Joden afschilderen als de ‘ontwortelde kosmopoliet’

Polen en Hongarije

In Polen is het nu strafbaar gemaakt om te stellen dat het land medeschuldig is aan de Holocaust.

Joden, in Polen een minuscule minderheid met enkele duizenden leden, drukken buitenlandse vrienden geregeld op het hart dat het in Polen knusser is dan je zou denken. Hhet land, waar vóór de Tweede Wereldoorlog meer dan drie miljoen Joden woonden, wordt vooral door Israëlische en Amerikaanse Joodse bezoekers vaak beschouwd als decor van de Holocaust en naoorlogs antisemitisme en de grootste Joodse begraafplaats ter wereld. Maar anders dan elders in Europa, zeggen de Poolse Joden, kunnen ze er vandaag de dag over straat, zonder fysiek te worden bedreigd.

Tegelijkertijd beschreven Joods-Poolse belangenorganisaties onlangs in een open brief hun situatie als „verre van normaal”. Dat hangt samen met een in februari goedgekeurde wet die het strafbaar stelt om te beweren dat ‘de Poolse natie’ medeschuldig is aan de Holocaust. Het verhitte debat zou hebben geleid tot een nieuwe „golf van antisemitisme”.

Tegenstanders van de wet zijn Israël en een reeks critici. Poolse nationalisten beschouwen hen als een „Joodse lobby”. Veel Polen voelen zich onbegrepen. Ze groeien op met een nadrukkelijke herinnering aan de bijna twee miljoen niet-Joodse landgenoten die omkwamen onder de nazi-bezetting. De buitenwereld, zien ze, heeft wel aandacht voor de Jodenvervolging, maar nauwelijks voor het Poolse nationale drama. Erger: misleidende termen als „Poolse concentratiekampen” lijken hen verantwoordelijk te houden voor de misdaden van de nazi’s. Gevolg is een overreactie, waarin zij alles afschilderen als „anti-Poolse aanval”, ook onderzoek naar Poolse deelname aan de Jodenvervolging.

Tegelijk vestigde onderzoek van de universiteit van Warschau aandacht op een ander probleem: antisemitisme zonder Joden. In een rondvraag uit 2017 bij meer dan 1.000 Polen zei 43 procent te geloven dat Joden uit zijn op wereldheerschappij. Een kwart was het eens met de stelling dat Joden in het verleden „christelijke kinderen ontvoerden”. Vooral oudere en minder goedopgeleide Polen koesteren nog steeds vooroordelen van mythische aard. Tekenend is een boek van een populair publicist over „het genie van de Joden”. Kernvraag van het boek: wat kunnen Polen leren van de Joodse „oververtegenwoordiging” in alle geledingen van de mondiale elites?

Hongarije

De grootste hedendaagse Joodse gemeenschap in Oost-Europa is Hongaars. In Boedapest wonen naar schatting enkele tienduizenden Joden. Ook hier is volgens opiniepeilingen een derde van de bevolking gevoelig voor antisemitische denkbeelden. En ook hier houden Joodse belangenorganisaties de regering verantwoordelijk.

De aanleiding is de propaganda waarin premier Orbán de Hongaars-Amerikaanse filantroop George Soros afschildert als staatsvijand. Soros is geboren in een Joodse familie en Orbán noemt hem „een speculant die een uitgebreid maffianetwerk beheert” en beschuldigt hem ervan Hongarije te willen overspoelen met islamitische vluchtelingen. In toespraken vaart hij uit tegen „een vijand die verschilt van ons. [...]. Ze zijn niet nationaal, maar internationaal, ze geloven niet in werken, maar in speculeren met geld. Ze hebben geen thuisland, maar de hele wereld is van hen.” Critici zien overeenkomsten met de ‘ontwortelde kosmopoliet’, een codewoord dat Sovjets gebruikten voor Joodse intellectuelen.

Volgens Soros mobiliseert Orbán zijn achterban door „anti-moslimsentimenten” te versmelten met „antisemitische stereotypes die doen denken aan de jaren dertig”. Orbán pareerde de kritiek met een synagogebezoek en het etaleren van de uitstekende banden met de Israëlische premier Netanyahu. Naast Netanyahu verklaarde Orbán vorig jaar: „We hebben nul tolerantie voor antisemitisme.” Het is onderdeel van de strategie, zeggen zijn tegenstandersl: expliciet antisemitisme afwijzen, impliciet inspelen op antisemitisch onderbuikgevoel.

    • Roeland Termote