‘Saoedisch geld kunnen we missen als kiespijn’

Moskeefinanciering In de moslimgemeenschap is een debat ontstaan na nieuws over buitenlands geld voor salafistische moskeeën.

Minaret van de Taqwa-moskee in Amsterdam. Foto Koen van Weel/ANP

Een verbod op buitenlandse moskeefinanciering? Vraag het aan vertegenwoordigers uit de islamitische gemeenschap en er vallen termen als „discriminatie”, „dubbele maat”, „criminalisering”. Moslims hebben net zoveel recht op het ontvangen van buitenlandse giften als kerken en synagogen, luidt het standpunt dat door alle islamitische koepels in Nederland wordt gedeeld.

Toch is in de moslimgemeenschap een debat ontstaan na berichtgeving van NRC en Nieuwsuur over conservatieve Golfstaten die invloed ‘kopen’ in Nederlandse moskeeën. Mede als gevolg van deze steun verspreidt het salafisme, de fundamentalistische islam, zich in Nederlandse moskeeën. Verschillende islamitische organisaties uiten nu openlijk hun onvrede over die ontwikkeling.

„Ik merk dat er bewustwording optreedt”, zegt Saïd Bouharrou van de Raad van Marokkaanse Moskeeën, die veel reacties ontving van aangesloten organisaties na de berichtgeving. „Waar moskeeën eerder niet alert waren op de invloed die financiering met zich mee kan brengen, staat dat risico nu hoog op de agenda. Wij willen een Nederlandse islam ontwikkelen en daarbij kunnen we invloed van landen als Saoedi-Arabië missen als kiespijn.”

Superioriteit

„Onze boodschap aan moskeebestuurders is: verkoop je ziel niet voor een paar duizend euro”, zegt Mohamed Ben Hammouch van ’t Kennishuys, een islamitisch kennisinstituut. Hij ziet van dichtbij hoe moskeeën de mainstream islam inruilen voor het wahabisme, de fundamentalistische islam uit Saoedi-Arabië, een variant op het salafisme. „Dit leidt tot veel gedoe binnen de moslimgemeenschap. In een aantal moskeeën ontstaan ruzies omdat deze ideologie een vorm van superioriteit in zich heeft. Iedereen die niet volgens deze leer handelt is fout, of wordt als afvallige bestempeld.” Dit kan niet worden opgelost met wetgeving, zegt Ben Hammouch, de moslimgemeenschap zal zélf in verzet moeten komen tegen deze ideologie. „Gelukkig zijn veel moskeeën zich bewust van de problematiek en vragen daarom geen donaties aan bij bepaalde organisaties, om onafhankelijk te blijven.”

Hoe lastig het is om in verzet te komen, werd vorige week nog eens duidelijk toen de bekende jongerenimam Yassin Elforkani aanschoof bij talkshow Pauw. Hem werd een vrouwonvriendelijke preek getoond uit een Dordrechtse moskee die financiële steun ontvangt uit Saoedi-Arabië. Elforkani noemde de preek „onsmakelijk”. Hierna volgde een lastercampagne vanuit de salafistische gemeenschap. In een WhatsApp-kettingbrief werd Elforkani verweten dat hij woorden van de profeet zou hebben bekritiseerd. Twee salafistische imams bestempelden hem tot ongelovige. Op Facebook ontving hij honderden boze reacties van moslimjongeren.

Afvallige

„Die reacties geven goed weer wat het probleem is”, zegt Elforkani. „Dit soort jongeren hebben jarenlang te horen gekregen dat de islam maar op één manier uitgelegd kan worden. Als zij vervolgens iets horen wat daarvan afwijkt, denken ze: dit is niet wat ik geleerd heb, deze meneer wil de islam veranderen, hij is een afvallige! Zij begrijpen niet dat theologen al honderden jaren teksten op verschillende manieren uitleggen.”

Elforkani vindt dat in Nederland ruimte moet zijn voor salafisten – „men moet maar wennen aan de aanwezigheid van de orthodoxe islam”. Tegelijkertijd roept hij imams en islamitische organisaties op tot zelfreflectie. „Zij moeten bedenken welke rol zij willen spelen in Nederland.” Hij wijst op preken over lijfstraffen uit de Haagse As Soennah-moskee, waarover NRC en Nieuwsuur zaterdag berichtten. De moskee leert gelovigen dat afvallige en overspelige moslims de doodstraf verdienen – in een islamitische staat.

Elforkani: „Als moslim kun je moeilijk om die straffen heen; sommige staan letterlijk genoemd in de Koran. Tegelijkertijd is iedereen het erover eens dat zulke straffen niet van toepassing zijn in Nederland. Dus waarom zou je erover praten in een Nederlandse moskee? Het is op geen enkele manier relevant voor de context waarin wij hier leven.” Wetten helpen niet daartegen, zegt hij. „Je kunt mensen niet verbieden iets te geloven. Je kunt ze alleen overtuigen. Dat debat moeten wij als islamitische gemeenschap voeren. Dit moeten wij zelf doen.”