Urtzi Errazkin (derde van rechts achter de tafel) voert in januari 2015 het woord bij een bijeenkomst van Exerat, een organisatie die opkomt voor ETA-gevangenen.

Foto GORKA ESTRADA/EPA

Laatste wens van ETA: gevangenen ‘naar huis’

Terreurgroep Vrijdag heeft de Baskische afscheidingsbeweging ETA zichzelf opgeheven. Zij hoopt op een gebaar van Madrid: dat de gevangenen dichter bij huis vast mogen zitten.

Urtzi Errazkin (42) trekt op een pleintje in de binnenstad van Bilbao nerveus aan een sigaret. Hij heeft net uitgebreid zijn verhaal gedaan voor de Franse televisie. „De afgelopen tijd heb ik talloze media te woord gestaan. Dat is heel erg lastig. Als je over de ETA praat, moet je ieder woord wegen. Maar het is nodig. De wereld moet weten hoe Spanje zijn gevangenen behandelt”, zegt Urtzi Errazkin, broer van het veroordeelde ETA-lid Ugaitz Errazkin.

Hij spreekt met de pers nu 4 mei 2018 de geschiedenis in zal gaan als de dag dat er een definitief einde kwam aan de Baskische afscheidingsbeweging ETA. In een halve eeuw maakte de groep ruim 800 doden in haar strijd voor onafhankelijkheid van Euskal Herria: het (deels) Baskisch sprekende gebied dat zich van Noord-Spanje via de westelijke Pyreneeën en de Golf van Biskaje uitstrekt tot in Zuid-Frankrijk. Maar de bomaanslagen, moorden, ontvoeringen en afpersingen hebben hun doel niet bereikt. Vrijdag zal het restant van de militair en juridisch gezien al jaren geleden verslagen strijdgroep zich tijdens een ceremonie in Bayonne, in Frans-Baskenland, formeel opheffen met het oplezen van een verklaring.

ETA-verklaring opheffing

Daarmee komt, volgens beide kampen, echter nog geen einde aan het Baskisch conflict. Anders dan bijvoorbeeld de Noord-Ierse IRA of de Colombiaanse FARC is het besluit van de ETA niet het resultaat van vredesonderhandelingen met de regering. De laatste aanslag van ETA was in 2006. Zeven jaar geleden kondigde ze een eenzijdig staakt-het-vuren af. Recenter leverde ze vrijwillig wapens in. Alles in de hoop met de regering in gesprek te raken. Maar Madrid heeft die dialoog altijd afgehouden.

De Baskische nationalistische zaak draait de laatste jaren vooral nog om wat rest van ETA: de bijna driehonderd etarras die gevangen zitten. Zij zijn verspreid over Spanje (en Frankrijk en Portugal) gedetineerd, veelal ver buiten Baskenland. Hun familieleden moeten daardoor lange reizen maken om hen in de cel te kunnen bezoeken. Door zich op te heffen – en door vorige maand ook spijt te betuigen – hoopt ETA de regering te bewegen dit detentieregime te versoepelen.

‘Niemand wordt hier beter van’

Urtzi Errazkin is naast broer van een ETA-terrorist ook woordvoerder van Etxerat, een organisatie die opkomt voor de rechten van opgesloten etarras door te strijden tegen de ‘verspreidingspolitiek’. „Zolang we te maken hebben met een buitengewoon regime voor de gevangenen zal het conflict voort blijven leven. Spanje heeft wél het vredesakkoord in Colombia met de FARC gesteund, maar wil hier tot dusver geen enkele handreiking doen.”

Errazkin wijst naar een kaart van Frankrijk, Spanje en Portugal waarop te zien is waar de 288 ETA-gevangenen vastzitten. Drie van hen zitten in cellen in Baskenland, de rest meestal ver daarbuiten. Van het Spaanse Algeciras (op 1.100 kilometer van Bilbao) tot het Franse Clairvaux (1.050 kilometer). „De Spaanse politiek heeft 29 jaar geleden bepaald dat er ‘speciale regels’ gelden voor leden van de ETA. Ze zijn nu voor 95 procent zogenoemde ‘eerstegraads’. Dat betekent in de praktijk dat ze 22 uur per dag volledig geïsoleerd zijn, geen aanspraak kunnen maken op wat voor privilege dan ook, en op grote afstand van hun familie vastzitten. Niemand wordt daar beter van.”

Spanje voerde dit spreidingsbeleid destijds in met het argument dat ETA alleen zo verslagen kon worden. Gevangenen die breken met de terreurgroep, zouden in aanmerking komen voor een soepeler behandeling. Dat deze aanpak tot op heden wordt voortgezet, heeft volgens Errazkin maar één reden: „Wraak”. „De Spaanse regering zorgt er niet alleen voor dat de gevangenen onder zware omstandigheden onnodig lijden in hun cel. Ze willen op verschillende manieren voorkomen dat ze binnen de muren een sociaal leven kunnen leiden. Ze proberen de band met de familie te breken. Zo moeten wij honderden kilometers reizen. Daarmee worden wij als familie ook allemaal gestraft.”

Lees ook het interview met schrijver Fernando Aramburu, die een bestseller schreef over de decennialange terreur van de ETA: ‘Nationalisme is als een vlam die nooit helemaal dooft’

Errazkin schetst een beeld van die bezoeken. „Het komt er doorgaans op neer dat je op vrijdagmiddag na het werk vertrekt om tot diep in de nacht zoveel mogelijk kilometers te maken. Heel soms met het vliegtuig, soms met de trein en vaak met de auto. Gemiddeld zijn we daarmee 300 euro per reis kwijt. Tijdens een bezoek van veertig minuten is er totaal geen privacy. Je zit achter glas en probeert elkaar te verstaan door een telefoon. Alles wordt opgenomen. Ik heb eigenlijk nooit meer een normaal gesprek met mijn broertje gehad. Laat staan dat je diep in kunt gaan op het verleden.”

De kans dat Urtzi Errazkin zijn broer snel in de armen kan sluiten, lijkt zeer gering. Ugaitz Errazkin wacht een nieuwe strafzaak. Waar hij precies van wordt verdacht is, volgens zijn broer, nog niet duidelijk. Dagblad El Mundo bracht Ugaitz eerder onder andere in verband met de moord op de Baskische zakenman Inaxio Uria.

Urtzi Errazkin wil ook na lang aandringen niet ingaan op de daden van Ugaitz. „De ETA heeft spijt betuigd voor haar daden. En dat hebben ze ook namens hem gedaan. Ik ga niet wegen of hij een goed of een slecht mens is. Vooral omdat dat ons niets verder meer brengt. Als familieleden van veroordeelden spreken we daar ook niet over. Iedereen houdt er zijn eigen mening op na. Wij hebben slechts één gezamenlijk einddoel: alle gevangenen naar huis.”

De Spaanse regering en verenigingen van ETA-slachtoffers eisen echter aanvullende stappen van de groep. Zij willen vooral opheldering over tal van onopgeloste moorden: welke ETA-leden pleegden deze?

Errazkin vreest dat beëindiging van het spreidingsbeleid nog ver weg is. „Onder nabestaanden van slachtoffers van de ETA leven zeer verschillende sentimenten. Ik kan uiteraard niet voor hen spreken. Maar binnen Baskenland zijn de politici het er wel grotendeels over eens dat gevangenen hun straf dicht bij huis zouden moeten kunnen uitzitten. Wij hebben hier allemaal geleden onder de strijd. Ook ik heb wel eens bij een controle een pistool tegen mijn hoofd gehad van de politie. We willen niet dat onze kinderen dat ooit ook gaan meemaken. Daarom moet er een échte oplossing komen waardoor alle partijen in vrede naast elkaar kunnen leven.”

    • Koen Greven