Benjamin Herman

Foto Jonathan Herman

Benjamin Herman: ‘Pas de laatste jaren durf ik zachter te spelen’

Benjamin Herman

Jazzsaxofonist Benjamin Herman wordt 50 en na een ziekte brengt hij in korte tijd drie albums uit. „Deze projecten hebben zo lang in mijn kop gezeten. Die moesten eruit.”

Zijn eettafel in Rotterdam ligt vol oude walkmans die hij online heeft gekocht. Dat was ‘even’ hoognodig, want saxofonist Benjamin Herman - in 1968 in Londen geboren, dertig jaar in het jazzvak, in 1993 oprichter van de populaire bigband New Cool Collective, maker van solo-albums met dichter Remco Campert en muziek van Misha Mengelberg, winnaar van de Boy Edgar Prijs en drie Edisons - brengt zijn nieuwe muziek uit op cassettebandjes.

Oké, in eerste instantie dan. Digitale streams en elpees komen er ook aan. De bandjes noemt hij een „leuk, opvallend experimentje”. In de popmuziek mag het aloude bandje bezig zijn aan een flinke revival, voor hem is het vooral een gimmick. „In bepaalde muziekkringen, zoals metal en punk, zijn ze weer helemaal dol op die cassettebandjes joh”, zegt Herman. „Zo was de drummer die speelt op mijn komende punkjazzalbum Bughouse superenthousiast over dat uitbrengen op cassette. En in de Japanse muziekscene zie je ook veel cassettes. Vorig jaar toen ik daar op tournee was kocht ik nog een mierzoet roze discotapeje.”

Benjamin Herman Foto Jonathan Herman

Met zijn vijftigste verjaardag op 9 mei als als aanleiding – hij viert die met vier grote concerten – verschijnen dit jaar drie albums. Het eerste is nu uit: Project S met door strijkers, vibrafoon en mellotron omsierde filmjazz. Het zijn kalme, soms opzwepende, stukken die hij schreef als soundtrack bij een documentaire over de Citroën SM. „Een waanzinnige auto met een Maserati-motor”, weet Herman. „Johan Cruijff was er in zijn jonge jaren trotse bezitter van.”

Even een grijns. Hoewel hij geen rijbewijs heeft, weet hij inmiddels heel wat van de SM af. In het nummer ‘Opronology’ hoor je modulaties die aan hydraulische techniek van de auto doen denken.

De Italiaanse motor in de Franse Citroën bracht hem bij de twee grote muzikale liefdes door wie hij zich voor dit album liet inspireren. De eerste: zanger Serge Gainsbourg. En dan vooral de muziek met strijkers op diens album Histoire de Melody Nelson. De tweede liefde is de pretentieloze, easy listening van de Italiaanse saxofonist Fausto Papetti. „Saxofoonmuziek waarin niet per se wordt geïmproviseerd. Dat is best een fijn genre. Saxofonisten willen immers altijd uit hun dak gaan, gas geven op het podium. Papetti speelt gewoon met een mooie toon naar je toe.”

En dat is precies waar het in Project S, opgenomen in de studio van de Rotterdamse band The Kik waar het bulkt van analoge instrumenten, om gaat. De muziek straalt een retrosfeer uit. Delicate jazzromantiek die ondanks dat het nadrukkelijk níet om acrobatiek op de saxofoon draait, nergens ontaardt in laffe loungejazz. Live voert Herman het uit met elf muzikanten, inclusief strijkerssectie.

Ziek

Typisch voor de muzikant Benjamin Herman is zijn gretigheid om steeds met iets anders te komen. Zo staat deze soundtrack haaks op de punkjazz op zijn komende album Bughouse dat geïnspireerd is op dwarse jazz van zijn eerste helden uit de jaren tachtig: Xero Slingsby, John Lurie en James Chance. Deze zomer neemt hij nog een weer heel ander album op met de jonge solisten met wie hij wekelijks in de Amsterdamse sociëteit De Kring jamt.

Drie albums op eigen titel in een jaar, het is een opmerkelijke productiegolf, beaamt hij. Zie het als een antwoord op een relatief stil jaar, zegt hij, waarin hij het zeer rustig aan moest doen. Door een muziekreis naar Senegal, en dan vooral als gevolg van een anti-malariamiddel, kampte hij met ‘alopecia’, een haarziekte die gaten in zijn haardos veroorzaakte. De daaruit volgende depressieve klachten legden hem een tijd lam, vertelt Herman.

Enkel het spelen met de New Cool Collective, waarmee dit jaar een feest wordt gevierd omdat ze 25 jaar bestaan, lukte. „Deze projecten hebben zo lang in mijn kop gezeten. Die moesten eruit, maar het lukte me niet om mijn eigen muziek aan te slingeren. Ik heb alle zeilen moeten bijzetten om het vol te houden. Zo werd mijn verjaardag mijn deadline.”

De speellijst is nu al weer een tijd heel vol: optredens met de New Cool Collective langs de poppodia, The Quartet (met drummer Han Bennink) of met pianist Rein de Graaff. Met de jaren merkt Herman dat hij zich minder druk maakt om de buitenkant, of hij wel goed genoeg gevonden wordt als saxofonist. Vroeger kon het hem niet hard genoeg gaan op het podium. „Je moest als jong talent blazen wat je waard was en zo onvergetelijk mogelijk je stempel drukken. Het moest gewoon strak en hard, en zonder vibrato, want dat vond ik niet mooi. In zachter spelen ontdekte ik pas de laatste jaren tot mijn verbazing veel meer mogelijkheden in klank.”

Het was de Britse popmuzikant Paul Weller (The Jam, The Style Council) die dit nieuwe vonkje bij hem ontstak. „Op tournee en in de studio met hem zag ik hoeveel hij gewoon zomaar probeerde. Alles was nieuw en alles was geoorloofd. En als het niet werkte: weg ermee. Die insteek heeft mij veel relaxter gemaakt. Meningen laat ik meer naast me en ik ben nu veel experimenteler.”

    • Amanda Kuyper