‘The toilet?’ is meestgestelde vraag

Grunberg in het Stedelijk #4

De hele maand mei ‘woont’ en werkt Arnon Grunberg in het Stedelijk Museum Amsterdam, met een groep kunstenaars. Hij schrijft daar dagelijks over.

Fotobewerking NRC Handelsblad

Ik zit in het museum direct bij binnenkomst rechts aan een bureau, dat nog indringend naar lak ruikt. Op het bureau staat een rode cactus van porselein, die door menigeen voor een fallussymbool wordt aangezien. De ruimte kan worden afgesloten door gele gordijnen, die daar voor de gelegenheid zijn opgehangen, dicht te doen. Wel wordt dan de muurschildering van Karel Appel aan het zicht onttrokken, maar ach, menig bezoeker heeft meer aandacht voor de gordijnen dan voor de schrijver en Appel.

De schrijver als publieke intellectueel is een informatiedesk. Meest voorkomende vraag: „The toilet?” In en buiten het museum een van de meest existentiële vragen.

Een Russische familie die op de rode bank naast de publieke intellectueel komt uitrusten wil weten waar een luier kan worden weggegooid.

Een Nederlandse moeder met zoon vraagt: „Weet u een sportwinkel in de buurt?”

Tot nu toe heeft de publieke intellectueel alle vragen kunnen beantwoorden.

Een vriendelijke dame zegt: „Ik ben de zus van Hugo Brandt Corstius, ik was zelf ook museumdirecteur. Zo leuk je hier te zien.”

„Geheel wederzijds,” zeg ik oprecht, hoewel het de eerste keer is dat ik de zus van Hugo Brandt Corstius tegenkom.

De andere kunstenaars komen sporadisch werken. Velen wachten naar het schijnt tevergeefs op het materiaal waarmee ze aan het werk kunnen. Noor, uit Syrië, 24 jaar wil een performance doen als monster, maar het materiaal voor haar kostuum stuit op bezwaren van het museum. Van anarchie, waarvoor het museum aanvankelijk bevreesd was, is vooralsnog geen sprake.

Aan het einde van de ochtend ontmoet ik Dorine, hoofd van de publieksservice. Ze spreekt met hartstocht. „Ik werk nu acht jaar voor het Stedelijk, ik ben begonnen als coördinator van de vrijwilligers. Een paar weken geleden toen het hard regende kon het Van Gogh de bezoekersstroom niet aan en toen werden bezoekers naar ons gestuurd. Op een gegeven moment konden wij het ook niet aan. Toen heb ik gebeld met mijn collega bij het Van Gogh, want die mensen bleven in de entreehal staan. Maar Beatrix [de voormalige directrice, AG] wilde ook van de entreehal een stationshal maken. Dat is gelukt.”

„De kluisjes van het Stedelijk zijn populair,” zeg ik.

„Zeer,’” antwoordt Dorine. „Er zijn toeristen die kopen een kaartje alleen om van de kluisjes gebruik te maken.”

Het museum als opslagruimte voor de reiziger, paraplu voor de burger. Wat een buitengewoon lieve functies heeft het museum.

(Wordt vervolgd.)

    • Arnon Grunberg