Meebesturen? De SP wil weer de straat op

Lokale crisis SP Van de straat naar de staat, en weer terug de straat op. De Limburgse SP-crisis toont hoe de partij weer minder een bestuurspartij wil zijn.

SP-leider Lilian Marijnissen (op de voorgrond) voert actie tegen topsalarissen. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Alsof een raadslid nooit op straat komt. Richard Boddeus kan zich er nóg druk om maken. Acht jaar lang zat hij voor de SP in de gemeenteraad van Kampen, in 2012 was hij kandidaat-Tweede Kamerlid. Hij sprak met mensen in de Overijsselse stad, wortelde zich in de gemeenschap, vindt hij. „Ik liep de benen onder mijn lijf vandaan. Maar de laatste jaren voelde het alsof het nooit genoeg was.” Want: „geen fractie zonder actie”, luidt het SP-adagium. „We moesten steeds méér de straat op.”

Vorige week stapten vijf van de acht Limburgse Statenleden van de SP op, net als gedeputeerde Daan Prevoo. Die wilde een windmolenpark bouwen, tegen de zin van een deel van de Limburgse SP-afdelingen. De partijtop maakte hen daarna het werken onmogelijk, zeggen de Statenleden, en zou aangestuurd hebben op een vertrek van Prevoo. Voorzitter Ron Meyer en partijsecretaris Lieke Smits ontkennen dat: ze wilden juist bemiddelen in het conflict, zeggen ze.

En toch: het toont de worsteling van de socialisten met besturen. Eind vorig jaar werd duidelijk dat dertien lokale afdelingen niet mochten meedoen aan de gemeenteraadsverkiezingen omdat ze te weinig actief waren – zeven daarvan hadden de afgelopen vier jaar bestuurd. Ze zouden te zwak zijn om acties én raadswerk te kunnen doen.

Hoe bestuurlijk kan een activistische partij eigenlijk zijn? Of: hoe activistisch een bestuurderspartij? „Het lijkt terug te gaan naar ‘actie, actie, actie’”, zegt Eugene Kelder, die in 2014 voor de SP in de raad van Deventer kwam en zich in 2017 afsplitste. „Terwijl we eerst juist hoorden dat we meer moesten gaan besturen.”

Want een bestuurderspartij, dat was wat Emile Roemer van de SP wilde maken toen hij tussen 2010 en 2017 fractieleider was in de Tweede Kamer. Om als partij echt door te breken, dacht hij, moest de SP laten zien verantwoordelijkheid te kunnen nemen. De lange mars door de instituties, ooit begonnen met een staking in de Rotterdamse haven toen de partij werd opgericht, moest worden doorgezet naar de gemeentebesturen, de provinciale coalities en, uiteindelijk, het kabinet. Van straat naar staat, van havenkraan naar Trêveszaal. Op partijraden, zeswekelijkse vergaderingen van partijbestuur met lokale voorzitters, mochten wethouders komen vertellen over hun successen.

„Het is veranderd sinds Ron Meyer voorzitter werd”, zegt Boddeus. „Ineens was het weer: we moeten actie voeren. Er moesten een miljoen mensen gesproken worden in de buurten. Dat kan je vinden, maar het is best lastig als je ook in de gemeenteraad zit. En in Kampen zit niemand erop te wachten als je drie keer per week met een spandoek op straat staat.”

Kelder vond het „een dwingende sfeer”. Kwam je niet naar een actie voor het Nationaal Zorgfonds omdat je met raadswerk bezig was, zegt hij, kreeg je daarna een mailtje van een partijbestuurslid waar je was. „Politiek wordt weer als bijzaak gezien van het activisme.”

Kloof door voorzittersverkiezing

Eigenlijk, zegt Kelder, is de voorzittersverkiezing van 2015 nog niet uitgevochten. Ondanks dat de activisten wonnen: vakbondsman Meyer won toen met 59 procent van Kamerlid Sharon Gesthuizen. „De kloof van toen is er nog steeds. Er zijn binnen de SP veel goede raadsleden en bestuurders. Maar die krijgen door wat er nu in Limburg gebeurd zou zijn nóg meer het idee dat het nooit genoeg is.”

Eerdere conflicten binnen de SP gingen vaak over democratisering, of het gebrek daaraan. Leden zouden te weinig inspraak hebben, partijcongressen waren vooral applausmachines voor de zittende macht, vonden Gesthuizen en de 41 procent van het partijcongres die voor haar stemde. Zíj was de kandidaat van de democratisering – Meyer maakt daar nu werk van.

„Er is naar ons geluisterd”, zegt de Eindhovense SP-voorzitter Caro Goudriaan. Samen met andere kritische partijleden schreef ze rondom het congres plannen om de partij democratischer te maken. „Ik ben geen dissident meer. Het partijbestuur staat meer open voor lokale kritiek. Vroeger kreeg je dan een reprimande, nu een reactie.” Formele vernieuwing is er ook: er mogen meer leden stemmen op de partijcongressen.

Voor Kelder was dat niet genoeg. „Er is nog steeds te weinig lokale ruimte om af te wijken van de landelijke lijn”, zegt hij. Hij verliet daarom de SP en probeerde in Deventer tevergeefs met een eigen linkse partij in de raad te komen. Boddeus stapte ook uit de partij en had met Kampen Sociaal meer succes. Hij haalde twee zetels, twee minder dan de SP in 2014. Kelder verwacht meer afsplitsingen de komende jaren vanwege wat hij de „doorgeslagen balans naar activisme” noemt. Volgens ex-gedeputeerde Prevoo leeft die onvrede breder in de partij.

Buurtcampagnes

Maar eind maart bleek op de partijraad vooral hoe dominant het vakbondssocialisme van Meyer binnen de partijbestuurders is. De partij partij heeft lang stilgestaan – in 10 jaar tijd zo’n 14.000 leden verloren, drie slechte uitslagen bij Kamerverkiezingen op rij. De remedie: de SP moet méér de straat op, klonk het uit de monden van lokale afgevaardigden. Dat zit „in ons DNA”, zei de Amsterdamse Nicole Temmink. Afdelingen moesten meer „buurtcampagnes” voeren, vond Pim Siegers uit Pekela. Rotterdammer Theo Coskun vond de SP „te parlementair bezig”. Ze kregen er hard applaus voor.

Inderdaad: eerst actie, dan de fractie.