Recensie

Garry Shandling speelde graag met tv-regels

Als er iets was dat de Amerikaanse komiek Garry Shandling voor ogen stond, was het zichzelf vinden via wat hij deed. Als dat neurose en zelfhaat opleverde, moest dat maar.

De twee jaar geleden op 66-jarige leeftijd overleden Shandling was ook in Nederland geen onbekende, getuige de uitzending van It’s Garry Shandling’s Show (1986-1990) en The Larry Sanders Show (1992-1998). Beide waren baanbrekende, satirische tv-shows die frivool speelden met allerlei tv-regels. Ze braken de vierde wand en lieten met veel genoegen zien hoe talkshows gemaakt worden. Er kwamen camera’s in beeld, geluidsmensen en make-up artiesten. Shots lieten de opnameleider zien die stond te grinniken bij de monitor en de chaos die er heerste bij de opnames. Met allemaal als doel om tv-maken te demystificeren.

In The Larry Sanders Show speelde hij een fictieve, ijdele en neurotische talkshowhost, wat scènes opleverden waarbij de ongemakgrens werd opgezocht. Maar laten we daarbij niet vergeten hoe grappig de programma’s waren.

Garry Shandling was in alles een perfectionist. Zoveel wordt wel duidelijk uit de tweedelige HBO-serie die regisseur Judd Apatow maakte over de man bij wie hij het vak leerde. Apatow had daarbij de beschikking over de dagboeken van Shandling, talloze archiefbeelden en hij maakte ook interviews met vakgenoten die Shandling goed kenden. Onder wie Jerry Seinfeld, Jay Leno en Jim Carrey.

Shandlings perfectionisme en constante zelfonderzoek kwam tegen een prijs. Zo versleet hij veel schrijvers en andere medewerkers, tegen wie hij soms ongenadig hard uitviel. Toen zijn toenmalig vriendin hem verliet, zij had een rol in The Larry Sanders Show, ontsloeg hij haar.

Met mediteren probeerde hij de schade beperkt te houden. Als twintiger ontwikkelde hij een grote interesse in Zenboeddhisme, ongetwijfeld ook als reactie op het overlijden van zijn jongere broertje. Een traumatische gebeurtenis die een grote plek krijgt in de vierenhalf uur durende documentaire. Toen Garry tien was, stierf zijn oudere broertje, met wie hij heel hecht was, aan taaislijmziekte. Zijn moeder hield Garry bij de begrafenis weg en er werd verder nooit meer over gepraat.

Er komt heel veel voorbij in The Zen Diaries of Garry Shandling, dat (te) uitputtend ingaat op Shandlings carrière. Met daarnaast aandacht voor de problematische verhouding met zijn (joodse) moeder en vrouwen in het algemeen. Angst weer iemand te verliezen, zoals zijn broertje, leidde tot hechtingsproblematiek. Allemaal materiaal dat hij inzette in zijn stand-upoptredens en tv-programma’s. „Gebruik alles dat je hebt om grappig te zijn” was een van zijn mantra’s. Grappig was hij tot het eind.

    • André Waardenburg