Het antisemitisme is agressiever geworden

Zweden

Antisemitisme is in Zweden niets nieuws, maar onlangs noemde de premier het een „zorgelijk probleem”.

Als de premier van een land zich geroepen voelt uit te spreken dat er daar geen plek is voor antisemitisme, dan weet je dat er iets niet goed gaat. Afgelopen december gaf de Zweedse premier Stefan Löfven toe dat antisemitisme een probleem is geworden in zijn land, waar 18.000 Joden wonen.

Er was brand gesticht bij een synagoge. Dit keer in Göteborg, de tweede stad van Zweden. Ook werden die maand antisemitische leuzen geroepen tijdens een demonstratie in Malmö. In april 2017 besloot een Joods buurtcentrum in de Noord-Zweedse stad Umea zijn deuren te sluiten na bedreigingen van neonazi’s. De muren waren besmeurd met graffiti van swastika’s en teksten als „we weten waar je woont”. De autoriteiten konden de veiligheid van de Joodse bezoekers niet meer garanderen. En de Joodse gemeenschap in Malmö, 500 mensen, klaagt al jaren over intimidatie en geweld door moslims. Jongeren zouden zelfs om die reden de stad verlaten. Veel mensen durven hier niet meer met een keppeltje over straat.

Het antisemitisme is in Zweden agressiever geworden, zeggen experts, zowel binnen extreem-rechtse bewegingen als de neonazistische Noordse Verzetsbeweging, als in de islamitische hoek. Anti-Joodse uitingen vallen op bij migrantengroepen in Zweden, vooral in reactie op gebeurtenissen in het conflict tussen Israël en Palestina. Per jaar worden er zo’n 228 gevallen van hate crime gemeld. 24 procent vindt in het openbaar plaats, 20 procent online.

    • Maral Noshad Sharifi