Recensie

Botsing tussen zwart en wit in ‘Beneatha’s Place’ stemt droevig

Theater ‘Beneatha’s Place’ is de opvolger van het succesvolle ‘A Raisin in the Sun’. De speelstijl is wervelend, de boodschap is echter dat racisme niet weg is te branden.

Joy Wielkens (rechts) als Beneatha en Jetty Mathurin als tante Fola in ‘Beneatha’s Place’.

Het toneelbeeld spreekt boekdelen: dozen met karikaturale afbeeldingen van zwarten vullen langzaam de speelvloer. Op een van de dozen staat zelfs: „De neger die wit wilde zijn”, naar een gelijknamig Nederlands kinderboek uit 1947. Acteur Mandela Wee Wee vertolkt in Beneatha’s Place door Well Made Productions een partijlid die de onafhankelijkheid van Nigeria (1959) nastreeft. Zijn vrouw Beneatha, gespeeld door Joy Wielkens, is Amerika ontvlucht wegens racisme. In Nigeria hoopt ze op een nieuwe toekomst voor haar man en kind. Maar racisme en de botsing tussen zwart en wit zijn niet weg te branden.

Beneatha’s Place, geschreven door Kwame Kwei-Armah, is een vervolg op A Raisin in the Sun en vormt een drieluik over de familie Younger. Aan deze nieuwe voorstelling kleeft helaas een nadeel: de dialogen zijn te uitgesponnen en missen scherpte. De beslist interessante en ook pijnlijke discussies over zwarte identiteit in een witte wereld eindigen vaak in een patstelling: het probleem lijkt onoplosbaar, ook al probeert Beneatha als universitair decaan de verschillen te overwinnen.

In de openingsscène verlaten blanken hun huis, dat door Beneatha en haar man bewoond gaat worden. Fockeline Ouwerkerk toont Beneatha de gemakken van een huis voor witten, zelfs de werking van een kraan legt ze uit. Wrange situaties als deze maken de voorstelling krachtig en helder. Voormalig politicus Boris van der Ham weet overtuigend de blanke man neer te zetten die óók wanhoopt aan zijn aangeboren superioriteitsbesef. Op een bepaalde manier wekt Beneatha’s Place echter een droeve indruk, ondanks de vaak hilarische scènes en de bij vlagen wervelende speelstijl: de strekking lijkt dat gekleurd en wit nooit tot elkaar zullen komen, dat er geen oplossing is uit het dilemma.

Dat maakt benieuwd naar het derde deel, hoe liggen dan de verhoudingen?

    • Kester Freriks