In 1980 verdwenen de planten uit het Stedelijk

Grunberg in het Stedelijk #3

De hele maand mei ‘woont’ en werkt Arnon Grunberg in het Stedelijk Museum Amsterdam, met een groep kunstenaars. Hij schrijft daar dagelijks over.

Fotobewerking NRC

In de kelder bevindt zich de bibliotheek. Michiel, de bibliothecaris, een enthousiaste, ietwat volle man, die al achttien jaar voor het Stedelijk werkt, laat een film zien die hij heeft samengesteld, een compilatie van scènes met bibliothecarissen uit beroemde Amerikaanse films. „Hier zie je alle vooroordelen over de bibliothecaris op een rijtje”, zegt hij. „Ik dacht er snel rijk mee te worden, maar er zit copyright op die films.”

„Je identificeert je met de bibliothecaris”, zeg ik.

„Het is een huwelijk”, antwoordt Michiel. „De bibliotheek is een goede partner. Ze is erg trouw.”

Deze ochtend ben ik in gezelschap van kunstenares Sally. Zij is in de Syrische stad Hama geboren, heeft in Damascus aan de kunstacademie gestudeerd en is via Libanon in Nederland beland waar ze nu anderhalf jaar is. Ze woont samen met haar vriend in Zaandam.

„Ik versta de helft van wat Michiel zegt”, vertelt ze. „Dat is voor nu genoeg.”

In de kelder van het Stedelijk lijkt het voor altijd 1974.

„Vroeger had je planten in het museum”, vertelt Michiel met gepaste weemoed. „Sandberg was dol op planten. In 1956 hing hier de Guernica van Picasso en daarnaast zie je dan een lullig klimplantje. Er was een suppoost, Van der Ham heette die, die had de taak alle planten water te geven. Dat deed hij zo goed dat sommige conservatoren hem vroegen ook bij hen thuis de planten water te geven. De Wilde heeft dat afgeschaft. Die vond dat suppoosten niets bij conservatoren thuis te zoeken hebben. In 1980 zijn de laatste planten verdwenen. Vanwege de veiligheid zou dat tegenwoordig niet meer mogen. Voor mij is die obsessie met veiligheid een symptoom.”

Michiel mist de planten. Ik ook.

Bart, een collega van Michiel, vertelt dat ze elke ochtend beginnen met het knippen uit de kranten. Hij studeerde Duits en net als Maartje, die tegenover hem zit, wilde hij altijd bibliothecaris worden.

De bibliotheek, zeker die in het Stedelijk, is een klooster. Hier wordt de wereld, althans een deel ervan, gearchiveerd en bezworen.

„Ik lees geen boeken over moderne kunst”, zegt Michiel. „Die catalogiseer ik alleen. Ik lees literatuur.”

Hij vertelt hoe enkele schilderijen van het Stedelijk in 1944 aan de SD en de Luftnachrichten-Helferinnen die op het Roelof Hartplein resideerden, werden uitgeleend, waaronder werk van de Joodse schilderes Else Berg. Zij leefde toen al niet meer. Op 19 november 1942 was ze in Auschwitz vergast.

(Wordt vervolgd.)

In een eerdere versie van dit artikel stond dat Else Berg op 11 november 1942 omkwam in Auschwitz. Dit is aangepast naar de juiste datum, 19 november 1942.

    • Arnon Grunberg