Column

Wat betekenen die twee minuten echt?

De meeste Nederlanders vinden dat de Dodenherdenking nooit mag verdwijnen, blijkt uit onderzoek van onder meer Universiteit Utrecht. Bijna acht op de tien houdt twee minuten stilte. Ook als de meerderheid ertegen zou zijn, moeten we deze gebeurtenis – die we nooit mogen vergeten – herdenken.

Het is uiteraard mooi meegenomen dat het nu niet onder dwang hoeft. Tegelijkertijd vraag ik me af wat de herdenking – voor die respondenten en de rest van Nederland – voorbij het stiltemoment van twee minuten echt betekent.

Je kan de landelijke herdenking inmiddels dromen, althans ik wel. De plechtige woorden, de bloemenkransen en een Wilhelmus waar het CDA – dat het volkslied als verplichte kost op scholen wilde invoeren – trots op zou zijn. Het is een van de belangrijkste gemeenschappelijke reflectiemomenten van het jaar.

Het merendeel van de Nederlanders zegt te herdenken om de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog te eren. Dat voelt vrij wrang als je het stijgende antisemitisme anno 2018 ziet. Met nazi’s die ongegeneerd door de straten van de VS marcheren en schokkende antisemitische incidenten, die ook hier in Nederland plaatsvinden. Vaak wordt de opleving van haat enkel geweten aan de komst van ‘nieuwkomers’. Maar al zijn er migrantengroepen waar ook antisemitisme leeft, migratie blijkt toch niet de hoofdoorzaak te zijn. De nieuwkomers waren er nog niet toen de jodenhaat in de vorige eeuw hoogtij vierde. En daarvan zijn de littekens nog duidelijk zichtbaar.

Je merkt het aan de antijoodse spreekkoren tijdens voetbalwedstrijden. Aan de geaccepteerde ‘grapjes’ over de holocaust, zoals van Annabel Nanninga die nu als Amsterdamse Forum voor Democratie-fractievoorzitter in de gemeenteraad zit van een stad waar 20 tot 25 duizend joden wonen. En om maar te zwijgen over de geweldsincidenten. In haar NRC-column herinnerde Jutta Chorus ons aan de teleurstelling die koningin Wilhelmina voor de joodse bevolking is geweest en citeerde zij prinses Beatrix die stelde dat juist in die „confrontatie met waarheid de sleutel tot verzoening ligt”.

Pijnlijk is ook dat nazaten nog steeds te lijden hebben onder hun intergenerationeel trauma. In het VPRO-programma Nicolaas op Oorlogspad zie je jonge mensen in het Sinai Centrum voor psychotraumazorg die de oorlog niet hebben meegemaakt maar wier jeugd en nachten toch door de horror ervan getekend zijn. Als de korst op een wond die steeds opnieuw wordt opengekrabd.

Wanneer ik naar de discussies over de Nationale Herdenking kijk, gaat het te vaak over wie welke positie mag innemen. Dan zijn er weer mensen die aanstoot nemen aan kinderen van kleur die geen ‘echte Nederlanders’ zouden zijn, of dikke mensen die geen erewacht mogen zijn omdat het ‘te veel afleidt’. Zo kunnen ze de slachtoffers die doelwit waren vanwege hun vermeend ‘anders-zijn’ natuurlijk niet herdenken…

Gedenken betekent ‘in gedachten houden’, zoals je de gedachte aan een overleden geliefde door de jaren heen – in een hoekje van je geest – warm houdt. Opdat de herinnering aan diegene niet vervliegt. De Dodenherdenking mag weliswaar nooit verdwijnen, maar we mogen niet vergeten dat de reden waarom we herdenken dat op den duur wel moet. Volgens de dichter Kahlil Gibran is herinneren eigenlijk een vorm van ontmoeten. Maar om echt te ontmoeten heb je wel meer nodig dan die twee minuten, één keer in het jaar.

Clarice Gargard is programmamaker en freelance journalist.