Recensie

Veel veranderde, maar het kapitalisme bleef

Toen de studentendemonstraties in Parijs uitbraken, pakten voormalig NRC-redacteur Roel Janssen en zijn studievrienden in Leiden op een avond de Peugeot 203 en reden ze op de bonnefooi naar Parijs, naar de Sorbonne. Daar troffen ze de soixant-huitards, die elkaar opzweepten met leuzen als ‘jullie strijd, onze strijd, internationale solidariteit!’ In een roes kwamen Janssen en zijn vrienden terecht in iets dat voelde als een historisch moment en stonden ze ineens de hand te schudden van studentenleider Daniel Cohn-Bendit. De volgende dag ging de sensatie onverminderd voort en moesten ze zelfs rennen voor de politie.

Het is een spannend begin van Janssens herinneringen aan het jaar 1968. Hij belooft in het eerste hoofdstuk van zijn boek 1968. 'You say you want a revolution' een ander perspectief op het revolutiejaar te bieden door te beschrijven wat er allemaal tegelijk gebeurde, in andere delen van de wereld. Naast de rellen in Parijs was er de Vietnamoorlog, Martin Luther King werd doodgeschoten in Memphis, de Praagse Lente begon, in Chicago viel de democratische conventie in het water en Amsterdam bruisde als ‘Magies Sentrum’. De hoofdstukken zijn elk gekoppeld aan de verschillende locaties. Voor iedereen die 1968 zelf niet meegemaakt heeft (zoals ondergetekende) is het een interessante introductie. En Janssen heeft er een Spotify-playlist bijgevoegd, zodat je de opstand popmuzikaal kunt beluisteren terwijl je erover leest.

Het openingshoofdstuk is persoonlijk, met journalist Janssen als deelnemer aan de gebeurtenissen. Dat smaakt naar meer. Hoe zou het de vriendenclub vergaan in de rest van 1968? Daarover kom je helaas weinig te weten. De schrijver plaatst zichzelf in de volgende hoofdstukken in de rol van toeschouwer.

In het laatste hoofdstuk blikt Janssen terug op wat er allemaal terecht kwam van de idealen. ‘De erfenis van 1968 bestaat uit bevrijding, democratisering en liberalisering op nagenoeg elk denkbaar gebied.’ Voor hem is er een wereld vóór en ná 1968.

Er werd ook fanatiek gedemonstreerd tegen het kapitalisme. Maar dat was zonder resultaat, het kapitalisme stortte niet in elkaar. Volgens Janssen zijn zelfs directe lijntjes van de studentenprotesten naar de val van de Muur, twintig jaar later, en ook naar de reactie van nationalisme en populisme waar we nu mee te maken hebben.

Een oordeel blijft uit, Janssen houdt het bij beschrijven. Maar tussen de zinnen door vertelt hij hoe belangrijk het jaar was voor hem en zijn leeftijdgenoten. Al was het maar omdat er eventjes, een zomer lang, in verschillende uithoeken van de wereld, een groot optimisme ontstond.

Later kregen de opstandige studenten allemaal een baan en een hypotheek en zwakten de revolutionaire gevoelens af. Je vraagt je toch af of de studenten van toen niet teleurgesteld zijn geraakt. Daarover geen woord. Janssen houdt het bij de euforie: ‘Wat hebben we een geluk gehad en wat is het een ongelooflijk rijke ervaring geweest.’