de Japanse houtskoolgrill – is mals, heeft de goede cuisson en komt met boterige, gekarameliseerde maïs, lekker! De garnaaltempura heeft een romige, pittige mayonaise die toch de paneerkorst niet zacht heeft gemaakt, het is machtig maar ook allemachtig smakelijk. De asperges, groene en witte, aan spiesjes van de grill hebben een fijne rooksmaak en sappigheid. De hamachi, een grote moot geelvinmakreel, heeft een geconcentreerde smaak, ook weer door het grillen, alhoewel ie net wat te lang op het vuur heeft gelegen en de zoete sojasaus ons té zoet is.

En daarmee komen we bij een belangrijk kritiekpunt: bijna alles is te zoet, zoals je in Amerikaanse restaurants ook vaak eet. Dat overvalt ons op een onprettige manier bij de paddenstoelen met gepocheerd ei die in een tobanyaki schaal komen: met de vier verschillende soorten paddenstoelen is niks mis en ook het gepocheerde ei is goed geslaagd, maar de totaalsmaak is vooral zoet, kokosachtig en het ontbreekt aan zuur, aan contrast. Daardoor lijkt het wel een kindergerecht, we laten het halverwege staan en bespreken het met de voorkomende restaurantmanager.

Hij begrijpt wat we zeggen en zal het met de chef bespreken, maar alle gerechten zijn wereldwijd hetzelfde en dit is een signature dish van de keten. Dat is ook de sambaroll El Topo, officieel door SushiSamba gedeponeerd: de rijst met shisoblad, zalm en jalapeño snappen we, maar de gebakken uitjes en de gesmolten mozzarella erover… dat moet toch een misverstand zijn? En met dat gevoel trippelen we ten slotte op onze hakjes naar de tram op het Leidseplein. Niks mis met fusion, maar je kunt ook te ver gaan.

Journalist en recensent Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.
    • Petra Possel