Maat

In de Randstadrail zit bijna iedereen in mijn blikveld, net als ikzelf, op zijn telefoon. Behalve de man tegenover me en zijn dochtertje van een jaar of zeven naast me. Ze spreken zacht over muziek. Zij vertelt dat ze een liedje aan het componeren is, in een hele rare maat waardoor ze vastloopt. „Als iets niet bestaat, kun je het bedenken”, zegt de vader tegen het meisje.

Mijn telefoon ligt allang onaangeroerd op mijn schoot. Ik kijk naar de blik vol aandacht waarmee de man naar zijn dochter kijkt. De rest van de werkdag blijft het zinnetje bij me. Af en toe laat het zich horen, een melancholisch melodietje in een nieuwe maatsoort.

    • Karen de Boer