Recensie

Een gepassioneerd leugenaar

Hugo Claus In een mooi uitgegeven en rijk geïllustreerd vervolg op De jonge jaren komt in het Familiealbum vooral het gezin naar voren waarin Claus opgroeide. ‘Een zwart nest’ met nazi-sympathieën.

Hugo Claus in 1956. Foto Paul Huf MAI/Hollandse Hoogte

Het mooiste boek van de kleine publicatiehausse die gepaard ging met de tiende sterfdag van Hugo Claus vorige maand is zonder twijfel Hugo Claus. Familiealbum van Clauskenner – én oprichter van het Documentatiecentrum Hugo Claus – Georges Wildemeersch (1947). Bijna vierhonderd pagina’s gebonden op mooi papier, met kleurenreproducties die een grote liefde voor documenten verraden – en overigens ook voor de schoonheid van Claus’ eerste echtgenote, de actrice Elly Overzier (1928-2010).

Familiealbum overlapt deels en is deels een vervolg op Wildemeersch’ Hugo Claus. De jonge jaren dat twee jaar geleden verscheen volgens dezelfde opzet. Dat boek concentreerde zich op het leven van de kunstenaar als jonge man en reikte tot Claus’ twintigste. Familiealbum loopt door tot de verschijning van De Oostakkerse gedichten in 1955 en plaatst Claus (1929-2008) in het perspectief van het gezin waar hij in opgroeide.

Dat waren, om het maar heel voorzichtig te zeggen, mensen over wie je een boek kon schrijven. Claus’ vader was een drukker die zijn enthousiasme voor de nazi’s niet onder stoelen of banken stak, wat hij na de oorlog moest bekopen met internering en de tijdelijke ontzegging van zijn burgerrechten. Claus’ moeder deelde de politieke overtuigingen van haar man, maar verder was het huwelijk weinig harmonieus. Na de oorlog verhuisde Jozef Claus vrijwel onophoudelijk, soms met en soms zonder zijn gezin.

Dan was er ook nog het verhaal van Leona, een vroegere vriendin van Claus’ moeder die door haar na een scheiding liefdevol opgevangen werd. Jozef deed daar in gastheerschap nog een schepje bovenop, begon een verhouding met Leona en probeerde de kinderen aan zijn kant te krijgen. Dat lukte niet zomaar, zo blijkt uit een brief uit 1954 van Hugo aan collega-dichter Simon Vinkenoog: ‘Ik kan je wel verklappen dat mijn vader van mijn moeder weggelopen is, onder andere omdat hij van mijn broer Johan, je weet wel die van twaalf jaar, hamerslagen heeft ontvangen die hem in het hospitaal met drie gaten in zijn hoofd deden belanden.’

Verhouding met Lucebert

Claus verkeerde volop in Vijftigerskringen, waarbij onder meer de verhouding met Lucebert de aandacht trekt. Om te beginnen omdat (zoals sinds de publicatie van de Lucebertbiografie van Wim Hazeu algemeen bekend is) beiden een wat beschamend oorlogsverleden delen, waar ze verschillend mee om gingen. Waar de Keizer der Vijftigers angstvallig bleef zwijgen, bracht Claus in 1983 naar buiten dat hij op zijn dertiende ‘een paar maanden’ lid was geweest van de Nationaal Socialistische Jeugd Vlaanderen.

Wildemeersch vermoedt dat de in ‘een zwart nest’ opgroeiende Hugo wel langer en ook wel bij meer clubs aangesloten is geweest. Bovendien diende de openhartigheid (toch ook veertig jaar na dato) een doel; publiciteit voor de juist verschenen roman Het verdriet van België (1983) – waar Claus’ familiegeschiedenis diepe sporen in heeft achtergelaten. Later zou Claus zeggen dat hij ‘fanatiek pro-nazi’ was geweest. Zijn overtuigingen weerhielden vader Claus er trouwens niet van om samen met zijn zoon entartete literatuur uit een opslagkelder te ontvreemden.

Tussen Claus en Lucebert boterde het toch al niet echt. De Vlaming liet zich een aantal keren ontvallen dat hij weliswaar bewondering had voor enkele van Luceberts gedichten, maar dat hij met de man maar slecht overweg kon. Uit een anekdote van Elly Overzier die Wildemeersch optekende komt nog een ander motief voor disharmonie naar voren. Elly was op bezoek bij Rudy Kousbroek en Ethel Portnoy. ‘Ook Lucebert was er. Zij schoot heel goed met hem op, kon aangenaam met hem praten en hij begreep haar perfect. Die nacht bleef zij daar slapen, maar Kousbroek was heel eng behuisd. Lucebert en zij lagen zeer dicht bij elkaar en toen hebben ze de liefde bedreven.’ Overigens kwamen buitenechtelijke contacten wel vaker voor in de relatie van Claus en Overzier.

Georges Wildemeersch is veel meer een documentalist dan een schrijver. Hij draagt veel materiaal aan, ook over de ontstaansgeschiedenis van De Oostakkerse gedichten, Claus’ poëtische meesterwerk, maar houdt zich duidend en interpreterend op de vlakte. Wat Hugo Claus voor man was, moet de lezer zelf verzinnen.

Het beeld dat tussen de fragmenten door oprijst, nodigt meer uit tot bewondering voor de kunstenaar dan voor de mens. Claus toonde zich vaak eigengereid, egoïstisch en hij was een gepassioneerd leugenaar die een zeker genoegen beleefde aan het tegen elkaar uitspelen van bijvoorbeeld uitgevers.

Intussen heeft de man ons wel verschrikkelijk veel moois bezorgd. Wildemeersch vond nog een ongepubliceerd gedicht ‘Voor de dichters’ waarin Claus ten tijde van de Oostakkerse gedichten zijn voorbeelden (zoals Hölderlin, De Nerval en Appoloniaire) eert en fraai besluit:

Zij breken de band zij houden mij soms samen

Wanneer ik door deze straat van koeien garnizoenen verzenmakers

Ga wanneer de avond

Stil als een oude stille vrouw

(verlicht zijn de andere ramen, gekweld ons land

Gespleten ons glooiend veld)

Ons samen in de boeien knelt.

    • Arjen Fortuin