Recensie

De tussentaal van Vlaanderen: ‘Hebde gij ook zo’nen honger?’

Boekrecensie

Vlamingen spreken in informele situaties vaak ‘tussentaal’: iets tussen standaardtaal en dialect in.

Nederlanders vinden het Vlaams charmant, grappig, pittoresk. Als we de Vlaamse taalkundigen die het boek De vele gezichten van het Nederlands in Vlaanderen hebben samengesteld, mogen geloven, is dat typisch de manier waarop sprekers van een dominante taalvariëteit (het ABN) kijken naar een niet-dominante variëteit. Leuk, maar je hoeft het verder niet al te serieus te nemen.

In de vorige eeuw heeft Vlaanderen geprobeerd over te schakelen op het ABN, het Standaard Nederlands van de Randstad dus. Dat is niet heel goed gelukt. Sinds de jaren 90 lijkt dat ook niet meer het ideaal. In situaties waarin Nederlanders een soort informeel ABN spreken, bedienen de Vlamingen zich vaak van iets dat Vlaamse taalkundigen ‘tussentaal’ zijn gaan noemen. Iets tussen standaardtaal en dialect in.

Dit boek over de vele gezichten van het Vlaams gaat vooral over tussentaal. Dat klinkt dan zo: „Hebde gij ook zo’nen honger?” „Denkt-em da?” (Denkt-ie dat?) „Da steek zo nauw nie.” (Dat komt niet zo nauw). In tussentaal zeg je ook dingen als „ne kleinen bakker”, „een klein tafel”, „mijne stoel” en „diejen boek”.

Ook is het mogelijk om in een zin het onderwerp te verdubbelen. „Ge bedoelt gij Café De Robot zeker?” of “Ik heb ekik da nooit gewild” (ik heb dat nooit gewild).

Als Nederlander denk je dat hier een dialect wordt gesproken, of de light-versie van een dialect, maar dat is niet zo. Want Vlamingen gebruiken in hun tussentaal soms dialectverschijnselen die uit ándere dialecten komen dan het dialect dat ze zelf van huis uit spreken.

Die tussentaal is overigens enorm in beweging. En uiterst variabel. Iemand kan in de ene situatie zeggen „Hebde gij ook zo’nen honger?”, en in een andere, wat formelere situatie: „Hebt gij ook honger?”. Ook is er veel variatie tussen verschillende sprekers.

Het is denkbaar dat dit langzaam gaat convergeren tot een nieuwe standaardvariëteit, een soort Standaardvlaams dus, dat wezenlijk anders klinkt dan het Standaardnederlands – zoals het Standaardamerikaans ook significant afwijkt van het Standaardbrits.

Soap-vlaams

Nogal wat Vlamingen hebben hun bedenkingen over dit informele Vlaams. Ze noemen het „lui Vlaams”, „nepdialect” of „soap-Vlaams” en hebben nog het oude ideaal voor ogen van één standaardtaal voor Nederland en Vlaanderen. Maar de vraag is: willen mensen nog wel zo’n neutrale standaardtaal? Of willen ze een Standaard Nederlands dat ze zelf een beetje kunnen inkleuren? Belgen gingen tot 1990 steeds ‘Nederlandser’ praten, maar daarna groeiden het Vlaams en het Hollands weer een beetje van elkaar af. En dat is ook wel logisch. Een Belg voelt zich geen Hollander, dus waarom zou hij als een Hollander spreken? Bovendien voelde het ABN in België altijd ongemakkelijk, „als een zondags pak”, zoals taalkundige Dirk Geeraerts het formuleert.

Daar komt bij dat mensen in deze postmoderne tijd hun zelfbeeld niet meer ophangen aan één dominante identiteit. Je kunt tegenwoordig heel goed én Gentenaar, én Vlaming, én Europeaan zijn, en tegelijkertijd heavy-metal-liefhebber en huisarts. Bij elk van deze hoedanigheden hoort een (net iets) ander taalgebruik.

Een mooi voorbeeld daarvan is deze Marokkaanse jongen van twintig uit Antwerpen: „Zie, zeker als Marokkaan hé, als ge, snapte, als ge mee Belgen begint te praten mee zo’n taaltje van pam-pam dan zeggen die dan denken die amai joeng die kan geen Nederlands, maar als ge gelijk ons zee dan denken die amai joenge die kennen beter Nederlands dan ons potverdoeme hoe komt da?” Deze jongen wisselt tussentaal („ge”, „snapte”, „mee”, „gelijk”, „zee”) af met onversneden Antwerps dialect („amai”, „joenge”, „potverdoeme”).

Behalve over tussentaal gaat het boek ook over het rijke verleden van het Vlaams, over dialecten en over het taalgebruik van Vlaamse migranten. Het is uiterst informatief, gebaseerd op zeer degelijk wetenschappelijk onderzoek, en af en toe een beetje schools.

    • Berthold van Maris