Binnenvaartschippers, neem extra maatregelen bij dichte mist

Veiligheid binnenvaart Kortere vaartijden en eerder van schipper wisselen. Dat adviseert de Onderzoeksraad voor Veiligheid donderdag in een rapport over de aanvaring van de stuw bij Grave door een benzeentanker.

Een aannemer probeert de schade vast te stellen aan de zwaar beschadigde stuw van Grave. Het schip dat er eind 2016 tegen voer, ontzette vijf stuwdeuren. Foto Flip Franssen

Binnenvaartschippers die gevaarlijke stoffen vervoeren, moeten bij dichte mist extra veiligheidsmaatregelen treffen, zoals het inkorten van de vaartijden of het eerder aflossen van de schipper. Rijkswaterstaat moet daarnaast de bevoegdheid krijgen om bij extreme weersomstandigheden het scheepvaartverkeer plaatselijk stil te leggen.

De schade door de aanvaring bij de stuw bij Grave is enorm. Wie gaat dat betalen?

Dat stelt de Onderzoeksraad voor Veiligheid donderdag in het rapport over de aanvaring van de stuw bij Grave door een benzeentanker, in dichte mist op 29 december 2016.

Bij varen in dichte mist gelden nauwelijks specifieke regels voor de binnenvaart, aldus het rapport. „Het bevreemdt de Onderzoeksraad dat een schip beladen met tweeduizend ton benzeen ook in dichte mist tot veertien uur aaneengesloten mag varen zonder aflossing van de schipper.” De Raad wijst erop dat naast de schipper ook de vaarwegbeheerder en de chemiebedrijven als opdrachtgevers voor het transport een verantwoordelijkheid hebben.

De kapotte stuw bij Grave zorgde voor grote problemen. De recreatieplas de Mookerplas bij Mook was niet meer bereikbaar vanaf de Maas. Foto Flip Franssen

De tanker Maria Valentine, op weg nar Rotterdam, ramde in dichte mist het stuwencomplex in de Maas bij Grave en kwam drie meter lager aan de andere kant terecht. Er vielen geen gewonden. Vanwege dichte mist navigeerde de schipper voornamelijk via het radarsysteem, „wat zeer inspannend is en specifieke training en ervaring vereist”, aldus de Onderzoeksraad. Na dertien uur varen, naderde het schip de stuw bij Grave en voer daar vervolgens dwars doorheen en kwam zeshonderd meter verder tot stilstand. Mede door de dichte mist hadden de hulpdiensten grote moeite de volle omvang van het incident te overzien. Het bleef tot diep in de nacht onduidelijk of de lading benzeen gevaar gaf en de bemanning werd pas na drie uur geëvacueerd van het schip, constateren de onderzoekers.

Bij de afhandeling en crisisbeheersing in Grave heeft „de veelheid aan partijen in dit grensgebied van verschillende regio’s en het ontbreken van een gezamenlijk incidentbestrijdingsplan de aanpak ernstig bemoeilijkt”, aldus het rapport. „De dichte mist vormde daarbij slechts een complicerende factor.”

Na het ongeval was er enkele weken geen scheepvaart mogelijk, en woonschepen kwamen droog te liggen. Schepen moesten omvaren, veelal via Antwerpen. Bedrijven langs de route konden niet worden bevoorraad. Na enkele weken kon het waterpeil weer langzaam worden verhoogd, na de bouw van een tijdelijke dam achter de stuw.

    • Arjen Schreuder