Met cult alleen komt Telstar niet in de eredivisie

Voetbal De eigenzinnige eerstedivisieclub Telstar maakt kans op promotie. „Als we zin hebben om te lachen, dan lachen we.”

Op de voorgrond de vismanden waarmee de score wordt bijgehouden in het Telstar-stadion. Foto Olaf Kraak

Soms waant hij zich een gitaarvirtuoos in een volle arena. Dan maakt Peter Zoontjes onnavolgbare grepen, laat hij zijn ‘Spaanse’ gitaar dansen op rock-’n-roll. Een van zijn idolen: Duane Eddy, instrumentalist met een voorliefde voor galm en losse noten van het lage soort. Zoontjes treedt al jaren op voor een dankbaar publiek. Vak K van de Oosttribune. Als de 78-jarige luchtgitarist zijn gitaar in beweging brengt, is de wave altijd dichtbij. Maar zijn repertoire opwarmers is uitgebreid: een driehoornige toeter en zelf gemaakte aanmoedigingsborden zoals Hossen with Kate Moss, met een foto van het Britse fotomodel.

Maar aan één bord ontleent hij zijn identiteit. Van de vrouw waar hij toen fan van was: Jomanda. „Ze was knap, had een blauwe jurk en verkocht ingestraald water voor een tientje. Slim toch?” Zoontjes voorspelde in 1994 een overwinning op rivaal AZ en zo geschiedde. Door zijn voorspellende gave gaat hij voor de supporters door het leven als ‘Jomanda’.

In de 63ste minuut rende hij altijd met zijn Telstarvlag op en neer langs de tribune om de fans op te porren. Dat is nu te vermoeiend geworden.

In zijn appartementje in IJmuiden liggen herinneringen van die club waar hij in de jaren zestig kwam en nooit meer wegging: kranten, platenhoezen, aanmoedigingsborden.

Zoontjes: „Nostalgisch gedoe, dat is de enige reden waarom ik elke keer kom.”

De club – opgericht in 1963 – leeft van het verleden. Voor elke thuiswedstrijd knalt ‘Telstar’ door de luidsprekers, de oeroude hit van de Britse band The Tornados uit 1962.

Na veertig jaar heeft Telstar kans om naar de eredivisie te promoveren. Kansen? ‘Jomanda’ gelooft in het geluk van het getal: „In de eredivisie eindigden we ooit als zesde, nu zijn we weer zesde. Is een voorteken.”

De club – opgericht in 1963 – leeft van het verleden. Voor elke thuiswedstrijd knalt ‘Telstar’ door de luidsprekers, de oeroude hit van de Britse band The Tornados uit 1962. Het zelfde jaar dat Amerikanen hun satelliet Telstar lanceerden. Een jaar later ontstond de club uit een fusie van VSV en Stormvogels.

Pislucht

Al in het eerste jaar heeft de satellietclub succes: promotie naar de eredivisie, sportpark Schoonenberg trekt gemiddeld negenduizend toeschouwers. Met dank aan de Hoogovens.

De Witte Leeuwen – genoemd naar hun witte tenue – houden het veertien jaar vol op het hoogste niveau, maar verdwijnen naar de eerste divisie. Dreigende faillissementen, schrale resultaten, lege tribunes en een lucht van vermolmd hout, kortom: crisis in de marge van het betaald voetbal. „Ik ging er nooit onder de douche”, vertelt oud-trainer Simon Kistemaker. „Het stonk naar pis.”

De oude tribune. Foto Olaf Kraak

Die lucht is verdwenen. Met hulp van Corus, de Indiase eigenaar van Hoogovens (nu Tata Steel), is er in 2009 een nieuwe hoofdtribune gebouwd. Maar saai is het nooit geweest in Velsen-Zuid met kleurrijke mensen en spelers als Louis van Gaal, Ruud Geels, Cees van Kooten, Hans Kraay jr. Gekke voorvallen en incidenten bepalen de canon van de club: de stiletto die een FC Groningen-supporter naar Telstar-speler Fred Bischot gooide, supporter en elektromonteur Gerrit de Rijk die met één schroevendraaier een helft lang een lichtmast aan de praat hield. En om te beginnen die eigenzinnige Engelstalige naam, geboren in een tijd dat de meeste clubbesturen bij een fusie maar snel de naam van de stad met ‘FC’ combineerden. Het maakt Telstar tot een cultclub, waar romantici en puristen op zoek zijn naar de essentie van het voetbal. Weg van de gezwollen ambities en hoge spelerssalarissen.

Telstar is apart, eigenzinnig en wil zich niet laten gijzelen door de mores van het betaald voetbal. Een professionaliseringsslag na een eventuele promotie? „Dat zijn teksten waarvan we hier moeten kotsen”, zegt algemeen directeur Pieter de Waard fel in het spelershome. „Daar kan ik heel emotioneel van worden. Je drukt hier even op de verkeerde knop.”

De Waard is een aparte in de voetbalwereld. Een buitenbeentje uit overtuiging; als het voetbal niet wervend is, moet je je op een andere manier onderscheiden.

Zijn ideeën halen vaak de publiciteit: blauw kunstgras en de betalende voetballer – één ton om een seizoen met de selectie mee te mogen trainen. Gevleugelde uitspraak: „Wij zijn sinds 1963 ongeslagen in Europa.”

Met De Waard (57) wil Telstar „geen grijze muis zijn”. De Waard: „We willen niet alleen op sportieve resultaten leunen, maar ook het aparte en bijzondere cultiveren. Winnen is belangrijk, maar we zetten geen mensen op de maan. Wij houden ons verre van arrogantie. Als we zin hebben om te lachen, dan lachen we. In het betaald voetbal wordt er weinig gelachen.” Zelfspot is al jaren beleid, persvoorlichter en rolstoeler Dennis Bliek is met zijn gevatte tweets razend populair. „Humor is een kwestie van overleven. Dat geldt voor de club, maar ook voor mijzelf.” De Waard, die begon als vorkheftruckchauffeur in de offshore, lanceerde zichzelf als een nieuwe Michael van Praag, voorzitter van de KNVB. Maar zijn grootste droom is het cabaret.

Stip op de horizon

Voor Telstar is promotie een stip op de horizon. Door aantrekkelijk voetbal is het stadionnetje met een capaciteit van ruim drieduizend vaak behoorlijk vol. In mindere tijden kwam er negenhonderd man. De Waard: „Een natuurlijk draagvlak is er nooit geweest.” De supporters van Stormvogels uit IJmuiden en VSV uit Velsen konden elkaars „bloed wel zuipen”. Ook is Telstar ingesnoerd tussen concurrerende clubs Haarlem (failliet), Ajax en AZ. „Die staan hier bij het Noordzeekanaal te trappelen.”

De Waard heeft al eens gewaarschuwd dat promotie voor het bestuur een ‘ramp’ kan betekenen. Als supporter wil hij niets liever dan een „herbeleving” na veertig jaar sportieve woestenij. Financieel zal het lukken: nu werkt Telstar met een begroting van 2,5 miljoen euro. De inkomsten gaan met zo’n 25 procent omhoog, onder meer door tv-gelden. „Dat lukt altijd wel, maar mijn grootste zorg is het hele zooitje bij elkaar te houden, de familie die we sinds 1963 hebben opgebouwd.”

Peter Zoontjes, Telstar-supporter van het eerste uur. Foto Olaf Kraak

Voor trainer Mike Snoei is Telstar de cult voorbij. ‘Jomanda’ en de vismanden (waarmee de score wordt bijgehouden) kunnen blijven, maar het voetbal moest leidend zijn, eiste hij van het bestuur bij zijn komst afgelopen zomer. Met technisch directeur Piet Buter haalde hij zestien nieuwe spelers binnen, die, zoals een oude supporter het zegt, „hun ballen uit de broek spelen”. Aanvallend voetbal, in de regio van vis en staal. Snoei: „Met cult alleen kom je er niet. Meer trainen, een doelstelling formuleren, play-offs halen. Dat vonden ze heel bijzonder omdat ze jarenlang onderaan bungelden. Mensen komen nu voor het voetbal. Ik merk dat Pieter het ook waardeert, dat het veel leuker is dan het kampioenschap kibbeling eten op de middenstip. Iedereen smacht naar de grote clubs. En die gaan het heel vervelend vinden om hier te spelen. In dat kleine stadion op dat verfoeide kunstgras.”

Donderdag wacht thuis De Graafschap in de halve finales van de play-offs. Er wordt gerekend op meer dan 4.000 toeschouwers – er wordt een extra tribune gebouwd.

De Waard zal het amper meekrijgen. „Ik kijk niet graag, ben ik veel te nerveus voor. Heb moeite me te gedragen.” Naar het uitduel in Doetinchem gaat hij niet. Woensdag vertrekt hij voor een familieweekeinde; zijn vrouw is 50 geworden, zijn schoonmoeder 75 en zijn schoonvader 90. Donderdag wilde hij ook niet komen, maar hij zal toch bij de thuiswedstrijd zijn. Op aanraden van zijn vrouw. De Waard: „Ze wil niet dat ik een modderfiguur sla.”

Correctie: In een eerdere versie stond dat Peter Zoontjes ‘vanaf zijn 63ste’ met een Telstar-vlag op en neer rende, dat moest zijn ‘in de 63ste minuut’. Hierboven is dit aangepast.

    • Harry Meijer