Dorine Mignot ging door roeien en ruiten voor wat ze wilde

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Conservator Dorine Mignot (1944-2018) maakte zich bij het Stedelijk Museum Amsterdam sterk voor performance- en videokunst.

Dorine Mignot en de Amerikaanse kunstenaar Jeff Koons in 1992 in het Stedelijk. Martijn van Nieuwenhuyzen

Televisie zou een belangrijke rol gaan spelen in de kunst. Als jonge conservator bij het Stedelijk Museum Amsterdam was Dorine Mignot daarvan overtuigd. Kort na haar aantreden in 1974 wierp zij zich op als pleitbezorger van videokunst, destijds een nog nauwelijks geaccepteerde kunstvorm.

Maar hoe exposeer je ruimtelijke video-installaties in zalen die voor schilder- en beeldhouwkunst zijn ontworpen? De Koreaanse kunstenaar Nam June Paik, vaak ‘de uitvinder van de videokunst’ genoemd, opende Mignot de ogen voor de mogelijkheden van het nieuwe medium. In 1979 stelde zij een grote tentoonstelling van Paik samen. En ze zorgde ervoor dat het Stedelijk zijn TV Buddha (1974) aankocht.

Deze installatie geldt nu als een van de iconische werken uit de museumcollectie. Een camera filmt een groot achttiende-eeuws Boeddhabeeld. De opname verschijnt live op de televisie die tegenover de Boeddha is opgesteld. Als museumbezoekers binnen het bereik van de camera komen, participeren ze in het kunstwerk.

Toenmalig Stedelijk-directeur Edy de Wilde voelde niet zoveel voor de aankoop van de Boeddha-installatie. Maar zijn toen 35-jarige conservator bleef net zolang op hem inpraten tot ze haar zin kreeg.

Dorine Mignot, die 9 april na een lang ziekbed op 73-jarige leeftijd overleed, was gedreven en vasthoudend. Dat zegt Stedelijk-conservator Martijn van Nieuwenhuyzen, zestien jaar lang haar collega. „Als Dorine iets in haar hoofd had, ging ze door roeien en ruiten.”

Ze was „superenthousiast”, zegt Gerald van der Kaap, de Nederlandse veejay en kunstenaar die in 1991 door Mignot werd benaderd voor een tentoonstelling. Van der Kaap bewaart goede herinneringen aan de inhoudelijke gesprekken én aan haar flexibiliteit: „Niet dat zuinige, en dat geneuzel, dat ik nu vaak tref. Indertijd was ik niet zo tevreden over het interview dat ze me voor de tentoonstellingscatalogus had afgenomen. Ik vroeg Dorine of ik dat gesprek zelf mocht maken. ‘Zet ik jouw naam er wel bij.’ Nou, zo is het gebeurd, deed ze niet moeilijk over.”

Ook de Amerikaanse videokunstenaar Bill Viola, die Mignot in 1998 vroeg zijn rondreizende overzichtstentoonstelling voor het Whitney Museum in New York onder haar hoede te nemen, roemt Mignots gedrevenheid. „Dorine stond altijd open voor experimenten. Ze geloofde in de artistieke mogelijkheden van video en noemde het een nieuw gereedschap voor zelf-expressie, dat kunstenaars bevrijdde van de schilder- en beeldhouwkunst.”

Dorine Mignot en de Amerikaanse kunstenaar Bill Viola in 1998.

Mignot realiseerde tientallen tentoonstellingen over videokunst. Baanbrekend waren de thematentoonstellingen Het Lumineuze Beeld (1984) en The Arts for Television (1987). Die laatste expositie inventariseerde de mogelijkheden van het massamedium voor de distributie van kunst. Verwacht werd dat videokunst zich zou lenen voor opvoedkundige doeleinden. Jaren later sprak Mignot van „een verloren utopie”.

Ze maakte zich binnen het museum ook sterk voor een andere vorm van zogenoemde time based arts: de performance. En in de jaren negentig, toen de nieuwe kunstvormen een plek hadden gekregen in het museum, maakte Mignot ook andersoortige tentoonstellingen. Samen met haar toenmalige partner, Stedelijk-directeur Wim Beeren, was ze bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de exposities van Jeff Koons en Sigmar Polke (beide in 1992).

Ook op andere manieren drukte Mignot haar stempel op het Stedelijk. Collega’s schoven haar naar voren als voorzitter van de ondernemingsraad. Door haar strategische kwaliteiten was ze daarvoor geknipt, zegt Van Nieuwenhuyzen.

Niet alleen ventileerde Mignot regelmatig haar opvatting dat het Stedelijk een museum voor iedere Amsterdammer moest zijn, ook heeft ze zich intensief bemoeid met de verzelfstandiging, en de renovatie- en nieuwbouwplannen. Van Nieuwenhuyzen: „ Bestand tegen druk, rigoureus als het nodig was en altijd maar doorzetten – zó was Dorine.”

Als een van de eersten nam Mignot het initiatief om van performances en happenings van kunstenaars videoregistraties te laten maken. Dat liet ze bijvoorbeeld doen bij optredens van Marina Abramović, Nan Hoover en Lawrence Weiner in het Stedelijk.

Op de vraag hoe hij zich Dorine Mignot herinnert, stuurde Weiner een statement naar de krant. Met deze statements, die de 76-jarige conceptuele Amerikaanse kunstenaar doorgaans in grote kapitalen op museumwanden aanbrengt, werd hij wereldberoemd.

Suggesties voor deze rubriek zijn welkom op necrologie@nrc.nl.