Foto Merlijn Doomernik

Arnon Grunberg: ‘Herdenken wordt steeds ingewikkelder’

Interview Arnon Grunberg Voor Theater Na de Dam maakte Arnon Grunberg een toneelstuk over een overlever van de holocaust in het #MeToo-tijdperk.

‘Verwacht van mij geen poëtische tekst over oorlog en herdenken”, zegt schrijver Arnon Grunberg (47). Op verzoek van Theater Na de Dam schreef Grunberg een toneelstuk. Op 4 mei spelen alle grote gezelschappen het stuk in elf schouwburgen om 21.00 uur, na de Nationale Dodenherdenking.

De voorstellingen zijn een theatrale lezing en maken onderdeel uit van het Theater Na de Dam-programma met meer dan veertig voorstellingen, lezingen en muzikale optredens over heel Nederland.

Grunbergs tragikomedie heet De Tweede Wereldoorlog eindigt vandaag en gaat over een Joodse overlevende van de holocaust in het huidige #MeToo-tijdperk. Deze man, De Grote Herdenker, heeft een journaliste tijdens een interview over de holocaust onheus betast, zelfs een kind bij haar verwekt. Zij houdt het kind maar klaagt hem wel aan. Grunberg: „De Herdenker beroept zich op zijn slachtofferschap, waardoor hij zich immuun waant voor elke aantijging. Slachtoffers zijn niet heilig, hoewel die heiligheid van slachtoffers de kern vormt in alle discussies over de Tweede Wereldoorlog. Maar ook over herdenken. Voor mij is de vraag: Waarom herdenken we? Wat herdenken we en op welke manier herdenken we?”

Grunberg had na uitnodiging zijn gedachten al gevormd over dat „een overlevende van een kamp niet vanzelfsprekend een heilige is”, totdat hij de column las van NRC-cultuurjournalist Joyce Roodnat op 18 oktober vorig jaar in deze krant. #MeToo was nog pril en Roodnat beschrijft in haar column dat ze als 29-jarige journaliste de door haar bewonderde filmregisseur Claude Lanzmann in Parijs interviewt. Ze bewondert hem vanwege zijn indrukwekkende, ruim negen uur durende documentaire Shoah (1985) over de Duitse vernietigingskampen. Maar, schrijft Roodnat: „En terwijl hij sprak over Auschwitz en de manier waarop hij kampbeulen attaqueerde met een verborgen camera, zat hij me te bepotelen.”

Lees ook de column van Joyce Roodnat: #MeToo en ik zweeg uit respect voor de kunst

Grunberg: „Dat was een schok voor me. Lanzmann en zijn film Shoah vormen voor mij iconen van de holocaust, Lanzmann een ijkpunt in mijn denken en herdenken van de jodenvernietiging. En uitgerekend hij wendt zijn machtspositie aan om een jonge journaliste dusdanig te bejegenen. Wat me ook pijnlijk trof was de stilte die volgde op de column.”

Slechts ‘intieme toenadering’

In Grunbergs toneelstuk vertolken De Grote Herdenker, Journaliste, Moeder en Het Koor van de Publieke Opinie de hoofdrollen. Het stuk begint met een persconferentie waarin de Journaliste de Herdenker aanklaagt. Ze is, zoals Grunberg zegt, als „Antigone in de Griekse tragedie die niemand gelooft”. Via de omweg van #MeToo plaatst de auteur vraagtekens bij oorlogsslachtoffers als helden. Tijdens de persconferentie zegt de Journaliste: „Hij was onomstreden omdat het herdenken onomstreden was”.

Als een van de weinige hedendaagse prozaschrijvers heeft Grunberg belangstelling voor theater. Hij geeft dilemma’s vorm. Voor de toeschouwer is het bijna onmogelijk te kiezen tussen het gelijk van de Herdenker en dat van de Journaliste. „De Herdenker verwijt de Journaliste dat zij hem verraadt en zijn verleden waarin dood en verschrikking zo’n grote rol spelen bezoedelt”, licht Grunberg toe in een Amsterdams hotel. „Zij doorbreekt het laatste taboe dat een overlevende beschermt, namelijk zijn superieure lijden. Als zij hem in het openbaar aanklaagt, dan vernietigt zij zijn doden, zijn familie, zijn Joodse mede-slachtoffers. Met andere woorden: om de lieve vrede te bewaren mag zij de Herdenker om zijn seksuele daden niet belasteren. Het waren slechts ‘intieme toenaderingen’. Hij schuift gerust zijn hand steeds dieper tussen haar benen terwijl hij praat over de holocaust.”

Lees ook de column van Clarice Gargard: Wat betekenen die twee minuten echt?

De ambiguïteit van het begrip ‘slachtoffer’ boeit Grunberg. Hij vond zijn inspiratie onder meer in de boeken van Joods-Duitse schrijver en psychiater Hans Keilson: „Hij dook onder en werd verliefd op een onderduikster. Maar hij was getrouwd. Als de oorlog afgelopen zou zijn, dan is de geheime verliefdheid ook voorbij, want hij zou terugkeren naar zijn vrouw. Dus hoopte hij dat de oorlog zou voortduren.”

De Journaliste is óók een verliezer. „Ze heeft haar leven opgeofferd om waarheid en rechtvaardigheid te vinden”, zegt Grunberg. De Herdenker dringt erop aan de ‘lieve vrede’ te behouden en haar aanklacht in te trekken, maar dat weigert ze. In dit opzicht is het toneelstuk beslist niet wegwuivend over #MeToo.

Verleiding

Als werktitel koos Grunberg aanvankelijk In de verleiding. De Herdenker kwam bij het uitbreken van de oorlog in verleiding de laarzen van de Duitse soldaten ‘mooi’ te vinden. Maar hij kon niet in de verleiding komen om bij de Hitlerjugend te gaan, want hij was Jood. „Maar”, zegt Grunberg, „met de Journaliste tegenover zich raakt hij opnieuw in de verleiding. Op die manier verbind ik de Tweede Wereldoorlog die al zo lang is geleden met de recente #MeToo. In deze tijd wordt het herdenken trouwens steeds ingewikkelder: hoe langer de oorlog geleden is, des te onmogelijker is het daders van slachtoffers te onderscheiden. En juist daarop beroept de Herdenker zich: hij is slachtoffer, maar daarmee neemt de Journaliste geen genoegen.”

Hier eindigt de Tweede Wereldoorlog door Arnon Grunberg. Vrijdag 4/5 op diverse locaties. Aanvang: 21.00u. Inl: theaternadedam.nl