Azc of niet, in Wassenaar rennen de kinderen samen over het veld

Sportclinic Hockeyer Floris van der Linden (HGC) laat kinderen uit Nederland sporten met kinderen uit azc’s. Om barrières weg te nemen.

Kinderen van Nederlandse komaf en kinderen uit azc’s sporten een dag samen bij hockeyclub HGC. „Sport verbindt.” Foto’s Merlin Daleman

„Wie van jullie was al om zes uur wakker?”, vraagt hockeyer Floris van der Linden. Uit alle hoeken van het clubhuis van HGC in Wassenaar klinkt een overtuigend ‘ik’. 95 enthousiaste kinderen - de één keurig stilzittend op een stoel, de ander breeduit hangend over een tafel - hebben zich op deze eerste dag van de meivakantie verzameld. Twintig Nederlandse jongens en meisjes en 75 ‘nieuwe Nederlanders’, in de leeftijd van acht tot twaalf jaar, zijn klaar voor Meet-n-Move 5.0.

„Daar word ik nou blij van”, zegt de 30-jarige Van der Linden. „Als ik hoor dat de kinderen al een tijd naar deze dag hebben uitgekeken.” Van der Linden, die 42 interlands speelde voor het Nederlands elftal, is met Carolien Lohmeijer (56) en Petra Prent (51) oprichter van Stichting Dutch Integration Group (DIG). Vanuit die stichting organiseren zij de Meet-n-Move-clinics, dagen waarop kinderen uit een asielzoekerscentrum (azc) kunnen sporten met kinderen van Nederlandse komaf.

De regen besprenkelt de watervelden van hockeyclub HGC doorlopend. Voor een dag buiten sporten een wat jammerlijke bijkomstigheid, maar voor de meeste kinderen blijkt dat geen obstakel. Een enkeling vlucht zo nu en dan het clubhuis in.

In juni 2016 werd stichting DIG opgericht. Van der Linden raakte een aantal maanden daarvoor tijdens een diner in gesprek met Prent. De twee kenden elkaar van hockeyclub HGC, waar Van der Linden al jaren in het eerste team speelt, maar waarvoor hij bijna dit gehele seizoen niet in actie kwam door een kruisbandblessure. Prent vertelde hem dat ze samen met Lohmeijer Nederlandse les gaf aan statushouders en vluchtelingen op een azc. Een mooi initiatief, vond Van der Linden, die door Prent werd uitgenodigd om eens mee te gaan.

Achter op de tandem

Het verraste hem. „Ik werd daar zo gastvrij ontvangen door leeftijdsgenoten die eigenlijk niets hadden om te delen.” Van der Linden besloot vier mannen van Syrische en Eritrese komaf uit te nodigen in zijn woonplaats Amsterdam.

„Zijn we met z’n vijven door de stad gaan fietsen.” Een van de mannen kon dat nog niet. „Ik heb hem maar achter op de tandem meegenomen.” De groep trok door het Vondelpark, langs de Wallen en ‘s avonds maakten de mannen een diner voor de ouders van Van der Linden. „Daarna bracht ik ze terug naar het tijdelijke azc in Duinrell, een confrontatie met de realiteit.”

De ontmoetingen met de asielzoekers vonden vaker plaats, vooral tijdens etentjes. Maar de drie wilden meer doen, meer betekenen voor de vluchtelingen en statushouders. „Ik las er iedere dag over in de krant, maar dan blijft het ver weg. Ik wilde iets doen, ondernemen.”

Prent, Lohmeijer en Van der Linden besloten hun ideeën toe te spitsen op de jeugd. Ze gingen langs bij de twee azc's nabij Wassenaar, in Katwijk en Rijswijk. Daar werd het idee positief ontvangen. „Iedere keer doen er meer dan tachtig kinderen mee”, zegt Lohmeijer.

Foto Merlin Daleman

Vijf edities later is de strekking van de sportdag nog steeds dezelfde: ieder kind met een rood hesje hoort erbij, iedereen is gelijk. Volgens Van der Linden heeft een Meet-n-Move-dag twee doelen: „De nieuwe Nederlanders zich welkom laten voelen en de kinderen van Nederlandse komaf in contact brengen met kinderen uit de azc’s.” Het draait om het ontmoeten van leeftijdsgenoten, om barrières weghalen.

Verschillen tellen niet

De eerste uitvoering in februari vorig jaar was direct een succes. „Het klikte meteen tussen de kinderen. Zij zien geen verschil, dat is zo mooi”, zegt Prent. Volgens Van der Linden werkt ook hun idee van een teamindeling goed. „Sport verbindt. Kleur, afkomst, welk verschil dan ook - het telt niet meer. Je hebt samen één doel: winnen.”

De kinderen zijn constant in beweging deze dag. Ze huppelen van een rugbyveld – waar hockeyinternational Valentin Verga de leiding heeft - naar een opblaasvoetbalveld of een korte hockeytraining van Carlien Dirkse van den Heuvel, aanvoerder van het Nederlands elftal. Hockeytalentjes zitten er dit keer niet tussen. „Vanuit de vorige edities traint nu wel een jongen mee bij HGC”, zegt Van der Linden trots.

In de weken voorafgaand aan een Meet-n-Move-clinic gaat er zo’n dag per week op aan voorbereiding. „En je denkt de avond van tevoren wel een paar keer ‘waar ben ik nou mee bezig?’”, zegt Prent. „Maar als je de volgende dag ziet dat kinderen niet weg willen van de clinic, dan weet je waar je het voor doet.”

Er zijn ideeën voor uitbreiding. Het concept leent zich goed voor andere sportclubs, vindt Van der Linden. „Deze clinic doen we het liefst vier keer, net als vorig jaar.” Maar ook voor andere leeftijdscategorieën zijn er ideeën. Zo is Van der Linden bezig met een project om statushouders op te leiden tot jeugdtrainers bij hockeyclubs. „Die gasten willen allemaal heel graag, waarom zouden we ze dan niet inzetten?”