‘Staatswiet’ nog omgeven door dilemma’s

Wietteelt Het kabinet wil experimenteren met legale wietteelt. Maar mag dat volgens het internationaal recht? En is het voor gemeenten en coffeeshophouders wel zo aantrekkelijk om mee te doen?

Bezoekers chillen op 'Cannabis Bevrijdingsdag'. Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

Door de staat gereguleerde wiet komt er. Het experiment met ‘staatswiet’ is nu in voorbereiding. Een speciale commissie, onder leiding van de Maastrichtse hoogleraar André Knotterus, bereidt het nu voor. Hij spreekt dezer dagen met betrokkenen, zoals burgemeesters, coffeeshophouders en cannabisgebruikers. Het wetsvoorstel dat de experimenten mogelijk moet maken is in de maak, maar betrokken organisaties hebben al wel hun advies kunnen geven. Zij zijn kritisch over het voorgenomen experiment. Rechters, gemeenten en coffeeshophouders hebben twijfels bij de wettelijkheid en de uitvoerbaarheid van het experiment.

Wat zijn de drie grote dilemma's rondom het experiment?

1. Het experiment mag wel/niet volgens internationaal recht

Mág experimenteren met ‘staatswiet’ wel? Juristen twijfelen erover en het ministerie zelf ook, blijkt uit de toelichting bij het wetsvoorstel. Internationale verdragen, zoals drugsverdragen van de Verenigde Naties, verbieden wietteelt en -handel. Maar, concludeerden juristen van de Nijmeegse Radboud Universiteit in 2016: het beschermen van mensenrechten als recht op leven en recht op gezondheid zou zwaarder wegen dan die verdragen. De logica is dan: gereguleerde wietteelt mág, als dat mishandelingen en moorden als gevolg van illegale wietteelt voorkomt.

Lees ook: Coffeeshophouders reageren blij op het kabinetsplan voor een experiment met legale wietteelt. Zo is er “eindelijk zicht op de achterdeur van de coffeeshop”.

Het kabinet denkt bovendien de internationale verdragen te kunnen omzeilen door het experiment af te bakenen en wetenschappelijk verantwoord te doen. De Raad voor de Rechtspraak, de organisatie van de rechterlijke macht, is niet overtuigd dat dit voldoende is. In zijn advies over de wet schrijft de Raad aan verantwoordelijk minister van Justitie en Veiligheid Ferdinand Grapperhaus (CDA) rechtszaken te verwachten van mensen en organisaties die nadeel ondervinden van het experiment. Zij kunnen, verwacht de Raad, de internationale wettelijkheid van de experimenten aan de rechter voorleggen als een manier om hun gelijk te halen.

2. Het experiment duurt minstens/maximaal vier jaar

Het experiment zal naar waarschijnlijkheid in 2019 beginnen en in 2023 stoppen. Dat staat al vast: het experiment duurt vier jaar. Maar wie wil investeren in wietteelt als vooraf vastligt dat het na vier jaar weer over is, vraagt burgemeester Paul Depla van Breda zich af. Het „abrupte einde” van het experiment is „een serieuze belemmering voor telers, coffeeshops en gemeenten om deel te nemen”, schrijft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in haar wetsgevingsadvies aan Grapperhaus. „Bedrijven moeten investeren en hebben te maken met aanloopverliezen”, verwacht VNG. De „businesscase” voor wietteelt is daarom „oninteressant”. Dat vindt ook Bart Vollenberg, eigenaar van coffeeshops in Almere en Lelystad. „Je moet de liefhebber kunnen verleiden om mee te doen”, zegt hij. „Het schiet niet op als je moet zeggen: ‘Joh, je bent dertig jaar niet gepakt en nou mag je meedoen, maar over vier jaar mag het niet meer’”. Gemeenten en coffeeshophouders willen daarom dat het experiment na vier jaar door kán gaan als het succesvol blijkt. Depla: „De kans van slagen van het experiment wordt anders wel klein.”

3. Er komt één/er komen meerdere experimenten

Grootste dilemma is de ‘uniformiteit’. Het kabinet wil dat er één experiment komt, in zes tot tien (middel)grote gemeenten. „Daardoor hebben we na het experiment een landelijk beeld”, zegt D66-Kamerlid Vera Bergkamp. Dat is volgens haar beter dan verschillende experimenten doen. „Want dan heb je allerlei verschillende, lokale uitslagen, maar niet één landelijke conclusie.”

Maar gemeenten willen juist wél meer ruimte om experimenten aan te passen aan de lokale situatie. „De problemen in Amsterdam zijn anders dan in Zwijndrecht, dus vragen ook om een ander experiment”, zegt burgemeester Depla van Breda. Zo wil de gemeente Utrecht bijvoorbeeld ‘social cannabis clubs’, waarbij wiet geteeld wordt voor leden van een ‘club’. Heerlen wilde samen met zeven andere Limburgse gemeenten één bedrijf de teelt en toelevering naar coffeeshops laten regelen. Dat plan is met de voorgestelde regels voor dit experiment onmogelijk, zegt een woordvoerder van de gemeente. Juist in grensregio’s moeten gemeenten andere experimenten kunnen doen dan in steden waar minder buitenlandse klanten komen, vindt zij. VNG vreest, blijkt uit haar advies aan Grapperhaus, dat de kans van slagen van lokale experimenten afneemt als er niet genoeg diversiteit is.

Een ander dilemma: wat voor soorten wiet worden er geteeld en verkocht? Het plan is om de teelt en verkoop van één soort cannabis te reguleren. Coffeeshops die meedoen aan het experiment mogen dan alleen dát type verkopen. Dat werkt de zwarte markt in de hand, verwacht de Flevolandse coffeeshophouder Vollenberg. „Er zijn duizenden soorten wiet. De consument gebruikt cannabis voor het effect. 48 procent van de mensen die ook in de coffeeshop komt, koopt ook op de zwarte markt. Onze zorg is dat die zwarte marktnog groter wordt als straks in de coffeeshops met legale wiet maar een beperkt assortiment is. Dan nemen de thuisdealers met scooters de markt over.” Dat er maar één soort cannabis verkocht mag worden, maakt het volgens hem ook onaantrekkelijker voor coffeeshops om mee te doen aan het experiment.

Voor de zomer moet de wet die het experiment mogelijk gaat maken naar de Tweede Kamer. Het experiment moet dan volgend jaar beginnen. Momenteel praat de commissie die het experiment gaat begeleiden met betrokkenen en belanghebbenden. De Bredase burgemeester Depla: „We moeten gebruik maken van hun deskundigheid, en ervoor waken dat de commissie door politici misbruikt wordt om hun eigen standpunt bevestigd te krijgen.”

De grootste vrees van betrokkenen bij het experiment: dat het experiment zó dichtgetimmerd wordt, en er zó weinig ruimte is om lokaal te experimenteren, dat er dan na vier jaar maar één conclusie mogelijk is. Depla: „Ik weet niet of het nog de moeite is als er maar één experiment uitgevoerd mag worden.”

Lees ook De top van het ministerie van Justitie en Veiligheid liet ‘onafhankelijke’ rapporten over het coffeeshopbeleid aanpassen
    • Marcel Haenen
    • Mark Lievisse Adriaanse