Het goede voorbeeld komt altijd uit Scandinavië

Emancipatie Scandinavische landen hebben het imago van emancipatieparadijs. Is dat terecht? Waarom kan daar wél wat in Nederland zoveel moeizamer gaat?

Foto AFP

Lange tijd werd aangenomen dat de Vikingstrijder, eind negentiende eeuw opgegraven in Birka, vlakbij Stockholm, een man was. Het was een hooggeplaatste officier: in het graf werden ook wapens, paarden en een bordspel gevonden. Totdat vorig jaar uit DNA-onderzoek bleek dat deze tiende-eeuwse strijder een vrouw was. De Vikingen voerden hun oorlogen dus óók onder leiding van vrouwen.

Als het om gelijkheid tussen mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt gaat, komt het goede voorbeeld steevast van de Scandinavische landen. Op emancipatieranglijsten scoren ze hoog. Zo stonden afgelopen jaar IJsland, Noorwegen, Finland en Zweden in de top-vijf van de Global Gap Gender Index van het World Economic Forum, met name door de hoge arbeidsparticipatie, economische kansen en politieke invloed van vrouwen.

Scandinavische landen vallen op vanwege hun wetgeving tegen de loonkloof tussen mannen en vrouwen (IJsland), om hun vrouwelijke regeringsleiders, om het genereuze ouderschapsverlof voor zowel moeders als vaders. Er worden maatregelen genomen die de doorstroming van vrouwen naar de top van het bedrijfsleven afdwingen en de kinderopvang is goedkoop en van hoge kwaliteit.

Het zijn thema’s die nu veel aandacht krijgen in Nederland en in de rest van Europa. Maar hoewel de meeste landen zich wel bewegen in de richting van de voorlopers – zo hebben ook het Verenigd Koninkrijk en Duitsland sinds dit jaar wetgeving die de loonkloof moet verkleinen – blijven de Scandinavische landen hun status van emancipatieparadijs behouden.

Is dat terecht? En waarom kan daar wél wat in Nederland zoveel moeizamer gaat?

Bevolkingscrisis

Het is in ieder geval niet zo dat mannen en vrouwen in het noorden „intrinsiek meer gelijk zijn” dan in Nederland, zegt Claartje Vinkenburg, verbonden aan de Vrije Universiteit en gespecialiseerd in genderdiversiteit. „Ze hebben er ook hard voor geknokt, net als wij nu. Maar ze zijn er gewoon eerder mee begonnen.”

Voor een belangrijk deel was dat noodgedwongen. De Scandinavische landen waren agrarische samenlevingen, waarin ook de vrouwen van landarbeiders moesten werken. Bovendien kwam in de negentiende eeuw een massale emigratie op gang naar, voornamelijk, de Verenigde Staten: in de tachtig jaar na 1850 vertrok bijna een derde van de Scandinavische bevolking, IJsland en Finland meegerekend. Veel jonge mannen trokken weg, met een vrouwenoverschot als gevolg. Vrouwen móésten dus wel werken. Er emigreerden in deze periode ook veel Nederlanders naar de VS, maar veel minder massaal.

Een echt grote doorbraak in de gelijkheid tussen mannen en vrouwen werd veroorzaakt door de economische crisis in de jaren dertig van de twintigste eeuw. Zeker in Zweden was de armoede groot. Daardoor, en door die grootschalige emigratie, werden er weinig kinderen geboren.

Het echtpaar Gunnar en Alva Myrdal – hij kreeg later een Nobelprijs voor de Economie, zij voor de Vrede – schreef het boek Kris i befolkningsfrågan (Crisis in het bevolkingsvraagstuk,1934). Dat boek wordt beschouwd als een van de grondslagen van de Zweedse verzorgingsstaat. Een belangrijke reden voor de populariteit ervan was dat het oplossingen bood voor de bevolkingscrisis. „Een plan voor een moderne sociale politiek, maar dan naar Zweeds karakter. En dat wil vooral zeggen: pragmatisch”, schrijft Ina Brouwer in Aan geen gehuurde borst werd ooit een kind gevoed (2010). Om het lage geboortecijfer te bestrijden moest er een sociaal vangnet komen, meenden de Myrdals. Bijvoorbeeld kinderbijslag, subsidies voor grote gezinnen, publieke gezondheidszorg, gratis schoollunches, gratis crèches, goede naschoolse opvang. En een ruim zwangerschaps- en ouderschapsverlof. Kinderen moesten geen belemmering zijn voor moeders om betaald werk te doen.

„Dit boek heeft een heel belangrijke rol gespeeld in de emancipatie in Scandinavische landen, met name in Zweden”, zegt Petra Broomans, universitair hoofddocent Europese talen en culturen aan de Rijksuniversiteit Groningen. „Het echtpaar Myrdal wilde het patriarchale systeem van werkende vaders en zorgende moeders doorbreken. Als beide ouders zouden werken, zou de welvaart toenemen en zouden mensen weer meer kinderen durven krijgen. Daar zijn de zaadjes geplant voor die goede, door de staat georganiseerde kinderopvang in de Scandinavische landen.”

Moederschapscultuur

In Nederland was en is de moederschapscultuur sterk: voltijd werken is nog steeds niet de norm. Driekwart van de vrouwen werkt in deeltijd – veel meer dan gemiddeld in de Europese Unie (ongeveer eenderde). Nederlandse kinderen gaan hooguit twee, drie dagen naar de kinderopvang. Want kinderen, zo is de overtuiging, zijn het beste af bij hun moeder, en anders bij hun vader.

Alleen: in Zweden is die moederschapscultuur evengoed sterk. Het verschil is dat vanuit dezelfde norm andere praktische oplossingen zijn gekozen. Waar de Nederlandse moeders dus thuis bleven, werd er in Zweden (en in de andere Scandinavische landen) een systeem ontwikkeld waarin moeders zowel konden zorgen als werken. Zoals een lang en betaald ouderschapsverlof en écht goede en betaalbare kinderopvang.

In Nederland is die opvang volgens onderzoek van het Nederlands Consortium Kinderopvang Onderzoek (NCKO) van matige kwaliteit en bovendien duur. En de invoering van de daddy quota (betaald ouderschapsverlof dat alleen vaders kunnen opnemen) in Noorwegen in 1993 en later ook in andere Scandinavische landen, heeft ertoe geleid dat veel meer vaders dat ook daadwerkelijk doen.

Uit het rapport State of the World’s Fathers uit 2015 blijkt dat vóór 1993 slechts 4 procent van de Noorse vaders verlof opnam, terwijl dat in 2003 al 89 procent was. In Zweden en IJsland nemen vaders twee keer zoveel verlof op sinds de invoering van de ‘daddy quota’, volgens OECD-cijfers. Met elke maand dat een vader ouderschapsverlof opneemt, is volgens Zweeds onderzoek het inkomen van de moeder na vier jaar met 6,7 procent toegenomen.

Opvattingen volgen beleid

Het is maar een voorbeeld van de verschillen tussen de Scandinavische landen en Nederland, als het gaat om het creëren van gelijke kansen voor mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt. Aan een andere volksaard ligt dat niet, zegt Vinkenburg van de VU. Wel aan ander beleid, die mede het gevolg zijn van eerder genoemde historische gebeurtenissen.

„De opvattingen van de bevolking volgen dat beleid. Je ziet nu al bewegingen in de Nederlandse opvattingen over vaderschapsverlof, nu er nieuwe wetgeving aankomt.” Nederlandse vaders mogen nu nog maar twee dagen betaald en drie dagen onbetaald verlof opnemen als ze een kind hebben gekregen. Eerder dit jaar is er een wetsvoorstel ingediend om dat in 2019 uit te breiden naar vijf dagen betaald verlof, en in 2020 naar vijf weken extra (deels betaald) geboorteverlof. Nog steeds niet veel in vergelijking met de noordelijke landen: Noorse vaders mogen tien weken betaald thuis blijven en Zweedse vaders in totaal ruim veertien weken. Maar het leidt dus al wel tot een mentaliteitsverandering, ziet Vinkenburg.

Het voortouw moet dan ook worden genomen door de overheid, zeggen Broomans en Vinkenburg. Maar vergeleken met de Scandinavische landen en ook met andere omringende landen is Nederland weinig voortvarend in dit opzicht.

Niet ál te veel verlof. En liever ook geen quotum voor meer vrouwen in de top van het bedrijfsleven. In plaats daarvan blijft het kabinet – vooralsnog tevergeefs – hopen dat bedrijven zelf gehoor gaan geven aan het wettelijke streefcijfer van 30 procent vrouwen in de raden van bestuur en raden van commissarissen.

Waar Nederlandse bedrijven het alleen moeten uitleggen als ze dat streefcijfer niet halen, lopen Noorse bedrijven het risico van de beurs gehaald te worden als niet 40 procent van hun raad van commissarissen uit vrouwen bestaat.

Het is dan ook maar de vraag hoeveel kans het wetsvoorstel tegen ongelijke beloning maakt, dat Kamerlid Lilianne Ploumen (PvdA) in maart presenteerde. Bedrijven moeten daarin, naar IJslands voorbeeld, gaan bewijzen dat ze gelijk belonen – op straffe van een boete. „Een bureaucratisch monstrum”, vinden werkgeversorganisaties.

Lees hier meer over dat wetsvoorstel van Ploumen: Gaat een wet de loonkloof dichten?

Geen idylle

Vergeleken met Nederland mag de emancipatie in de Scandinavische landen een stuk verder zijn, toch is ook daar de gelijkheid tussen mannen en vrouwen in loon en carrièrekansen nog niet voltooid.

Ja, Noorwegen, IJsland, Denemarken en Finland hebben vrouwelijke minister-presidenten gehad, maar Zweden nog nooit. En ook in de Scandinavische landen bestaat er nog altijd een loonkloof tussen mannen en vrouwen. Beroepen die van oudsher door mannen worden gedaan kennen betere verdiensten dan de klassieke vrouwenberoepen. En ook al zitten er ook in de Scandinavische landen zonder quotum bovengemiddeld veel vrouwen in de raden van commissarissen van beursgenoteerde bedrijven, van de bestuursvoorzitters was in 2016 in Zweden nog altijd slechts 6 procent vrouw.

Bovendien nemen Scandinavische vrouwen nog steeds het merendeel van het ouderschapsverlof op dat verdeeld kan worden tussen beide ouders. Critici menen dat juist de genereuze duur daarvan vrouwen remt in een cruciale periode van hun carrière.

Huiselijk geweld tegen vrouwen komt in Zweden, Finland en Denemarken veel vaker voor dan gemiddeld in de Europese Unie. Een van de mogelijke verklaringen is verzet tegen de gendergelijkheid en woede over de relatief hoge status van vrouwen in deze landen, suggereren Enrique Gracia (Universiteit van Valencia) en Juan Merlo (Universiteit van Lund) in een onderzoek naar de zogeheten nordic paradox.

Deze „jonge, boze mannen”, zoals universitair hoofddocent Broomans ze noemt, vormen een probleem in Zweden. Dat is ook een van de conclusies van een onderzoek dat in 2013 in opdracht van de Zweedse overheid werd uitgevoerd. Zo presteren jongens er minder goed in het onderwijs en vallen ze ook vaker uit dan meisjes – mogelijk omdat de leermethode beter bij meisjes past.

Zeker onder jongens met een migratieachtergrond is de situatie „zorgelijk”. Het risico bestaat dat een groeiende groep mannen „dubbel wordt uitgesloten van de samenleving”: ze vinden geen werk, en geen partner. Uit onderzoek blijkt namelijk dat vrouwen, anders dan mannen, de voorkeur geven aan een partner die in een betere sociale positie verkeert dan zijzelf.

Er bestaat een tegenbeweging in de Scandinavische landen, zegt Broomans. Ze ziet het op sociale media en in debatten op televisie: mensen die vinden dat de vrouwenemancipatie te ver is doorgeschoten. De Noorse schrijver Karl Ove Knausgård veroorzaakte veel ophef in Zweden door te beweren dat hij impotent raakte doordat hij aanwezig was bij een babygymles van zijn dochter, en dat hij vreesde dat een gelijke verdeling in de zorg voor kinderen een bedreiging is voor zijn productiviteit als kunstenaar.

En afgelopen week werd bekend dat de Nobelprijs voor Literatuur dit jaar niet wordt uitgereikt, nadat in korte tijd meerdere leden van de Zweedse Academie, die de prijs toekent, waren opgestapt. Oorzaak is een schandaal rondom de echtgenoot van één van hen, Katarina Frostenson. Haar man – een Fransman – wordt er onder meer van beschuldigd achttien vrouwen te hebben aangerand.

Broomans: „Zweedse wetenschappers en schrijvers zijn boos omdat de Zweedse Academie deze #MeToo-affaire niet serieus heeft genomen.” De chaos bij de Zweedse Academie illustreert hoe ook in een land dat emancipatieranglijstjes aanvoert, de strijd nog niet gestreden is. „Ook in de Scandinavische landen moeten vrouwen nog steeds vechten.”

    • Anne Dohmen