‘Er gaat hartstikke veel mis in de bouw’

Bouwhoogleraar Rob Nijsse Het incident met onveilige betonvloeren staat niet op zichzelf. Het bouwtoezicht is te veel uitgehold, zegt Rob Nijsse. „Het functioneert niet, het is een onmogelijke taak geworden.”

Vloer met kunststof betonbollen op een kantoortoren in Rotterdam, waar vijf extra verdiepingen bovenop worden gebouwd. Vorig jaar stortte een parkeergarage in die met vergelijkbare bollen was gebouwd. Foto Ries van Wendel de Joode / Hollandse Hoogte

Toen Rob Nijsse nog vaak over de bouwplaats struinde, zag hij de raarste dingen. Balken die door de aannemer vijf centimeter dunner waren gemaakt dan op de tekening stond – dat scheelde beton. Scheuren in de nokken van een parkeergarage omdat er delen wapening waren ‘vergeten’. Aannemers die keurig een wapeningsnet neerlegden op de vloer van een huis, voor het betonstorten. Maar zodra de inspecteur zich had omgedraaid, sleepten ze dat net snel naar de volgende vloer, en de volgende, zodat er nergens fatsoenlijke wapening in zat. Hadden ze wel twintig netten uitgespaard.

In de bouw is streng en onafhankelijk toezicht noodzakelijk, vindt hoogleraar building engineering Rob Nijsse van de TU Delft. Maar dat toezicht is er nauwelijks meer. Gemeentes bezuinigen er al jaren op. Zeer kwalijk, vindt hij. En nog kwalijker vindt hij het wetsvoorstel, waarin bouwtoezicht wordt overgeheveld naar private partijen.

Wat Nijsse betreft, verdwijnt dat hele voorstel. Toezicht is de taak van een onafhankelijke instantie met veel bevoegdheden, vindt hij. Die visie is hij nog feller gaan verkondigen nadat vorig jaar een parkeergarage bij de luchthaven Eindhoven instortte. Experts denken dat dit mede kwam door het slecht hechten van de betonnen delen van de vloeren. Daarvoor moet de onderste plaat zijn opgeruwd, wat in Eindhoven niet is gebeurd. Een goede toezichthouder had dat kunnen zien, zegt Nijsse.

Waarom heeft juist de bouw streng toezicht nodig?

„In de bouw heb je te maken met lage marges en lange ketens van onderaannemers. Dat zijn redenen om snel en slordig te werken en op álles te bezuinigen. Het begint met een voorman die zegt: laat dat ene hekje op de rand maar weg, dan kunnen de bouwmaterialen er sneller doorheen. En dan nog een hekje. En dan zijn opeens alle hekjes weg. Een onafhankelijke inspecteur die rondloopt helpt. Vreemde ogen dwingen.”

Bouwtoezicht is wegbezuinigd, zegt u. Hoe was het twintig jaar terug?

„Toen had een kleine gemeente van, zeg 40.000 inwoners, er een paar mensen voor. Die controleerden berekeningen, stelden vragen. Als er iets belangrijks als een funderingsplaat werd gestort, kwamen ze kijken. Is de bekisting goed, zit alle wapening erin, is de vloer dik genoeg? Want als het beton er eenmaal ligt, kun je niks meer zien. Natuurlijk was er spanning. Dan wilde toezicht zoveel mogelijk wapeningsstaven en de bouwer zo weinig mogelijk. Dat was een gevecht. Maar dat is goed.”

Hoe is het nu?

„Nu zit er bij zo’n kleine gemeente een halve man. Eén overspannen ambtenaar die alles alleen moet doen. Die komt dus niet verder dan de bouwkeet om wat tekeningen af te stempelen. Het functioneert niet, het is een onmogelijke taak geworden.”

Die halve man is overdreven, vinden ze bij de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht, de brancheorganisatie voor inspecteurs. Maar kleine gemeentes kunnen wel moeilijk vacatures invullen, zegt directeur Wico Ankersmit, of er staan helemaal geen vacatures open. Hij schat dat bouwtoezicht afgelopen jaren met een vijfde is gekrompen, terwijl het werk toeneemt en de taken zijn uitgebreid. „Bouwtoezicht”, zegt Ankersmit, „is niet meer op oorlogssterkte”.

Nu houdt Rob Nijsse van sterk aanzetten. Dat doet hij ook in zijn columns voor vakblad Cement, die onlangs zijn gebundeld onder de titel Verbeelding en Werkelijkheid.

Eerst schreef Nijsse columns omdat hij het leuk vindt z’n ervaringen te delen. Maar hij „verhardde” na het instorten van vijf balkons in Maastricht. „De balkonplaat leunde op een kolom, die moest steunen op de kelderwand. Maar er was gerotzooid met de maten en de kolom belandde naast de kelderwand. Dat hebben ze opgelost met een stukje extra beton, maar dat brak af. Twee doden, door gerommel. En wat zegt de rechter? 20.000 euro boete voor een kleine onderaannemer. Ik ben zo woedend geworden in een column.”

Zóveel stort er toch niet in?

„Jawel! Er gaat hartstikke veel mis. Het dak van het Twente-stadion, gevaarlijke parkeergarages in Bos en Lommer. En nu weer de garage bij Eindhoven. Dat is trouwens geen toeval hoor, dat het vaak om garages gaat. Niemand haalt daar eer uit. Die moeten zo snel en goedkoop mogelijk in elkaar worden geflanst door een stel onderbetaalde buitenlanders. Dat heeft nog een extra gevolg: doden op de bouwplaats. Twintig, vorig jaar. Door slechte communicatie, slordigheid, fouten. Dan zeggen ze: iedereen een helm op. Nee, die steen moet niet op iemands hoofd kunnen vallen. Bestrijd de oorzaak. ”

In het wetsvoorstel gaat toezicht naar private partijen. Die hebben meer expertise, zeggen sommigen.

„Ja, inmiddels wel. Maar dan moet je gemeentelijk bouwtoezicht weer uitbreiden. Je moet het niet overlaten aan de markt. Een slager kan niet zijn eigen vlees keuren. Toezicht is de verantwoordelijkheid van de overheid. Maar deze liberaal-kapitalistische regering wil het niet. Net als bij de Voedsel- en Warenautoriteit, die is ook uitgehold. Dan krijg je dus fipronileieren en ingestorte gebouwen.”