Deze fotografen creëren foto’s zonder camera

Fotografie Ze werken met gevonden beelden, oude chemische procédés of voorwerpen uit de natuur.

Installatie in The Photographers’ Gallery, Londen (2018) Installatie Batia Suter

Batia Suter recyclet

‘Ik wil die beelden wakker schudden. Ze liggen in al hun pracht te verstoffen in oude boeken. Ik verstoor hun rust. Door ze te isoleren en samen te voegen met andere beelden geef ik ze een nieuw leven.”

De Nederlands/Zwitserse kunstenaar Batia Suter (50) scant afbeeldingen uit oude encyclopedieën, kookboeken, boeken en tijdschriften over kunst en wetenschap. Die stopt ze in mapjes op haar computer met titels als explosies, water, ronde dingen, portretten, heelal. Daarna begint in Photoshop een intuïtief proces van combineren, associëren en mixen. In 2007 verscheen Parallel Encyclopedia, dat werd uitgeroepen tot Best Verzorgde Boek. Met Parallel Encyclopedia #2 (2017) is ze genomineerd voor de Deutsche Börse Photography Prize, die op 17 mei in Londen wordt uitgereikt.

„Omdat ze uit drukwerk komen, zijn de beelden gerasterd en hebben ze een sterke structuur. En het gaat om oude boeken, dus vaak zijn de foto’s gehavend, onscherp, zitten er krassen op. Dat imperfecte zijn we niet meer gewend. Alles is nu vlijmscherp en fullcolour, foto’s worden perfect afgedrukt, liefst op enorme formaten. Bij mij worden juist die vaagheid en de misfits gekoesterd.”

Spread uit Parallel Encyclopedia #2 (2016). Beeld Batia Suter

Suter onderzoekt wat die nieuwe combinaties doen met onze verbeelding, maar ook hoe ze onze herinnering aanspreken: „Onbewust herkennen we dit soort beelden, maar omdat we ze in een andere omgeving zien, kunnen we ze lastig plaatsen. Aan de ene kant zijn ze daardoor inspirerend om naar te kijken, aan de andere kant begrijpen we niet meteen wat we zien. Dat prikkelt onze hersenen. We gaan scherper kijken.”

Werk van Batia Suter is t/m 3 juni i te zien in The Photographers Gallery in Londen en van 24 mei t/m 26 augustus in een solo-expositie in Le Bal, Parijs

Eva-Fiore Kovacovsky maakt unica

De Sequoiadendron giganteum, de Californische mammoetboom, werd voor de eerste keer in 1853 naar Europa gebracht, rond dezelfde tijd werd hier de fotografie uitgevonden. Gefascineerd door natuur én fotografie besloot de Zwitserse Eva-Fiore Kovacovsky (38) dit als startpunt te nemen voor haar Sequoiatypieën. Een verbastering van de term cyanotypieën: helderblauwe foto’s die ontstaan door voorwerpen rechtstreeks op papier te leggen, waarna licht en chemicaliën op elkaar inwerken en er een beeld ontstaat. Kovacovsky koos in dit geval niet voor papier maar voor doek, waar ze takken, blaadjes en stukjes bast op legde. De grote blauwe stofbanen met botanische afbeeldingen exposeert ze vervolgens vrij hangend in een ruimte, zodat je er tussendoor kunt wandelen, als in een echt bos. „Ik vind het spannend om zo te werken, het is bijna driedimensionaal, iets wat je bij ‘gewone’ foto’s niet hebt. Het beeld ligt ook meer op de oppervlakte, het is voelbaar. De manier waarop het licht op het doek valt, bepaalt mede de uitkomst. Of je rond het middaguur werkt, of tegen zonsondergang, dat is een wereld van verschil. Dat toeval, daar houd ik van.” Haar manier van werken betekent dat er altijd maar één exemplaar van het beeld is: „In de fotografie kun je eindeloos opnieuw hetzelfde beeld reproduceren. Ik maak unica.”

Links: Sequoiatypien (2017). Links: Fotogram/meervoudige belichting van een blad (2011).
Beelden Eva-Fiore Kovacovsky

Kovacovsky experimenteerde eerder al met fotogrammen, waarbij ze blaadjes in de donkere kamer in de vergroter legde en met verschillende soorten papier en kleurenfilters kwam tot abstracte, organische beelden – desoriënterend, bijna psychedelisch. „Ik ben geen schilder, maar ik vind het wel een mooi idee dat een schilder zo zichtbaar op de oppervlakte van zijn canvas aanwezig is. Ik probeer zoiets te doen met fotografie.”

Eva-Fiore Kovacovsky, Sequoia Grove, t/m 1 juli in Kunstfort Vijfhuizen.

Anne Geene gebruikt de natuur

‘Mooie foto’s interesseren me niet zo. Een foto moet een idee in zich dragen.” Anne Geene (35) onderzoekt, inventariseert en archiveert de wereld om haar heen met de nieuwsgierigheid van een wetenschapper. Ze speelt met gevonden en zelfgemaakte foto’s en gebruikt een scanner om voorwerpen uit de natuur – blaadjes, grassprietjes – om te zetten in beeld. Met haar pseudo-wetenschappelijke vogelboek Ornithology, dat ze maakte met Arjan de Nooy, won ze de Goldene Letter voor het beste boek van 2016. Dit jaar was ze de winnaar van de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs, waar ze ook de publieksprijs won.

Geene volgde een opleiding fotografie. „Maar ik was niet zo geïnteresseerd in de technische kant ervan. Bovendien vind ik het zo’n omslachtige handeling, met zo’n camera om je nek. Al dat gedoe. Het moet er gewoon opstaan, scherp en goed belicht. Dat is alles. De foto puur als registratiemiddel.”

Links: Horizonblaadjes. Rechts: Gras (rood/groen), beiden uit The Museum of the Plant (2016)
Beeld Anne Geene

Voor haar project Museum of the Plant fotografeert ze planten van bekende mensen. „Dat worden hopelijk publiekstrekkers. Het idee is dat een plant eigenlijk gewoon is wie die is. Ik ben benieuwd hoe je hem interessant maakt zonder hem te veranderen, zodat-ie toch museumwaardig wordt. Ik heb een plant van Rineke Dijkstra en van Jan Marijnissen. Martin Parr doet ook mee. Met gras doe ik hetzelfde: ik verzamel gras van bijvoorbeeld de Arena, het Vondelpark en van het graf van Félix Nadar, een van de eerste fotografen uit de negentiende eeuw. Ik plak die sprietjes in boekjes en die scan ik in. Ik heb ook gras van de Haagse Golf en Countryclub, dat wordt gezien als het mooiste grasveld van Nederland. Die sprietjes zijn maximaal twee centimeter, echt superkort.”

T/m 27 mei in Galerie Wit in Wageningen en t/m 26 mei in Galerie Pennings in Eindhoven.

Enrico Garzaro vangt bloemen

‘Tussen al die beelden die we dagelijks om ons heen zien, al die perfecte, kleurrijke, superflashy beelden met interessante mensen en gebeurtenissen, wil ik iets maken dat ultiem saai is. Een beeld waarin niets gebeurt. Een beeld met een belichtingstijd van een week bijvoorbeeld, of drie maanden. Een heel leven misschien wel – ik ben nog aan het onderzoeken of dat mogelijk is.”

De Italiaanse Enrico Garzaro (29) is tweedejaars student fotografie aan de Rietveld Academie en knutselt graag zijn eigen camera’s in elkaar. Een houten box met een lens, lichtgevoelig papier erin en klaar. „Met extreem lange belichtingstijden registreer je op die manier slechts dat wat altijd aanwezig is – niet de bijzondere, kortdurende gebeurtenissen. Alleen de dingen die blijven. Door de overvloed aan beelden zien we soms niet meer wat echt interessant is. Onze blik raakt vertroebeld. Ik wil terug naar een rustige manier van kijken, dat je je bewust bent van wat je ziet.”

Links: Fotogram van ingebrand en onbelicht negatief. Rechts: Fotogram van bloem
Beeld Enrico Garzaro

Gazaro bouwde vorig jaar een levensgrote camera obscura, ook al zo’n traag fotografisch apparaat, die hij onder andere tentoonstelde in Fotomuseum Amsterdam (Foam). Daarnaast experimenteert hij in de donkere kamer met allerlei manieren om een beeld tot stand te brengen. „Ik neem bijvoorbeeld een negatief waar niks op staat en daar brand ik gaatjes in – dat levert spannende beelden op. Of als ik een bloem wil ‘fotograferen’, dan maak ik niet eerst een foto van die bloem en druk die dan af, nee, ik leg de bloem zelf in de vergroter. Eens kijken wat er dan gebeurt.”

Het werk van Enrico Garzaro is dit najaar te zien op fotofestival Unseen in Amsterdam.

    • Rianne van Dijck