‘Ik ben tevreden als ze zeggen: Sam was er altijd voor Tom’

Giro d’Italia

Hét klassementstalent Sam Oomen (22) wil een grote ronde uitrijden. In de Giro d’Italia moet hij kopman Tom Dumoulin helpen.

Eén keer vertelde Sam Oomen in alle eerlijkheid wie hem in het dagelijks leven inspireert – René Gude, de in 2015 overleden Denker des Vaderlands – en voortaan werd hij in de media bestempeld als ‘de filosoferende wielrenner’. Hij liet zich ook ontvallen dat hij van pianospelen houdt, en ja hoor, tijdens de Ronde van Spanje vorig jaar regelde tv-persoonlijkheid Filemon Wesselink een keyboard. Op internet is een filmpje terug te vinden onder de kop ‘Sam de pianoman’.

Journalisten smullen van een wielrenner die meer kan dan hard trappen alleen. Oomen is intelligent. Hij deed het gymnasium en waagde zich nadien aan een studie psychologie. Voor een kerel van 22 is hij welbespraakt en bovendien ziet hij er nogal opvallend uit, met een aan de zijkanten opgeschoren rockerscoupe en rode sprieten langer haar die rommelig op zijn schedel staan. Maar zelf is hij er „geen fan van” om steeds als er een grote wielerwedstrijd aan zit te komen „een bepaald beeld” over zichzelf terug te lezen in de kranten. „Het klopt namelijk nooit helemaal. Er is maar één kant die wordt uitgelicht.” Daarom zegt hij: „Bel maar geen familie voor een profilerend artikel. Die houd ik er liever buiten.”

Die grote wedstrijd is aanstonds: de 101ste Giro d’Italia, waarin de pas 22-jarige jongeman uit Tilburg deze vrijdagmiddag met een tijdrit door de straten van Jeruzalem gaat debuteren. Hij heeft geen flauw benul van wat hem te wachten staat, want nog nooit reed hij een grote ronde uit – vorig jaar stapte hij in de Vuelta na twee weken met een maagvirus af. „Ik ben denk ik nog nooit zo teleurgesteld geweest”, zei hij toen. Thuis op de bank moest hij aanzien hoe zijn kopman bij Sunweb Wilco Kelderman zonder hem nog naar de vierde plek in Madrid reed.

Lees ook: Alles weten over hoe wielrennen werkt? Lees onze wielergids.

Derde week

Maar met het fenomeen ‘derde week’, waarin zo’n drieweekse etappekoers als de Giro vaak beslist wordt, maakte Oomen nog geen kennis. Terwijl van hem de komende tijd juist wel verwacht wordt dat hij zijn kopman en regerend kampioen Tom Dumoulin in het hooggebergte zo lang mogelijk gaat bijstaan in diens missie om de Giro opnieuw te winnen. Juist bergop in de derde week, waar ook dit jaar weer het zwaartepunt van de ronde ligt. Hij kijkt ernaar uit om, in zijn woorden, zichzelf af te takelen. Is-ie goed in, van kinds af aan al. „Ik denk dat ik tevreden ga zijn als mensen na afloop zeggen: ‘Sam was er altijd voor Tom, als een rots in de branding.’”

Meesterknecht wordt hij al genoemd. Met die term heeft Oomen ook niets. „Een grote ronde uitrijden is al een doel op zich. Maar ik begrijp ook wel dat ik er niet aan ontkom dat kranten over mij schrijven.” Als hij zo blijft fietsen, wordt dat de komende jaren alleen maar erger. Oomen wordt gezien als hét klassementstalent van Nederland.

In aanloop naar de Ronde van Italië kunnen we hem alleen nog telefonisch benaderen. Hij belt ons, en niet andersom. Zijn nummer heeft hij afgeschermd. Oomen vertelt dat hij er een pittige trainingsperiode op heeft zitten: samen met Dumoulin en de Belg Louis Vervaeke, die andere renner die moet zorgen dat de titelverdediger niet zoals vorig jaar vaak geïsoleerd komt te zitten, trainde hij twee weken op hoogte in de Spaanse Sierra Nevada. Dumoulin liet doorschemeren dat zijn jonge landgenoot hem bergop nu en dan de baas was.

Lees ook: Over het succes van het Nederlandse wielrennen: de nieuwe wielerschool.

Dat hij die trainingsstage goed verteerd heeft, bleek twee weken terug toen hij als twaalfde eindigde in de klassieker Luik-Bastenaken-Luik, het monument waarin hij in 2016 doorbrak bij het grote publiek. Oomen finishte zijn eerste ‘Luik’ destijds als 26ste en kon lang met ’s werelds besten mee in de race die door Wout Poels werd gewonnen. Hij was toen pas 20 jaar.

Kudde koeien

Belangrijke wielerploegen hadden Sam Oomen al veel langer op de radar. In 2014, op zijn 19de, tekende hij een contract bij het vermaarde Rabobank Development Team. Als jonge tiener had hij tijdens de Rabobank Ardennen Proef al goede resultaten laten zien op de Col du Rosier en de Côte de Wanne in de Ardennen, de beklimmingen waar nieuwelingen op hun klimmerscapaciteiten worden getest. Alhoewel, op de Rosier klokte hij geen al te beste tijd: „Je zal het niet geloven”, zegt hij, „maar vlak onder de top moest ik stoppen voor een kudde overstekende koeien. Toen zat ik er al redelijk doorheen. Gelukkig had ik op de Wanne laten zien wat ik kon.”

Lees ook: Waarom de Giro niet in ‘West-Jeruzalem’ start.

Fietsen deed Oomen vanaf zijn achtste op dinsdag en donderdag bij TWC Pijnenburg, de lokale wielerclub van Tilburg. Een klasgenootje woonde tegenover de club en toen voetballen na drie trainingen zijn sport niet bleek, ging hij op wielrennen. Zijn eerste wedstrijd won hij op een huurfiets, later kreeg hij er een van het Brabantse merk Empella. Oomen moest het nooit hebben van de macht in zijn benen op een vlak parcours, wedstrijdjes die jeugdige renners eigenlijk alleen maar afwerken. „Die eindigden bijna altijd in een sprint. Naarmate ik ouder werd, kwam ik vaker tekort in de finale.”

Dus moest hij iets nieuws bedenken. „Toen heb ik het vak demarreren aangeleerd.”

Wat is dat?

„Gewoon, snoeihard fietsen, als een kip zonder kop aanvallen, rechts van de weg een gaatje pakken en dan wegpoeven. Rond mijn vijftiende ontdekte ik bij wedstrijdjes in Limburg dat ik bergop veel beter uit de voeten kon. Iedereen had het zwaar, mij ging het makkelijker af.”

En vanaf dat moment wilde je wielerprof worden?

„Nou, ik was daar niet dagelijks mee bezig. Voor mijn gevoel was het een ver-van- mijn-bedshow. Maar het was wel een jongensdroom dat ooit te bereiken.”

Lange tijd bleef Oomen naast zijn sport studeren. Hij koos psychologie. Niet zozeer omdat hij dat de interessantste studie vond, maar daarvoor kon hij wel in Tilburg blijven, bij zijn ouders, en blijven werken aan zijn wielercarrière. Psychologie was het minst oninteressante in het studieaanbod.

Dat ‘dubbelleven’ hield hij anderhalf jaar vol. „Tot het praktisch in de soep liep. Door een meerdaagse koers miste ik een toets, en daarna kon ik ook niet bij de herkansing zijn. Soms kwam het voor dat ik een presentatie moest houden met klasgenoten die ik nog nooit had gezien.”

Dus toen koos je voor het wielrennen?

„Ja, want Rabobank investeerde in mij. Je wilt ook wat terugdoen. Ik had ook de luxe dat ik al uitzicht had op een overstap naar de profs. Bij Sunweb [toen nog Giant-Alpecin, red.] was ik al eens op gesprek geweest en er waren geruchten van andere geïnteresseerden. Maar tegelijkertijd vond ik het ook moeilijk om te stoppen met studeren. Ik was toch al anderhalf jaar bezig en op twee vakken na had ik mijn propedeuse binnen.”

Waarin vind je nu intellectuele uitdaging?

„Ja, da’s een goed punt. Er zijn absoluut momenten, bijvoorbeeld in de weken voorafgaand aan deze Giro, dat ik intellectueel weinig op dreef ben. Dan ben ik vooral aan het trainen en probeer ik familie te zien. ’s Winters komt het dan weer opzetten. Dan vraag ik me af of ik niet gewoon in deeltijd moet gaan studeren en pak ik er boeken bij, over trainingsleer, voeding en psychologie. De uitdaging zit ’m voor mij toch in dat gedeelte van de wielersport; het alleen-zijn, altijd maar diep gaan. Dat vergt veel van je.”

Oomen begint te lachen. Hij ziet de krantenkoppen alweer voor zich. „Vooruit. In de winter lees ik het meest over aardrijkskunde. Dat vind ik heel interessant. Mijn grootste interesse ligt bij de fysische geografie. Een carrière als weerman is het overdenken waard.”

Een week later heeft Oomen het interview gelezen en mailt hij: ‘Dat laatste is grappend bedoeld, hè? Dadelijk leef ik echt verder als weerman.’

    • Dennis Meinema