Column

Het algoritme als ideologie

Robbert Dijkgraaf bezocht de techies van Silicon Valley en vond vooral blind vertrouwen in de goede bedoelingen van de techreuzen. Wat voor samenleving willen wij eigenlijk?

Als Karl Marx zou terugkeren op aarde, zou hij een software-ingenieur zijn. Hij zou geen dikke politieke verhandeling schrijven, maar een computeralgoritme dat bepaalt wat de wereld leest, ziet, koopt en denkt. Geen Das Kapital, maar Der Algorithmus. Moderne ideologie is een icoontje op je telefoon.

Onlangs was ik op een conferentie met ‘techies’ uit Silicon Valley. Natuurlijk ging het gesprek over de controversiële invloed van sociale media en digitale technologie. Met name de recente schandalen rondom Facebook en diens rol bij de Amerikaanse verkiezingen stonden centraal.

Twee zaken vielen mij in die discussies op. Ten eerste, het blinde vertrouwen in de goede bedoelingen van de oprichters. Velen waren verongelijkt dat de geliefde internetfirma’s en hun leiders nu opeens onder vuur lagen. Ze hadden er het volste vertrouwen in dat zij uiteindelijk de wereld beter gingen maken, te beginnen met hun eigen producten.

Het tweede punt was cynischer. Alle maatregelen die nu worden voorgesteld om de privacy van burgers te beschermen en de vrijheid van internetbedrijven in te perken, werken uiteindelijk alleen maar in het voordeel van diezelfde reuzen. Zuckerberg is het gelukt zijn bedrijf op te bouwen dankzij de goedgelovigheid van de eerste generatie gebruikers die vrij hun data deelden. Je hebt een pioniersfase nodig met bijbehorende wildwesttaferelen om te kunnen uitgroeien van start-up tot megaconcern. Men was het dan ook unaniem eens dat Europa, met zijn nieuwe stringente privacy- en belastingmaatregelen, nooit een bloeiende internetcultuur zal krijgen.

Bekeerlingen

Mijn conclusie na enkele dagen onder deze bekeerlingen te hebben doorgebracht was, dat ideologie voortijdig is doodverklaard. Er mogen nog maar weinig communistische of fascistische regimes zijn, voor de moderne ideologie moeten we niet naar Noord-Korea reizen, maar naar het binnenste van onze computers en smartphones. Daar wordt steeds meer ons leven bepaald.

Wat voor samenleving willen wij? Wat zijn onze normen en waarden? Dit zijn niet langer vragen voor politici, economen en filosofen, maar voor machines en algoritmes. Computercodes bepalen welk nieuws we lezen en welk product we kopen, wat we denken en voelen. En steeds meer worden die codes niet door mensen geschreven, maar door de machines zelf.

Techneuten zien de samenleving als een enorme machine vol knoppen en schakelaars die moeten worden ingesteld. Niet lang geleden hadden we een mechanistisch beeld van de technicus, als monteur in de machinekamer gewapend met een oliekannetje en een waterpomptang. Het recente beeld is de software-ingenieur die de parameters van het zoekalgoritme bijstelt om zo een optimale maatschappij te creëren. Met de juiste balans tussen sensatiezucht en empathie, nieuwsgierigheid en privacy, entertainment en informatie. Misstanden worden gezien als afwijkingen van de correcte stand van de knoppen. De oplossing is een verdere aanpassing van het algoritme, dat lerend van zijn fouten steeds dichterbij het ideaal komt.

Nu is een zekere terugkeer van ideologieën wel welkom. De huidige politiek wordt vaak als bloedeloos ervaren. Men argumenteert pragmatisch per onderwerp. Een half procent erbij of eraf.

Het aantrekkelijke van een ideologie is dat die overkoepelende ideeën schetst en onderliggende gedachten blootlegt. Een visie gaat niet uit van concrete antwoorden, maar van het zoekproces. Precies het verschil tussen een algoritme en een uitkomst, zou de informaticus zeggen. Ook een computer is een machine die op systematische wijze aan iedere input een output toekent.

Normen en waarden

Alleen is het uiterst onwaarschijnlijk dat zo’n optimale visie bestaat: een verzameling normen, waarden, leefregels die het geluk van ons allen maximaliseert. De confrontatie met alwetende ideologieën is wereldwijd een bloederig experiment gebleken. Er is geen Mount Everest in het morele landschap die boven alles uit torent, maar er is een reeks bergtoppen, ieder met zijn eigen compromissen en onvolledigheden.

Dit is een gedachte die in Silicon Valley weinig leeft. Men gelooft heilig in zelflerende algoritmes die ons naar een universele utopie leiden. Een planeconomie zonder planners, de samenleving als bijrijder in een zelfrijdende auto.

Misschien dat hier het rommelige mensenverkeer inspiratie kan bieden, waar ideeën met elkaar in een gezonde competitie verkeren. Ik wil niet één universele internetgigant die bepaalt welk nieuws ik lees, welke films ik zie, waarheen ik op reis ga en wat ik koop. Ik wil zelf kiezen welk diensten ik gebruik. Als de wereld iets nodig heeft is het meer en verschillende Facebooks en Googles.

Een wereld geleid door de andere Marxistische ideologie, die van de komiek Groucho met zijn uitspraak: „Dit zijn mijn principes en als die je niet bevallen, heb ik andere.”

Robbert Dijkgraaf is directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton.