De overkant denkt anders over de brug

Javabrug In 2025 moeten dagelijks zo’n 30.000 fietsers over de Javabrug rijden. Maar eerst mogen Amsterdammers nog meepraten over waar hij precies komt te liggen.

Op deze afbeelding is 'variant 5' te zien, een van de twee oostelijke varianten van de brug. Artist impressions Gemeente Amsterdam

Dát hij er komen gaat, die Javabrug, staat zo goed als vast. Maar wáár precies? Verspreid over twee avonden – en twee IJ-oevers – presenteerde de gemeente Amsterdam vorige week haar ontwerpen voor de nieuwe fietsbrug die de stadsdelen Oost en Noord vanaf 2025 moet verbinden. „Eindelijk”, klinkt het in Noord. Maar aan de overkant zijn meer twijfels.

Centraal in de plannen staat de Jan Schaeferbrug, die het Java-eiland verbindt met de Piet Heinkade en dwars door Pakhuis de Zwijger loopt. In dat debatcentrum vond 23 april ook de eerste participatiebijeenkomst plaats over de ontwerpen voor de Javabrug. Een deel van het publiek weet al wat komen gaat: zij werden een paar dagen eerder bij een besloten bijeenkomst geïnformeerd over de zes opties voor de Javabrug.

Tijdens de presentatie van projectleider Bas Boeker zitten ze soms hoofdschuddend en zuchtend te luisteren. Al snel wordt duidelijk wat hen dwarszit: in drie varianten wordt de Jan Schaeferbrug verhoogd met een fietsviaduct dat op de Tosaristraat langs appartementen loopt. Als tijdens de presentatie een schets verschijnt van het uitzicht vanuit een van de woningen – een fietser die over het viaduct voorbij snelt – breekt in de zaal rumoer en gelach uit. Het is duidelijk dat deze varianten een „enorme impact” zullen hebben op wonen in de Tosaristraat, erkent Boeker. Applaus is er als iemand in de zaal voorstelt om helemaal geen brug te bouwen.

Mensen kunnen hun zorgen na de presentatie kwijt bij verschillende inspraaktafels, waar ze met een van de veertig ambtenaren van de gemeente in gesprek kunnen. Niet alleen bewoners van de Tosaristraat zijn bezorgd, zo blijkt.

Natalja en Marco staan bij de inspraaktafel van een van de twee oostelijke varianten van de brug. Zij wonen aan de Sumatrakade en vrezen voor hun uitzicht. „De oostelijke varianten zijn het meest horrible”, zegt Marco. „Wij wonen op het deel waar recht voor ons een ophaalbrug en lift zouden komen”. Ze zijn überhaupt niet zo enthousiast over de komst van de brug. „Wij wonen nu in een rustige buurt in een drukke stad”, zegt Natalja. En die rust dreigt met de komst van de brug te verdwijnen, vreest ze. De gemeente verwacht dat dagelijks zo’n twintig- tot dertigduizend fietsers gebruik gaan maken van de brug. En dan is nog niet besloten of er straks bromfietsers overheen mogen.

Het verwachte aantal gebruikers geeft ook inzicht in waarom de gemeente denkt dat een brug noodzakelijk is. De reizigersstroom tussen Noord en de rest van de stad kan in de periode tot 2030 verdubbelen. De pontjes die nu varen en de metro die per 22 juli gaat rijden, zijn over een paar jaar al niet meer genoeg om de aantallen op te vangen. Bovendien lopen veel van die routes via het Centraal Station, waar het al te druk is en waar een minderheid van de reizigers die dagelijks oversteken echt moet zijn.

Zorgen zijn er ook aan de overkant van het IJ, bij de tweede bijeenkomst in de Kromhouthal op dinsdag. Hier wordt met name gevreesd voor varianten van de brug die langs woningen aan de Motorwal omhoog lopen. „Dit maakt de situatie voor mensen aan de Motorwal onleefbaar”, waarschuwt een aanwezige.

Andere vragen zijn er over de toegankelijkheid van de brug voor mindervaliden. Net als de avond ervoor, wordt de optie van een tunnel meerdere keren genoemd.

Nog een vraag die aan beide kanten leeft: is gekeken naar de verkeersveiligheid aan het begin en einde van de brug?

Een brug over het IJ is volgens Rien Heukelom uit Noord „onontkoombaar”, al mag dat niet koste gaan van de pontjes. Hij vraagt de gemeente rekening te houden met mindervaliden zoals hij. Komen er bankjes om te rusten? En hoe zorg je dat mensen die de lift nodig hebben, moeten wachten of met kapotte liften zitten? „Als er een lift komt, dan zal die ook worden gebruikt door fietsers en mensen die hem niet nodig hebben.”

Ook bij de inspraaktafels in de Kromhouthal worden gretig post-its geplakt. Het is een groen briefje dat opvalt als de avond ten einde loopt: „Eindelijk een brug wacht hier hele leven al op in Noord.” Een medewerker van de gemeente concludeert: „Geen stad staat bekend om zijn tunnel.”

De consultatieperiode loopt tot 18 mei. De resultaten daarvan en een besluit over de ligging van de brug worden later dit jaar verwacht. Een definitief besluit volgt in 2019.
    • Laura Klompenhouwer