Recensie

Zo’n afwezige vader en opa willen we allemaal wel

Hans Boland Bij Boland is het woord aan een grootvader die homo is maar een kind verwekte en daarna buitengesloten werd. Je kunt dit werk beter een polemische en autobiografische monoloog noemen dan een roman.

Uit protest tegen ‘gedrag en denkwijze’ van Vladimir Poetin weigerde Hans Boland (1951) vier jaar geleden de Poesjkin-medaille, een hoge Russische onderscheiding die hem als vertaler ten deel viel. Een moedige daad, die hem in een stuk in deze krant zelfs het Lermontoviaanse predikaat ‘held van deze tijd’ opleverde.

Dat eigengereide is ook aanwezig in Vaderinstinct, het boek van kleine omvang waarin Boland een stem geeft aan een man die, geheel tegen zijn zin in, geen contact meer heeft met zijn kind en kleinkind. Je zou misogyn van het verhaal worden, want nadat eerst zijn ex-vrouw zijn zoon bij hem uit de buurt hield, legde dezelfde zoon het later aan met een vrouw die hem tevens in een omgang met de kleinzoon belemmerde.

Lag het ook niet een beetje aan de man zelf? In een echte roman, met multi-interpretabele scènes en dito dialogen, was dat wellicht mogelijk geweest, maar in zo’n vorm heeft Boland de tekst niet gegoten.

Op de website van zijn uitgever heet Vaderinstinct weliswaar een roman, maar correcter is het om het een polemische en vooral autobiografische monoloog te noemen. Een monoloog waarin een misdeelde zich wreekt, want bepaald fortuinlijk is de man er met zijn isolement natuurlijk niet van af gekomen. Ze hebben hem besodemieterd en de hele geschiedenis wordt nu uit de doeken gedaan tegenover de kleinzoon, die via de mail eindelijk weer eens iets van zich heeft laten horen.

Het begon destijds, back in the sixties, allemaal zo idyllisch. De man was homoseksueel maar stemde er toch mee in om een kind te verwekken bij Anna, een vrouw met wie hij ook trouwde en op het Groningse platteland ging wonen. Maar je kunt trouwen, kinderen krijgen en verhuizen naar het platteland wat je wilt, homo blijf je.

En dus stuurde hij aan op een breuk, waarmee hij in Anna het slechtste naar boven haalde. De man trok omstandig de portemonnee, maar ‘het was naïef om te geloven dat je met gulheid kunt voorkomen dat zelfmedelijden ontaardt in rancune en wraakzucht’.

Cellolessen

Hij predikt natuurlijk voor eigen parochie in zo’n monoloog, maar de man komt over als de afwezige vader die we allemaal wel zouden willen hebben. In de spaarzame tijd die hij met zoon Domenico doorbracht schoolde hij hem bij en moedigde hij hem aan om zich ook op ander terrein te ontplooien. Zo betaalde hij zijn cellolessen. ‘Het zou een wekelijks cadeautje zijn van een vader die door de wereld doolde tot zijn zoon zich bij hem zou voegen en op een palmenstrand Bach voor hem zou spelen.’ Daar kwam natuurlijk geen biet van terecht.

Vaderinstinct is tegelijk onbesuisd en onderhoudend. Meestal vertelt opa over zaken die niks met de familiale twist van doen hebben, waardoor je je afvraagt wat de kleinzoon er mee te maken heeft. Het gaat dan opvallend vaak over met wie opa allemaal ‘geneukt’ heeft, informatie die de kleinzoon ook al weinig verder helpt.

Maar als lezende niet-kleinzoon is dit fijne kost. ‘Gedrag en denkwijze’ van de verteller zijn onafhankelijk, verlicht en epicurisch. Prima lenteboek dus.