opinie

Lawaai maken tijdens dodenherdenking is buiten de orde

Geen nationaal evenement is inmiddels zo beladen als de jaarlijkse Dodenherdenking op de Dam in Amsterdam. Dit jaar dreigde tevoren veel geschreeuw om de twee minuten stilte. De actiegroep #Geen4MeiVoorMij vindt de Dodenherdenking racistisch omdat die alleen aandacht zou hebben voor „witte” slachtoffers. Bovendien worden onder anderen ook de Nederlandse militairen herdacht die sneuvelden tijdens de Indonesië-oorlog (1945-1950). Maar dat zijn in de ogen van de actiegroep „oorlogsmisdadigers”. Juist Indonesische slachtoffers, toen nog Nederlands onderdaan, zouden moeten worden herdacht.

Een lawaaidemonstratie tijdens de Dodenherdenking werd echter verboden door waarnemend burgemeester Jozias van Aartsen (VVD) van Amsterdam. De woordvoerder van de groep kreeg een gebiedsverbod. De rechter wees een beroep daartegen donderdag in kort geding af. En terecht.

De vrijheid van meningsuiting is een mede in de Tweede Wereldoorlog bevochten grondrecht. En in beginsel gedijt een open, liberale democratie bij het toelaten van juist ook afwijkende meningen. Die uitingsvrijheid is hier echter niet zozeer in het geding. Wat ter discussie staat, is de methode en het tijdstip van de meningsuiting. Met het maken van lawaai tijdens de twee minuten stilte wordt de Dodenherdenking ongedaan gemaakt. De betoging zou daarmee een inbreuk maken op de uitingsvrijheid van al degenen die deelnemen aan de 4-meiherdenking. En dat kan niet. Ook de rechter oordeelde terecht dat de actiegroep het recht heeft zijn boodschap uit te dragen – maar niet op 4 mei om acht uur ‘s avonds op de Dam.

Bovendien valt er inhoudelijk ook iets aan te merken op de stellingname van de actiegroep. De kern van de 4-meiherdenking is inmiddels dat Nederland samenkomt en letterlijk stilstaat bij de moord op zes miljoen Joden in Europa door het naziregime en zijn gewillige helpers. Daarnaast wordt natuurlijk ook stilgestaan bij de mannen en vrouwen die hun leven gaven voor Nederland tijdens de oorlog en tijdens inzet in het buitenland daarna. Maar aan de Shoah lijkt #Geen4MeiVoorMij geen boodschap te hebben, zoals ook donderdag tijdens het geding bleek uit de woorden van de raadsman van de actiegroep die stelde dat Federatief Joods Nederland blijk zou geven van „elitaire en valse culturele en politieke opvattingen”. Gewild of ongewild surft de actiegroep mee op de nieuwe golf van antisemitisme die op dit moment helaas weer zichtbaar is in West-Europa, zoals NRC donderdag liet zien.

En die ontwikkeling overschaduwt deze vierde mei. Was er eerder debat over welke groepen wel of niet werden herdacht of mochten meedoen aan dit jaarlijkse nationale ritueel, nu is het perspectief verschoven. Het gaat weer om ongepolijst antisemitisme, soms als uitloper van het Israëlisch-Palestijns conflict, vaak ook de oude, uit ressentiment geboren Jodenhaat.

Deze vierde mei is meer dan ooit duidelijk dat de Dodenherdenking niet alleen gaat om respect voor slachtoffers en bezinning bij een verschrikkelijk verleden. Het gaat erom dat iedereen zich bewust is van de urgentie van het heden waarin antisemitisme weer virulent is. En actief moet worden bestreden. Dat zijn we aan de geschiedenis verplicht, maar ook aan de toekomstige generaties.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.