‘We kunnen geen risico nemen, dit is Sarcelles’

Frankrijk

In het land met grootste Joodse en moslimgemeenschap van Europa zijn sinds 2006 elf Joden vermoord.

Net als twee leerlingen van privéschool Ozar Hatorah in Sarcelles willen uitleggen waarom ze, ondanks alles, nog een keppeltje dragen, zwaait de stalen schoolpoort open. Een potige bewaker neemt de jongens apart en verbiedt ze nog een woord te spreken. „We kunnen geen enkel risico nemen”, zegt hij. „Dit is Sarcelles.”

De stad met zo’n 57.000 inwoners ligt circa een kwartier boven Parijs. Na de onafhankelijkheid van Franse gebiedsdelen in Noord-Afrika kwamen hier veel van oorsprong Algerijnse, Tunesische en Marokkaanse Joden terecht. Maar de banlieue-stad kent ook een forse moslimpopulatie, vaak met wortels in diezelfde landen. Ongeveer eenderde van de Sarcellois is volgens schattingen Joods en een even groot deel moslim. Dat is jaren goed gegaan, maar net als elders in Frankrijk is het aantal meldingen van antisemitisme sinds het begin van de Tweede Intifada in 2000 gestaag toegenomen.

Tegen dat „nieuwe antisemitisme”, gevoed door de import van het Israëlisch-Palestijnse conflict en voortlevende anti-koloniale sentimenten, kwam in april een grote groep Franse prominenten in actie. In het land met de grootste Joodse én de grootste moslimgemeenschap van Europa zijn sinds 2006 elf Joden vermoord „omdat ze Joods zijn”, schreven zij, onder andere bij een school in Toulouse in 2012 en de koosjere supermarkt HyperCacher in Vincennes in 2015. Onlangs werden in Parijs twee Joodse vrouwen, Sarah Halimi (65) en Mireille Knoll (85), door hun respectievelijke buurmannen gedood. Het duurde lang voordat justitie bij Halimi erkende dat antisemitisme een motief was.

‘Stille etnische zuivering’

Volgens de opstellers van het manifest voltrekt zich een „stille etnische zuivering”. 50.000 Joden uit de regio Parijs zouden naar veiliger plekken zijn uitgeweken. In Sarcelles sloeg in 2014 de vlam in de pan: een demonstratie voor Gaza leidde tot rellen waarbij Joodse winkels en de synagoge werden belaagd. In januari kwam in het nieuws dat een 8-jarig kind was aangevallen.

Toch neigen veel mensen ernaar de situatie te relativeren. De Joodse gemeenschap van Sarcelles „leeft goed”, zei de rabbijn, Laurent Berros, onlangs. De verschillende gemeenschappen hier „respecteren elkaar” en er is „dialoog”. De mannen die op deze doordeweekse ochtend voor de deur van zijn synagoge versieringen ophangen voor een Lag Baomer-parade beamen dat. Maar, zegt de 34-jarige Samuel, die bij de synagoge werkt, „hier zijn we gelukkig met velen”. Het is een hechte gemeenschap in wat ‘Petite Jérusalem’ is gaan heten. In de restaurantjes en winkels kent iedereen elkaar. „Elders in de banlieue wordt het steeds moeilijker”, zegt Samuel. Dat lijken cijfers van de organisatie BNVCA, die meldingen van antisemitisme registreert, te bevestigen. In voorsteden waar decennia zo’n 300 à 500 Joodse families woonden, is dat aantal volgens voorzitter Sammy Ghozlan gedecimeerd tot 15 à 20.

Samuel – hipsterpet achterstevoren op zijn hoofd – maakte een tegengestelde beweging: hij woont sinds tien jaar in Sarcelles, maar groeide op in Parijs. „Het grote verschil is dat de meeste Joodse kinderen nu niet meer naar openbare scholen gaan”, zegt hij. „Dat werd te ongemakkelijk. Dat is niet per se goed voor het samenleven”. Terwijl jongeren vroeger zonder probleem met hun keppeltje de RER-regiotrein naar Parijs namen, doen ze dat om veiligheidsredenen nu niet meer, zegt hij.

Het fysieke geweld neemt volgens cijfers onbetwistbaar toe. Maar over hoe „nieuw” dit antisemitisme is, verschillen de meningen. „Het zijn nog altijd dezelfde stereotypen die ik als kind hoorde: over Joden die rijk zouden zijn of wereldmacht nastreven”, zegt Annie-Paule Derczansky. Zij hoopt met de stichting Bâtisseuses de Paix op scholen antisemitisme bespreekbaar te maken. Ze wil stigmatisering voorkomen en weigerde mede daarom het manifest te tekenen. „Neem van mij aan dat het niet uitsluitend van moslimleerlingen komt.”

    • Peter Vermaas