Recensie

Een familiesedan met 600 pk: duizelingwekkend (en zinloos)

test de BMW M5. Deze auto is een immens technische prestatie, die bovennatuurlijk goed rijdt.

BMW M5 bij Dusseldorp in Alkmaar Foto Merlijn Doomernik

De BMW M5 is een moetje. Audi had een gezinsraket met 560 pk, de RS6, en BMW moest voor de eer naar minimaal 600. Inmiddels zijn er een Audi RS6 Performance met 605 paarden en een Mercedes E-klasse AMG met 612. BMW zal snel met een performance-versie moeten komen om het evolutionair verslagen basis-ding een beetje op te peppen. Vanaf 650 pk is men weer ingedekt.

Zo worden alle auto’s moetjes. Zij een SUV, wij ook een SUV. Zij ballen, wij meer ballen. Je zou het gezonde concurrentie willen noemen, als het hier niet om seksueel prestige draaide met pk’s in plaats van centimeters: wie heeft de grootste? Wie voor die horror past, staat buitenspel. Een slaaf is vrijer dan de fabrikant is op de vrije markt. Zo ging de M5 vanaf zijn debuut in 1985 van 286 naar 315, van 315 naar 340, van 340 naar 507 en van 560 naar 600 pk; omdat het moest sinds hij het rijk niet meer alleen had. Hij sprint nu in 11,1 seconden naar 200. Een normale auto rijdt dan 100. Het is letterlijk duizelingwekkend, het lichaam kan de klappen nauwelijks aan.

Weinig stemt nadenkender dan een riante familiesedan met 600 pk. Het piekeren gaat niet over de zin, die er niet is. Men vraagt zich af: waar vindt men de gelegenheid? Ik sta in een Hollandse file achter een stokoude Nissan Micra, 55 pk. Ik kom hem met geen mogelijkheid voorbij. Dit is de werkelijkheid, ook met 600 pk.

De M5-man kan eraan ontsnappen op de Nürburgring. Tegen betaling kan hij zich een indigestie trappen op de Groene Hel. Tussen gewone jongens die in hun Golfjes en Opeltjes met moed en vaardigheid goedmaken wat ze aan vermogen missen. Hij moet ze mijlenver voorblijven om het pauperdom te verslaan met zijn technische overmacht. Na afloop mag hij, net als zij, een cisgender-sticker met een plattegrond van het circuit op de kont van zijn M5 plakken. De Micra-vrouw die in de spits op de A12 achter hem aansluit heeft geen benul wat het betekent. Jongens in gewone BMW’s gelukkig wel. Maar die denken: M5, zo kan ik het ook. Respect is nooit te koop.

Ik test zijn verbruik. Ik rijd 240 kilometer keurig met de airconditioning aan. Resultaat: 8,4 liter op 100 kilometer, bijna 1 op 12. Dat doet geen supercar hem na. Met een nog grotere hybride Lexus haalde ik hetzelfde gemiddelde.

In die auto zag ik hoe dat kan. Hij had in plaats van een toerenteller een vermogensmeter die het percentage van het gebruikte vermogen aangeeft. Dat varieerde omgerekend grofweg tussen de 75 en 130 pk. Heuvelopwaarts was het uiteraard iets meer, ook dan nog niet een derde van de beschikbare reserve; de auto had er 445. In de BMW, 1.830 kilo zwaar, had ik aan een turbodiesel met 150 pk meer dan genoeg gehad. Ook de minder extremistische modellen uit de 5-serie zitten daar ruim boven, zo overbemeten zijn ze. En dat zijn ook veel doodgewone auto’s.

Zonder risico volgas

De volgende dag doe ik het anders. Ik configureer de settings. Besturing en demping kunnen in een sport- en sport-plus-stand. Met een knop op de pook kan ik de automaat nog wreder laten schakelen. De vierwielaandrijving en de stabiliteitscontrole met de rode dodemansknop rechts op het stuur uitschakelen durf ik niet. Dan wordt het griezelig op klaverbladen die ik nu zonder enig risico volgas kan nemen. Dat doet hij bovennatuurlijk goed. Maar dat ben ik niet hè? Dat is de BMW die mij laat kunnen wat ik zelf niet kan. Wat een immense technische prestatie, deze auto.

Zou de M5-man elke ochtend die rode knop indrukken? Wat als hij na zijn zielslopende Nürburgnederlaag tot de conclusie komt dat hij net zo goed een 530d had kunnen kopen?

De M5 verzoent hem met zijn spijt. Je hoeft van die vulkaan in het vooronder niets te merken. Met alle keuzemenu’s in ‘comfort’ laat het beest zich als een schoothond rijden. Ik zet Beethoven op, het tweede deel van de sonate Op. 90 in e-klein. De pianist: Emil Gilels, een dode Rus met nul pk en een oneindig muzikaal vermogen. Zinvolle techniek ook, lyrisch kunnen. Hij schenkt mij opluchting. Mijn zachte jongenshart heeft leren vrezen in dat monster. Ik verfoei en bewonder. Gevoel en verstand zijn kapot.

    • Bas van Putten