Khalid Amakran

Zahraa Al-Amari (15): ‘We hebben in tien verschillende azc’s gewoond’

In de rubriek Jong! vertellen pubers over zichzelf, de wereld en elkaar. Deze week: Zahraa Al-Amari (15). Aanmelden: pubers@nrc.nl.

Tien azc’s

„Ik ben tweeënhalf jaar in Nederland. We hebben in tien verschillende asielzoekerscentra gewoond. Die waar we nu wonen gaat dicht, waarschijnlijk in november. Ik weet nog niet waar we dan heen gaan.”

Zaha Hadid

„De eerste periode op school was moeilijk. Lage cijfers voor alle vakken. De tweede periode ging iets beter. In de derde periode had ik echt goede cijfers. Ik heb een mentor en ga elke woensdag naar Taalcafé. Dan komen vrijwilligers om te helpen met huiswerk, taal leren. Ik heb vrienden, maar niemand van school. Alleen één meisje uit mijn klas doet lief tegen mij. Anderen noemen mij ‘illi’ omdat ik geen status heb. Soms gaan zij mij plagen, omdat ik niet zo goed Nederlands spreek. Maar ik ben trots op mijzelf. Taal leren vind ik leuk. Ik ken Arabisch, Koerdisch, een klein beetje Farsi, Nederlands en ik leer Duits en Engels. Ik wil ingenieur worden, ik hou van technisch tekenen. Ken je Zaha Hadid? Zij is een beroemde architect in Irak. Zij heeft ook hier in Nederland gebouwd. Ik wil worden zoals zij.”

Twee operaties

„Ik hou niet van praten over Irak. Het is gevaarlijk in Irak. Ik kan daar niet leven. Voor mijn veiligheid kwam er elke dag een taxi die mij naar school bracht. In Nederland voel ik me veilig. Ik wil graag blijven. School is hier echt heel anders. In Irak krijg je geld van de juf om een hoog cijfer te halen. Hier niet. In Irak slaan ze jou. Hier niet. In Irak liep mijn moeder altijd achter mij aan. Zij leerde mij Engels, Arabisch. Zij heeft gestudeerd, zij weet alles. Mama was echt lief. Ze ging altijd bij mij zitten: studeren, studeren, studeren. Hier kan zij dat niet. Zij kent de taal niet. Ons leven is moeilijk. Papa is ziek, hij heeft twee operaties gehad. Aan zijn hart en aan zijn handen. Hij denkt veel. Mama heeft altijd hoofdpijn. Zij denkt over onze toekomst. Hoe gaan wij hier leven.”

Khalid Amakran

Dit haram, dat halal

„Wij zijn moslim. Moslim, christen, andere geloven… Wij zijn allemaal mensen, allemaal samen. Ik heb daar geen moeite mee. Mama heeft respect voor alle geloven. In Irak ging zij naar de kerk met vriendinnen. En zij gingen naar de moskee. In het azc zijn daar veel problemen over. Jij bent Syrisch, ik Irakees. Jij bent zwart, ik wit. Jij bent soenni, jij shi’iet. Ruzie met elkaar. Wij zeggen: wij zijn moslim. Niet van deze groep of een andere groep. Ik bid niet en draag geen hoofddoek, maar mijn hart is schoon. Mijn hart is wit. Er zijn ook mensen die bidden maar slecht zijn. Mijn tante draagt een hoofddoek. Leest de koran. Zij zegt mij: dit haram, dat halal. Zij bidt. Geen probleem.”

In de rubriek Jong! vertellen pubers over zichzelf, de wereld en elkaar. Aanmelden: pubers@nrc.nl.

    • Joke Mat