Het bladgroen van de maretak lijkt geen nut te hebben

Biologie

Maretak is een parasitaire plant met eigen bladgroen. Uit genetische analyse blijkt nu dat de plant weinig kan met de eigen glucose.

Maretak Foto Victor Vizu / Wikimedia

In het Engels heet hij mistletoe, de wetenschappelijke omschrijving luidt Viscum album, in Nederland staat-ie ook wel bekend als ‘vogellijm’, maar de meest gangbare naam in ons land is maretak: de bolvormige groene struik die vooral in Zuid-Limburg vaak in bomen groeit. Een parasiet die zich aan takken hecht en er water en voedingsstoffen aan onttrekt. Of om precies te zijn: een hemiparasiet, die bladgroen bevat en dus ook een beetje zelf aan fotosynthese kan doen. Maar hoe nuttig die fotosynthese is, is nog maar de vraag, zo blijkt uit twee artikelen die deze week in Current Biology verschijnen. Onafhankelijk van elkaar deden Duitse moleculair biologen van het Max Planck Instituut in Potsdam en van de universiteit van Hannover onderzoek aan het genoom van de maretak.

Uit eerdere studies was al bekend dat in de mitochondriën van maretakcellen genen voor de vorming van een belangrijk eiwitcomplex ontbreken. Nu blijkt dat het desbetreffende ‘complex I’ in zijn geheel niet voorkomt in de maretak. Mitochondriën zijn de energiecentrales van alle cellen met een celkern, en zodra daar iets in verstoord wordt, heeft dat belangrijke gevolgen. Voor zover bekend is de maretak de enige meercellige die wél een celkern heeft maar niet over complex I beschikt. In eencellige organismen is dit al eerder waargenomen.

Door het ontbreken van complex I vermindert de zogeheten celademhaling: het proces waarbij in een cel glucose wordt omgezet in adenosinetrifosfaat (ATP). ATP is een energiedragend molecuul dat noodzakelijk is voor de stofwisseling. Met andere woorden: in theorie is de maretak dankzij die bladgroenkorrels wel in staat tot fotosynthese (waarbij koolstofdioxide en water worden omgezet in glucose en zuurstof), maar in de praktijk heeft de plant weinig aan die glucose. Mogelijk wordt ATP op andere plekken in de cel geproduceerd, schrijven de onderzoekers uit Hannover, en kan de maretak zodoende alsnog profiteren van glucose. Of misschien heeft de plant weinig suikers nodig vanwege de trage groei en het ontbreken van een wortelstelsel. En misschien ‘krijgt’ de maretak van zijn gastheer niet alleen water en mineralen, maar óók ATP-achtige moleculen.

De maretak wordt trouwens wel eens verward met de woekeringen die vaak in Nederlandse berkenbomen te zien zijn. Maar die ‘heksenbezems’ worden veroorzaakt door een schimmel. Die zorgt ervoor dat de boom een groot aantal zijtakken aanmaakt.