Leider van bloedige ‘Zwarte Khmer’ in Mozambique overleden

Afonso Dhlakama gaf leiding aan Renamo in Mozambique, een van de meest brute rebellengroepen van Afrika. Dhlakama overleed donderdag op 65-jarige leeftijd in zijn bolwerk in de Gorongosa-bergen.

Afonso Dhlakama tijdens een campagnerally voor de verkiezingen in 2014. Foto Antonio Silva/EPA

De Mozambikaan Afonso Dhlakama, leider van een van de meest brute rebellengroepen uit de Afrikaanse geschiedenis, is donderdag op 65-jarige leeftijd overleden. Dhlakama was een icoon van het tijdperk van de apartheid en de koude oorlog.

Zijn Nationale Verzetsbeweging van Mozambique (Renamo) werd ook wel de Zwarte Khmer genoemd, een verwijzing naar de Rode Khmer in Cambodja die in de jaren zeventig een terreurcampagne tegen de Cambodjanen voerde. Renamo slaagde erin door een 16-jarige campagne tegen bevolking en sociale infrastructuur de regering van het marxistische Frelimo (Front voor de Bevrijding van Mozambique) machteloos te maken. Er hadden massale volksverhuizingen plaats en het overgrote deel van het platteland raakte onbewoond. Een geschatte miljoen Mozambikanen verloren hun leven. In 1992 werd er een vredesakkoord gesloten met hulp van de Zimbabweaanse president Robert Mugabe en de katholieke kerk.

Mozambique destabiliseren

In de jaren zeventig en tachtig sloegen de blanke minderheidsregimes in zuidelijk Afrika wild om zich heen, terwijl onafhankelijke zwarte staten onderdak gaven aan bevrijdingsbewegingen tegen deze racisten. De geheime dienst van het toenmalige Rhodesië richtte in 1975 Renamo op. De blanken in wat nu Zimbabwe heet wilden door middel van Renamo het in dat jaar onafhankelijk geworden Mozambique destabiliseren omdat de guerrillastrijders van Robert Mugabe daar onderdak kregen.

Nadat Mugabe in Zimbabwe aan de macht was gekomen en daar in 1980 de onafhankelijkheid werd uitgeroepen, namen de blanken in Zuid-Afrika die steun over in een poging hun witte bastion in stand te houden. De Frelimo-regering van Mozambique steunde namelijk het ANC van Mandela door ANC-strijders in de hoofdstad Maputo onderdak te bieden. Pas met de machtsaanvaarding van Frederik de Klerk in 1989, die het apartheidssysteem in Zuid-Afrika zou helpen ontmantelen, kwam aan de militaire steun een einde.

Lees ook dit stuk uit 2016: Graven naar de waarheid? Aanslag volgt

Afonso Dhlakama was een marionet bij wat de laatste stuiptrekkingen van het witte racisme in Afrika zouden worden, maar hij presenteerde zich als een strijder tegen het marxisme. „Marxisme is slecht, heel slecht, heel slecht”, zei hij in 1992 in een gesprek met NRC Handelsblad. „Renamo won de oorlog, want de Mozambikanen willen geen marxisme”. Renamo won de oorlog niet, maar droeg er wel aan bij dat Frelimo het marxistische pad verliet. De Mozambikaanse regeringspartij zwoer in 1989 de marxistische ideologie af, introduceerde het vrije-markt-mechanisme en kondigde het meerpartijensysteem af.

Troetelkind van extreem-rechts

Renamo terroriseerde onschuldige burgers om zo de regering te ondermijnen, een geliefde tactiek die later werd toegepast door het Verzetsleger van de Heer(NRA) in Noord Oeganda en Boko Haram in Noordoost Nigeria. Zo misdadig opereerde Renamo dat de rechtse Amerikaanse leider Ronald Reagan en zijn Britse collega Margaret Thatcher zich ver van Dhlakama hielden. Aan de westkant van het continent, in Angola, steunde Reagan daarentegen wel de eveneens anti-marxistische Jonas Savimbi. Zo bleef Renamo altijd alleen het troetelkind van extreem-rechtse elementen in Portugal en zuidelijk Afrika.

Na het in 1992 gesloten vredesakkoord met Dhlakama lokten de Verenigde Naties de Renamo-strijders met presentjes ter waarde van miljoenen dollars de bush uit. Renamo vormde een politieke partij, maar zou nooit verkiezingen winnen. Dhlakama trok zich later terug in zijn bolwerk in de Gorongosa-bergen, waar hij nog een paar keer met gewelddadige aanvallen van zich zou laten horen. Hij stierf in de bush in de bergen.

    • Koert Lindijer