Column

Ontspan

Met een rol koekjes en de Spotify-playlist van mijn dochter op, reisden we per automobiel van Amsterdam naar Limburg. Een uur en drie kwartier zouden we daar over doen. Het werd vier uur en acht minuten. Er moest geplast bij een tankstation, er moest bij het volgende tankstation ineens ook getankt, en daarna liet het idee dat er iets mis was met de bandenspanning mij niet los, dus deden we nog een tankstation aan waar het luchtapparaat niet werkte, en daarna nog een, waar het apparaat wél werkte, maar er niets mis bleek met de bandenspanning. Ik hield twee handen aan het stuur en mijn haviksoog gefixeerd op uitwijkmogelijkheden tussen vrachtwagens door, voor het geval we tóch een klapband zouden krijgen, want wat weet zo’n apparaat nou helemaal? Onderschat ook nooit de kracht van je eigen spanning.

Lil Kleine kwam voorbij. Hij zong iets over een krantenwijk. Mijn dochter keek naar schapen en zong verveeld met de artiest mee, haar staarten lafjes naar beneden gezakt. Ik zag dat omdat mijn doodsangst met het grootste gemak vervangen werd door de angst dat ze later met die staartjes en haar kont zou gaan zitten draaien in die penozehut Izakaya. Het lied Kakken van Brigitte Kaandorp stelde zoals altijd orde op zaken. Het heeft iets geruststellends om je kind als een gelukzalige breedbekkikker ‘de stront uit je anus laten zakken’ te zien brullen. Daarna viel ze in slaap en wist ik mijn gemoed weer in de vertrouwde stand te krikken door naar een podcast over het kalifaat te luisteren.

Ik dacht: vakantie? Hoe moet dat? Een beetje dit, een beetje dat? Geen idee

Tussendoor dacht ik: vakantie? Hoe moet dat? De teugels laten vieren? De rem erop houden? Terugschakelen? Doseren? Een beetje dit, een beetje dat? Geen idee. Mijn systeem zegt crash and burn. Doorgaan tot het op is. Geen biertje maar een fust. Paniek. Trap dat gas in tot de tank leeg is. Alle programma’s laten draaien, en als je nog een arm hebt, hef dan zo nu en dan een glas op de verkoolde strandballen des doods. Alles of niets. Vervuild of spic en spanner spanst. Door doodsangst gedreven, of door zijn broertje Doodsverachting, die soepeltjes het stuur overneemt.

„Wat zijn de huizen hier recht”, merkte mijn dochter op toen we onze bestemming naderden. Ja, dacht ik, dat is ook zo. In Limburg is alles recht en schoon. Dat gaat ons helpen. Dat gaat mij helpen. Ik ga vast tien boeken lezen, al mijn achterstallige werk inhalen én door weides dartelen met geiten.

Vanochtend werd ik lijkstijf wakker. Ik hoorde vogels en was bang dat ze zich druk maakten omdat ik er in mijn slaap een opgegeten had. Voor de spiegel in de badkamer probeerde ik me te herinneren of ik de avond ervoor terloops een met schoensmeer ingesmeerde verrekijker aangeboden had gekregen, en strompelend door de keuken probeerde ik op de tast de zakjes instantkoffie te vinden. Het ontspannen gaat nu beginnen, sprak ik mijzelf toe. NU.

„Mama gaat ontbijt maken”, riep ik zo zangerig mogelijk naar mijn dochter die in haar bedstee al een half pak crackers had verorberd bij Netflix. Dat klonk echt heel goed, van dat ontbijt. Beetje laat, toch hoopvol. Dan wordt er niet gezeurd over verbrande croissants.