Een half jaar zonder smartphone

Smartphonevrij

In 2014 deed Hanneke Hendrix haar iPhone weg: ze was verslaafd aan sociale media en wilde afkicken. Nu is ze smartphone-vrij. Het komende half jaar volgt ze voor NRC acht anderen die deze week – soms met angst en beven – hun telefoon inruilden voor een ouderwetse Nokia.

Illustratie Roland Blokhuizen

Het zaadje voor dit project werd geplant toen ik bij een goede vriend op de bank zat en een enorme Nokia uit mijn tas haalde. Toen hij de telefoon zag, zei hij ook graag weer een dumbphone te willen. Dat hij gek werd van Twitter en Facebook en de mail en WhatsApp.

„Dan dóe je dat toch?” zei ik. „Ik heb thuis nog wel een ouwe telefoon liggen. Die mag je zo hebben.” Hij wilde heel graag, maar hij moest er nog over nadenken.

Daarna begon me pas op te vallen hoeveel mensen net zo reageren op mijn oude telefoon: ze lachen, om vervolgens te vertellen dat ze gek worden van het dwangmatig checken van hun smartphone. Maar: het WhatsAppen is ook heel erg leuk, grootouders willen foto’s van de kinderen, de baas verwacht dat ze altijd en snel bereikbaar zijn. Dan worden deze voordelen weer afgezwakt: de appgroepen zijn wel leeg en saai en kosten veel tijd, deelnemers zijn soms meer bezig met een foto maken dan met het kind zelf, en het is eigenlijk onzin dat ze constant voor werk bereikbaar moeten zijn. Kortom: iedereen wil van de smartphone af, maar niemand kan zonder.

Bekijk ook deze video: Dit is waarom je alwéér op je telefoon kijkt

iPhone in een breimandje

Ik besloot mijn smartphone weg te doen toen ik mezelf voor mijn voordeur vond – de sleutel tussen mijn tanden, nog half op de fiets – terwijl ik drie WhatsApp-gesprekken aan het voeren was. Waar was ik in godsnaam mee bezig? Ik kreeg de deur niet open zonder afgeleid te raken. Al vaker had ik mezelf betrapt op het openen van Facebook op mijn smartphone terwijl datzelfde Facebook al open stond op mijn de laptop. En ik had geprobeerd te minderen door meldingen uit te zetten, mijn telefoon ’s nachts in de woonkamer te laten, apps te wissen. Het hielp allemaal niets. Als ik niet kon slapen, trippelde ik gewoon de trap af en opende de browser om te kijken of er ergens op de wereld nog iets was gebeurd.

Nu was ik er klaar mee. Ik kocht twee simkaarten, deed er eentje in een oude Nokia en verstopte de smartphone in het breimandje van vrienden die in een afgelegen dorp wonen.

De eerste twee weken was ik euforisch. Het was me gelukt! Ik was vrij! De lucht leek blauwer, de bomen groener, ik kreeg weer lucht.

Lees ook: Hoe de smartphone ons verslaafd maakt

Toen kwam er een terugslag. Ik voelde me neerslachtig en leeg, onrustig zelfs. Ik pakte steeds opnieuw mijn telefoon op, waar natuurlijk nooit iets op gebeurde. Ik miste de ruis. Als ik op dat moment mijn smartphone thuis had gehad, had ik ’m weer gepakt.

Dat duurde een kleine week. Daarna was ik niet euforisch, niet somber: ik was gewoon rustig. Ik merkte dat ik weer gedachten af kon maken. Het lukte me weer om een artikel in de krant uit te lezen, om voor me uit te kijken. Het voelde alsof ik mijn verstand weer terug had – beter kan ik het niet omschrijven.

Nu is het niet zo dat ik nooit meer online ga. Ik ben nog steeds verslaafd, ik lig bijna iedere avond met mijn laptop op mijn buik voor de televisie. Het verschil is alleen dat je een laptop niet bij het stoplicht uit je tas trekt, of als je uit eten bent, of op de bus zit te wachten.

En natuurlijk zijn er ook nadelen. Ik mis vaak feestjes omdat ik geen WhatsApp meer heb, ik moet routeplanningen vooraf opschrijven en als er iets leuks gebeurt moet ik het onthouden, in plaats van er een foto van te maken. Ik verdwaal soms. Vaak maak ik dan gebruik van wat ik de smartphoneschil noem: iedereen om me heen heeft er wél een.

Zo was ik laatst in Tilburg de weg kwijt. Het was donker en het vroor, en ineens zag ik een wit geschminkte vrouw in een zwarte cape staan, die een stalen lampion vasthield. Of ze wist waar De Vorst was? Natuurlijk, loop maar mee. Zo werd ik door een spookverschijning door een donkere stad geleid. Later bleek ze gewoon theatrale rondleidingen te geven, maar goed, dat terzijde.

Eén keer een terugval

Eén keer kreeg ik een terugval, toen ik een depressie had nadat mijn dochter was geboren. Waar anderen in stressvolle situaties weer beginnen met roken, begon ik weer met mijn rondje WhatsApp, Instagram, Facebook, nieuwssite, Twitter, roddelblog, andere nieuwssite. Na een dag zat ik weer vastgeplakt, tot mijn grote ergernis. Pas toen ik de depressie weer te boven was, lukte het me de Nokia terug te pakken.

Ik dacht: wat als ik hier nou eens een project van maak? Als ik anderen kan overhalen mee te doen? Want ik ben ervan overtuigd dat als je een paar weken van je smartphone af bent, je erachter komt dat het prima gaat: leven zonder. We maken onszelf wijs dat het apparaat nu eenmaal onmisbaar is, maar dat we ook zonder problemen even zonder zouden kunnen, als het nodig is. Toevalligerwijs is dat precies wat verstokte rokers zeggen.

Het verzamelen van de deelnemers had veel voeten in de aarde. Niet zozeer omdat niemand wilde, maar omdat mensen weer terugkrabbelden. Zo ging ik in één week van tien deelnemers naar twee, naar elf, naar zeven. Sommigen bedachten zich omdat hun werk eronder zou lijden, anderen mochten niet meedoen van hun partner. De helft van de afmeldingen kwam ’s nachts of in de vroege ochtend, en het begon altijd met de variatie op ‘Ik heb de hele nacht wakker gelegen en besloten het niet te doen.’

Bijna alle mensen die nu meedoen, hebben negatieve reacties gekregen uit hun omgeving toen ze vertelden over hun deelname. Boze grootouders die foto’s van de kleinkinderen worden ontnomen, vrienden die zeggen dat cold turkey gaan, in plaats van gewoon minderen, een teken van zwakte is. Er kwam zelfs een bestuur bijeen om te vergaderen over ‘de ophanden zijnde onbereikbaarheid’ van een van onze deelnemers.

Misschien blijkt uit dit project dat het niet meer mogelijk is zonder smartphone te leven. Dat kan. Toch blijf ik het wonderlijk vinden dat er mensen zijn die genoegen nemen met een leven waarin ze vlak voor het slapengaan niet hun partner kussen, maar nog even snel een selfie sturen naar een WhatsApp-groep.

    Dit zijn de acht vrijwilligers

  1. Helen Basten (36)

    Eigenaar Spin Projecten

    Verloofd, twee kinderen van 3 en bijna 1

    Foto Lars van den Brink

    „Iedere avond zit ik vastgeplakt aan WhatsApp en Facebook. Ik merk dat mijn concentratievermogen erg slecht is en dat ik vergeetachtig ben. Ik hoop dat ik veel meer rust in mijn hoofd krijg. Ik ruil ook mijn werktelefoon in en ik vraag mij af wat dat brengt. Minder klussen? Meer klussen? Gedoe met opdrachtgevers? Mijn ouders balen enorm, vanwege het gemis aan foto’s van de kleinkinderen. Eigenlijk schrikt iedereen, en mensen vragen zich af of dit nu wel verstandig is.”

  2. Inge Seuren (43)

    Officemanager van Academie voor Gedragskennis

    Relatie, één kind van 7

    Foto Lars van den Brink

    „Ik wil graag een goed voorbeeld zijn voor mijn zoon. Ik vind dat ik te veel op de smartphone bezig ben en ik heb te weinig zelfdiscipline om dit patroon in mijn eentje te doorbreken. Ik heb vorig jaar een week volledig offline geprobeerd: geen smartphone én geen laptop. Dat beviel heel goed. Er is wat deze zes maanden betreft nog niemand geweest die heel erg begripvol en positief heeft gereageerd. De meeste reacties zijn in de richting van ‘Waaróm in godsnaam?’”

  3. Sandro van der Leeuw (27)

    Schrijver, student beeldende kunst

    Single

    Foto Lars van den Brink

    „Ik ben relatief laat begonnen met de smartphone. Mijn idee was: hoe langer ik wacht, hoe minder ik hem nodig zal hebben. Dat bleek binnen een week al een misvatting. Hoewel ik een haatverhouding heb met mijn iPhone, hebben alle stappen die ik heb ondernomen om mezelf ertegen te beschermen geen baat gehad. Het lukt me niet weerstand te bieden op momenten dat ik me verveel, als ik moet wachten of als ik me ongemakkelijk voel. Verrassend genoeg krijg ik uitsluitend positieve reacties uit mijn omgeving. Ik geloof dat iedereen er eigenlijk vanaf wil en behoefte heeft aan een wereld met minder prikkels en sociale druk.”

  4. Peter Castrop (55)

    Bedrijfsjurist bij ProRail

    Getrouwd, twee kinderen van 16 en 18

    Foto Lars van den Brink

    „Vroeger hadden we op mijn werk nog van die blocnootjes die we ‘Van-Aantjes’ noemden. Daar schreef je je bericht op en dan legde je het vel in de postbak. Iemand verdeelde die blaadjes dan weer over de afdeling. Ik mis die tijd weleens. Ik verwonder me vaak over andermans telefoongebruik. Dat je bij een concert staat en dat iedereen het concert door zijn smartphonescherm bekijkt. Zonder smartphone zie je meer, denk ik. Ik ben vooral benieuwd wat het met me gaat doen als ik mijn telefoon heb omgeruild. Of het de rust gaat opleveren waar ik op hoop.”

  5. Emina Cerimovic (30)

    Wetenschappelijk medewerker WRR, ministerie van Algemene Zaken

    Single

    Foto Lars van den Brink

    „Ik ben al enige tijd actief bezig om mijn smartphonegebruik te verminderen. Ik hoop met dit project de laatste stap te zetten naar meer rust en focus. Eens kijken of het mogelijk is in deze tijd om sociaal verbonden te blijven zonder alle afleidende en energiezuigende accounts en apps. Twee vrienden benadrukten dat ze vinden dat je eigenlijk door middel van zelfdiscipline het smartphonegebruik zou moeten terugdringen. Een andere vriend zei dat we moeten leren leven met zaken als artificial intelligence, want het is een fact of life en we kunnen nou eenmaal niet terug naar het stenen tijdperk.”

  6. Kim van Beem (35)

    Community & contentmanager bij Babboe bakfietsen

    Relatie, twee kinderen van 5 en 1,5

    Foto Lars van den Brink

    „Toen mijn thuisfront steeds vaker klaagde over mijn smartphonegebruik, vond ik het mooi om als voornemen voor het nieuwe jaar minder met mijn telefoon bezig te zijn. Al na een week zat ik weer aan tafel met mijn telefoon en werd ik soms gek van mijn eigen gedrag. Als ik zeg dat ik voor een halfjaar mijn smartphone inlever schrikken mensen, maar iedereen herkent zich wel in mijn argumenten om mee te doen. Ook zij zitten dagelijks uren op hun telefoon. Ik hoop dat de relaties die ik nu heb met mensen die ik dagelijks ‘spreek’ niet veranderen.”

  7. Koen Caris (29)

    Schrijver

    Relatie

    Foto Lars van den Brink

    „Ik vind het als freelance schrijver moeilijk om een goede balans te vinden in m’n telefoongebruik. Om goed te kunnen schrijven heb ik stilte nodig, een bepaald soort concentratie. Die wordt bij elk pingeltje en belletje verstoord. De afgelopen jaren schreef ik vooral voor theater en radio, maar sinds kort werk ik aan mijn eerste roman. Omdat dat zo’n enorm project is, wordt concentratie alleen maar belangrijker. En omdat het tegelijkertijd eng is, is de verleiding om afleiding te zoeken ook groter. Tot mijn verbazing zijn een paar mensen echt een beetje gepikeerd dat ik dit ga doen. En mijn vader maakt zich vooral zorgen omdat ik geen kaart van Amsterdam in huis heb.”

  8. Gemma Venhuizen (32)

    Wetenschapsjournalist, werkzaam bij NRC

    Single

    Foto Lars van den Brink

    „Ik grijp te vaak naar mijn smartphone op momenten dat ik vroeger zat te dagdromen en ik merk dat mijn aandachtsspanne korter wordt. Ik wil niet altijd voor iedereen bereikbaar hoeven zijn en ik heb een haat-liefdeverhouding met WhatsApp. Als ik met een leuke man aan het daten ben, controleer ik veel te vaak mijn telefoon of hij al iets gestuurd heeft. Ook ben ik soms te impulsief in het versturen van berichtjes, bij sms gaat dat toch trager. ‘Kan dat wel, met jouw werk?’ hoor ik drie keer per dag. Ik droomde dat ik bij de telefoonruil een met mos begroeide Nokia in ruil voor mijn smartphone kreeg. Dat zal wel meevallen. Hopelijk.”

    • Hanneke Hendrix