De onbedoeld sterke dollar van Trump

In januari, tijdens het World Economic Forum, brak de Amerikaanse minister van Financiën Steve Mnuchin met een lange traditie van zijn voorgangers. Die zeiden altijd dat ‘een sterke dollar in het belang is van de VS’. Mnuchin niet: „Natuurlijk”, zei hij, „is een zwakke dollar goed voor ons, omdat dit te maken heeft met handel en kansen.”

Dat een vooraanstaand lid van de Amerikaanse regering de zwakte van zijn eigen munt verwelkomt is één ding. Maar dit viel allemaal ook nog eens in de vruchtbare grond van president Trumps dit jaar gestarte handelsoffensief.

Bij de nieuwe, Trumpiaanse visie op handel als zero sum game hoort logischerwijs het verzwakken van de eigen munt. Dat droeg ertoe bij dat veel analisten voorspelden dat de dollar, die dit jaar op een koers van iets meer dan 1,20 dollar per euro begon, zou verzwakken naar minstens 1,30 dollar per euro. Maar het tegendeel blijkt het geval. Inmiddels staat de Amerikaanse munt onder de 1,20 dollar, en ook tegenover een mand van internationale valuta’s is hij sterker dan begin dit jaar.

Hoewel wisselkoersen lastig te verklaren, laat staan te voorspellen zijn, mag worden geconcludeerd dat met name het verschil in economische groei tussen de VS en de rest van de wereld een belangrijke factor is. Dat geldt met name voor de EU, die een zwak kwartaal achter de rug heeft. Terwijl nu verwacht wordt dat de Amerikaanse centrale bank de rente nog twee of misschien wel drie maal verhoogt dit jaar, groeien juist de twijfels over de beloofde afbouw van het zeer ruime monetaire beleid van de ECB per september.

Goede Amerikaanse werkgelegenheidscijfers, met een dalende werkloosheid tot 3,9 procent, leidden vrijdag tot een hernieuwde dollarsterkte, tot bijna 1,19 dollar per euro. Dat heeft gevolgen. Veel overheden, bedrijven en burgers in opkomende landen zijn leningen in dollars aangegaan. Hoe sterker de dollar wordt en hoe hoger de Amerikaanse rente, hoe lastiger rente en aflossing op die dollarleningen worden. De Azië-crisis van 1997-1988 begon net zo.

Ook nu is er het eerste gerommel. Argentinië probeerde vrijdag met forse renteverhogingen te voorkomen dat zijn peso te ver wegzakte. Veel andere munten, van de Poolse zloty tot de Mexicaanse peso en de Turkse lira, ogen plotseling kwetsbaar. Zogenoemde carry trades, waarbij beleggers tegen een lage rente dollars lenen, en die tegen een hoge rente beleggen in de munten van opkomende landen, wikkelen nu haastig en paniekerig af. Al die geleende dollars moeten weer worden teruggekocht, en dat drijft de koers van de Amerikaanse munt nog verder op.

In de EU-landen is het effect pervers: de dalende euro leidt tot nog grotere overschotten op hun betalingsbalans, die juist de Amerikanen een doorn in het oog zijn. En de ironie van dit alles? Misschien is het wel het belastingplan van president Trump dat de groeispurt veroorzaakt die de dollar sterker maakt. En de belastingverlaging die Amerikaanse bedrijven moet verleiden hun grote in het buitenland gestalde cash-bergen weer naar de VS terug te brengen. Zie Apple, dat deze week zei 100 miljard aan zijn aandeelhouders terug te geven.

Het is al gezegd: Trumps stimuleringsplan stond haaks op zijn handelspolitiek. De rest van de wereld gaat daar nu last van krijgen.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.

    • Maarten Schinkel