Zwoegen voor 800 euro in de maand

Arbeidsmarkt In Spanje komen afgestudeerde jongeren nauwelijks nog aan werk. Het buitenland biedt kansen, óf je kunt voor jezelf beginnen.

Veel Spaanse jongeren zoeken hun heil in tijdelijk horecawerk, waarmee ze met zo’n 1.000 tot 1.200 euro in de maand nog relatief goed verdienen. Foto ANP

Vandaag was hij de hele dag in Hamburg voor een congres, gisteren gaf hij les in Madrid en morgenochtend staat hij daar college te geven. Tussendoor verblijft hij vooral op vliegvelden of in hotels. „Hoe anders is het leven in Chiclana de la Frontera?”, zegt Javier Díaz Giménez (58), hoogleraar Economie aan de IESE Bussiness School. Daar, in de regio met de hoogste werkloosheid, zien mensen elke dag in alle rust de zon in de zee zakken. „Ze hebben misschien minder te besteden, maar zijn ze in Andalusië minder gelukkig? Veel vrije tijd is voor sommigen veel meer waard dan geld.”

Díaz Giménez behoort tot de eerste generatie Spanjaarden, die zijn gehele werkende leven doorbracht in het Spanje na de dood van dictator Francisco Franco in 1975. Tegelijkertijd maakt hij deel uit van de laatste lichting werkenden voor wie een langdurige, stabiele loopbaan een normale zaak is. Want sinds in 1984 tijdelijke arbeid grotendeels werd toegestaan, is de zekerheid op de Spaanse arbeidsmarkt verdwenen. Een nulurencontract is geen uitzondering meer. „In Spanje is de tijd van veertig jaar dezelfde werkgever dienen voorbij”, stelt Díaz Giménez via de telefoon vanuit Duitsland. „Ten eerste zijn er onderaan de piramide talloze arbeidsplaatsen verdwenen. Mensen zijn vervangen door machines. En als er al banen worden vergeven is dat vrijwel altijd op een tijdelijk contract. Garantie op werk is er vrijwel niet meer.”

In Europa is Spanje koploper als het gaat om een flexibele arbeidsmarkt: in 2016 had 26,1 procent van de werkende Spanjaarden een tijdelijk contract, blijkt uit cijfers van Europees statistiekbureau Eurostat. Nederland komt daar met 20,6 procent aardig bij in de buurt. En dat treft vooral jongeren, op zoek naar een eerste baan.

Bierwinkel

Eduardo Muñoz (33) weet er alles van. Het is precies drie jaar geleden dat hij in NRC uitgebreid vertelde over een radicale beslissing in zijn leven: met geld van zijn ouders begon hij samen met zijn broer Carlos de bierwinkel Espuma (Schuim) in Madrid. Muñoz maakte daarmee een einde aan een lange, hopeloze zoektocht naar vast werk. Drie studies – kunstgeschiedenis, pedagogie en filosofie – hadden hem niets opgeleverd. Tevergeefs had hij zijn heil over de grens gezocht. Tijdens zijn verblijf in New York en Utrecht kwam Muñoz er vooral achter dat hij zich ondanks alles in Spanje het meest op zijn gemak voelde.

Lees hier dat eerdere stuk over Eduardo Muñoz en zijn bierwinkel: Jong, slim, maar een verloren generatie

Toen Muñoz op zijn dertigste terugkeerde naar zijn geboorteland zat Spanje middenin een zware economische crisis. De bouwsector was in elkaar gestort, banken dreigden om te vallen en de werkloosheid liep op tot 26 procent. Niemand zat te wachten op een kunsthistoricus zonder enige ervaring. Wat Muñoz noch zijn ouders ooit voor mogelijk hadden gehouden gebeurde toch: de oude jongenskamer werd noodgedwongen weer zijn onderkomen. Met vereende krachten zocht de familie naar een plan voor de toekomst. Zo kwamen ze op het idee een bierwinkel te beginnen.

Het openen van Espuma bleek achteraf een avontuur met nóg veel meer onzekerheden. „Makkelijk is het de afgelopen jaren zeker niet geweest”, verzucht Muñoz. „Het is keihard zwoegen om overeind te blijven. We werken soms wel zestig uur in de week. Beetje bij beetje zijn we erin geslaagd een positie in de markt te veroveren, langzaam breiden we de zaak wat uit. Maar we maken nog steeds niet voldoende rendement om zonder steun door te kunnen gaan. Zover hopen we over een paar jaar te zijn.”

De ‘doctorandus bierverkoper’ rekent voor dat hij nu ongeveer 800 euro in de maand verdient. Minder dan de meeste van zijn vrienden, die doorgaans uitkomen op 1.000 tot 1.200 euro – vaak met tijdelijk werk in de horeca. Maar spijt heeft Muñoz geen moment gehad. „Natuurlijk zijn er hele moeilijke momenten geweest. Maar daar staan positieve dingen tegenover. Zo leef ik weer zelfstandig. Al lukt me dat alleen omdat ik in het huis van een familielid mag wonen. Ik heb zoveel geleerd de afgelopen jaren. Alleen al over hoe het Spaanse bedrijfsleven écht in elkaar steekt. En het grootste goed is misschien toch wel de zekerheid: bij mezelf heb ik een contract voor onbepaalde tijd.”

Muñoz mag dan op eigen wijze een oplossing hebben bedacht, hij maakt zich onverminderd zorgen over het perspectief van de huidige generatie jongeren. Van een einde van de economische crisis wil hij niets weten, ook al is de werkloosheid inmiddels gedaald naar 17 procent. „Dat de economie groeit is vooral gunstig voor de rijkste mensen. Die creëren alweer een nieuwe huizenbubbel: de prijzen schieten omhoog.”

Aan de onderkant zijn de salarissen gelijk gebleven, zegt Muñoz. Volgens onderzoeksbureau Barceló verdient 47 procent van de beroepsbevolking 1.000 euro of minder, het gemiddelde brutosalaris is 1.636 euro per maand. En daar komt de knagende onzekerheid van een tijdelijk contract nog bij. „We zullen moeten blijven vechten voor betere arbeidsvoorwaarden.”

Taxichauffeur in Hamburg

Hoogleraar Díaz Giménez stelt dat jonge Spanjaarden zich juist moeten instellen op de markt van tijdelijke banen. „De samenleving is radicaal veranderd. We leven nu in een land dat onderdeel is van een groter geheel: Europa. Jongeren hebben de kans hun vleugels uit te slaan. Wie meer wil verdienen kan toch verhuizen naar Bremen of Rotterdam?” Zelf stuitte hij in Hamburg op een Spaanse taxichauffeur, die drie keer zoveel verdiende als in Málaga. „Als hij met zijn Duitse pensioen terugkeert, leeft hij als een koning. De nieuwe generatie zal zijn eigen weg echt wel vinden. Maar ieder moet dat op zijn eigen manier doen.”

Schipperen tussen passie, kansen en je ergens thuis voelen blijft dat wel. Zo koos de Madrileense Laura Garcia (19) met haar hart voor een studie journalistiek, al zegt haar hoofd dat het moeilijk zal zijn om over een paar jaar een goed betaalde baan te vinden. „Ik wilde in eerste instantie toch proberen te doen wat ik het leukst en interessantst vind”, zegt de eerstejaarsstudente. „Maar tegelijkertijd weet ik ook wel hoe laag de salarissen en hoe onzeker de contracten in dit vak zijn.”

Deze maand verdient ze wat bij als serveerster in de Plaza de Toros in Madrid. „Een vertrek naar het buitenland sluit ik ook niet uit. Of misschien begin ik over een tijdje wel een eigen bar in Madrid, met mijn broer. Als er straks geen werk in de journalistiek is, dan zal ik iets voor mezelf moeten creëren.”

    • Koen Greven