Opinie

    • Japke-d. Bouma

Blijf met je poten van de stilte

Japke-d. Bouma schrijft elke week over de taal die ze om zich heen hoort. Vandaag: de stilte, en hoe kwetsbaar die is.

Als je je ogen sluit, klinkt elke stilte hetzelfde. Maar elke stilte voelt wel anders. De stilte voor de storm bijvoorbeeld voelt een stuk dreigender dan de genietende stilte vlak voor je in een ijsje bijt. Ook in de taal zijn er veel verschillende stiltes. Zo is er de pijnlijke stilte, de weldadige stilte, de ongemakkelijke stilte, de beladen stilte. Voor iets dat formeel niets met taal te maken heeft, is er in verdacht veel varianten voorzien.

Dat is omdat stilte ook taal is. Op papier mag er dan geen taal te bekennen zijn in stilte, in de praktijk is stilte een en al taal. Omdat stilte gevoelens overbrengt. Denk aan een echtpaar van wie de een aan de ander in een moment van stilte vraagt ‘Waar denk je aan?’ en een ander stel zorgeloos zwijgend naast elkaar kan zitten. Je hebt stiltes om te snijden en stiltes om te koesteren – over veelzeggende stiltes gesproken.

De Nederlandse taal waardeert de stilte. Spreken is zilver, zwijgen is goud, stille wateren diepe gronden, schreeuwlelijk, je wordt ergens stil van – het zijn uitdrukkingen die iedereen kent en leert.

Maar de stilte staat onder druk in onze samenleving. Want jongens wat een lawaai is het tegenwoordig toch overal. Het zal weer aan mij liggen, dat ik een oude lul aan het worden ben die steeds minder kan hebben, maar ik heb de laatste tijd steeds vaker het gevoel dat ik de stilte moet opeisen. De Volkskrant had daar laatst trouwens een stuk over, dat we dat meer zouden moeten doen. Ga er maar aanstaan.

In stilte kan iedereen denken wat hij wil, in lawaai ga je toch weer zitten luisteren

Zo heb ik laatst op een zonnige zaterdag zes uur lang in mijn tuin naar de loungemuziek van andere buitenzitters moeten luisteren – waarom moet er muziek bij als je buiten zit? En dan zijn er nog de treinbellers, de bladblazers, de kermissen. Ik zou af en toe wel een privéstiltecoupé willen hebben, een soort grote glazen vissenkom om mijn hoofd. Ga lekker op het Groningse platteland wonen, zei laatst iemand. Ga ik ook doen, maak je geen zorgen. Maar ik gun iedereen de stilte.

Want stilte is, na vrijheid, toch het hoogste goed dat we hebben. Het is in ieder geval net zo kwetsbaar als vrijheid, het kan elk moment kapot en dan banjert iedereen er weer met zijn modderpoten overheen.

Wat dat betreft is het best gek dat we onze vrijheid met lawaai en festivals vieren. Stilte past veel beter bij vrijheid. Stilte is ook kostbaar als vrijheid – je zou sommige mensen ‘zwijggeld’ willen betalen voor stilte. In stilte kan iedereen denken wat hij wil, in lawaai ga je toch weer zitten luisteren naar wat iemand zit te zingen, te roepen of te beweren, ja, dat is de ander zijn vrijheid – maar in stilte is iedereen waarlijk vrij. Hoe stiller het is, hoe meer je hoort, ook.

Lees ook de column van Clarice Gargard: Wat betekenen die twee minuten echt?

Daarom zouden we vanavond niet alleen onze doden met stilte moeten eren – wat een mooie traditie is dat trouwens lieve mensen, wee degene die daar met zijn poten aankomt – maar ook onze vrijheid, morgen, zouden we moeten vieren in stilte. Een eerbetoon aan het belang van onze vrijheid. Je eert iets schaars van waarde met iets schaars, van waarde, je toont je respect ervoor, in een eerbiedige stilte.

En ook omdat het weleens lekker is, een feestdag zonder teringherrie.

Taaltips via @Japked op Twitter.
Lees ook: Schreeuwen op 4 mei als onderdeel van ‘sociale strijd’
    • Japke-d. Bouma