Snapshots van Robert Kennedy’s dodentrein

Rein Jelle Terpstra

Fotograaf Rein Jelle Terpstra zocht in de VS stad en land af naar amateurfoto’s van Robert Kennedy’s begrafenistrein. De tweehonderd beelden die hij verzamelde, zijn nu gebundeld in een indrukwekkend fotoboek.

De een herinnert zich vooral de zware warmte die in de lucht hing. De ander weet nog hoe lang het wachten duurde, op de trein die almaar vertraagd was maar uiteindelijk toch kwam. Honderdduizenden mensen hadden zich op zaterdag 8 juni 1968, drie dagen na de moordaanslag in Los Angeles, verzameld langs de spoorrails om de laatste eer te bewijzen aan Robert F. Kennedy, wiens stoffelijk overschot per trein vervoerd werd van New York City naar Washington D.C. om naast dat van zijn broer John begraven te worden. Velen van hen weten nog precies hoe ze zich voelden toen de ‘funeral train’ voorbij reed.

Deborah Kendrick was vijftien jaar en liet die dag gaatjes in haar oren prikken. „Samen met de juwelier liepen we via hun achteruitgang naar het spoor om de trein voorbij te zien rijden. Ik herinner me alleen dat alles zo stil was en dat iedereen daar zo plechtig was.”

Milford Sprecher, Elkton, Maryland

Deanna Anderson sprong met blote voeten bij haar vader in de auto om de trein te kunnen zien. „We liepen over een stekelig, niet onderhouden veld met lang gras voordat we bij de rails waren, en ik sneed mijn voeten. Het was het waard.”

En Albert Collier zal nooit vergeten hoe zijn moeder achter de trein aanrende en zwaaide naar Ted Kennedy, de jongste broer van de vermoorde presidentskandidaat, die op het achterbalkon van de laatste wagon stond. „Ze struikelde en viel, maar terwijl het bloed langs haar benen en de tranen over haar wangen stroomden, bleef ze maar zwaaien naar Ted.”

Vaders salueerden, moeders hielden hun hand tegen hun hart. Kinderen legden muntjes op de rails als aandenken aan deze historische dag. En er werden foto’s en filmpjes gemaakt. Niet zoveel als er nu, in het digitale tijdperk, zouden worden geschoten. Maar toch, ze zijn er nog: de kiekjes die amateurfotografen schoten met hun Kodak-toestellen en de schokkerige filmpjes die ze maakten met hun 8mm-camera’s. Ze lagen in oude familiealbums op zolder, of in dozen die waren weggestopt in opslagruimtes – een versnipperd tijdsbeeld dat verspreid was over talloze Amerikaanse huizen in talloze Amerikaanse dorpjes.

Dat veel van deze beelden nu bijeen zijn gebracht in een indrukwekkend fotoboek en een tentoonstelling in het San Francisco Museum of Modern Art, is te danken aan de Nederlandse kunstenaar Rein Jelle Terpstra (1960). De afgelopen vier jaar heeft hij stad en land afgezocht naar amateurbeelden van Kennedy’s begrafenistrein. Hij was het die bovenstaande getuigenissen optekende, na huis aan huis te hebben aangeklopt in dorpjes als Elkton, Maryland of Newport, Delaware. En hij monteerde de amateurbeelden tot een film waarvan de korte versie vrijdag gepresenteerd wordt in filmmuseum Eye.

Ook in de kunstwereld was 1968 een jaar van chaos en oproer. Kunstenaars zetten zich af tegen de gevestigde orde open en hadden nieuwe, drastische opvattingen over wat een kunstwerk zijn kon.

Magnum-fotograaf

In zijn Amsterdamse atelier toont Terpstra het inmiddels stukgelezen boek waarmee het allemaal begon: RFK van de Amerikaanse Magnum-fotograaf Paul Fusco, dat in 2008 verscheen. Fusco was in 1968 in opdracht van het tijdschrift Look meegereisd op de trein en had gedurende de acht uur die de reis duurde zo’n duizend foto’s geschoten. Met zijn twee Leica’s en zijn Nikon focuste Fusco op de omstanders: blank en zwart, arm en rijk, jong en oud – allemaal bevroren in een dromerige pose, omhoogkijkend naar de trein, met op de achtergrond het voorbij vliedende, meestal onscherpe Amerikaanse landschap. In heel Amerika mocht de revolutie zijn uitgebroken, op de foto’s van Fusco heerst vaak een serene rust.

Phil Marl, Middlesex, Maryland

Terpstra zag Fusco’s fotoserie in 2010 in het Uitvaart Museum in Amsterdam en kreeg het boek op zijn verjaardag cadeau. „Heel toepasselijk, op de 4th of July.” Het viel hem op dat veel van de mensen op Fusco’s foto’s zelf ook camera’s in hun hand hielden. Er moest teruggeschoten zijn. Zo kwam Terpstra op het idee om op zoek te gaan naar dat ‘omgekeerde perspectief’. De blik van Fusco was er één geweest, er moest ook een tegenblik te vinden zijn.

Wat hem fascineerde, zegt Terpstra, is dat toen Robert Kennedy werd vermoord, er blijkbaar iemand op het idee was gekomen om een funeral train te laten rijden. „Ik denk dat er een iconisch beeld gecreëerd moest worden om in de hoofden van de mensen te prenten. Maar het tegenovergestelde gebeurde: buiten de toeschouwers die die dag langs het spoor stonden, weten weinig mensen hoe die trein eruitzag. Toen ik bij aanvang van dit project ging googelen op ‘funeral train’, kwam er geen enkel plaatje naar boven, alleen die foto’s van Fusco. Wij kennen die trein dus alleen maar via de gezichtsuitdrukkingen van de mensen die ernaar gekeken hebben. Dat is de tegenblik.”

Toch twijfelde Terpstra er geen moment aan dat die beelden van de begrafenistrein er moesten zijn. „Robert Kennedy was een populaire politicus, een man van het volk. Mensen waren idolaat van hem, hij vertegenwoordigde heel veel: hoop, verwachtingen. Bovendien werd fotografie in de jaren zestig steeds populairder. Een camera was in 1968 gemeengoed aan het worden.”

Barbara Trimblett, Iselin, New Jersey

Maar toen Terpstra eind 2014 zijn handen vrij had om naar die beelden op zoek te gaan, bleek de opbrengst karig. „Ik dacht dat er vast instituten zouden zijn die die amateurbeelden verzameld hadden. Dus heb ik naar archieven, bibliotheken en historische verenigingen gemaild om te vragen of ze iets hadden liggen. Maar ze hadden niks en wisten ook niet zo goed waar ik het over had. Het was echt een onontgonnen gebied. Toen besefte ik dat ik zelf het veldwerk moest gaan doen.”

Terpstra deed oproepen via sociale media, zette advertenties in lokale kranten en schreef plaatselijke genootschappen aan. „Zo heb ik de eerste contacten kunnen leggen. Vervolgens ben ik zelf naar Amerika gegaan, heb een auto gehuurd en ben naar de dorpjes en stadjes langs de treinroute gereden. Ik heb op stationnetjes rondgehangen, mensen aangesproken, op deuren geklopt.” Begin 2015 druppelden de eerste foto’s binnen. „Maar de hoeveelheid werk die eraan voorafging, was ongekend. Van de tweehonderd pogingen was er gemiddeld maar eentje raak.”

Phil Marl, Middlesex, Maryland

De doorbraak kwam in het stadje Elkton, dat om die reden in het boek opvallend goed vertegenwoordigd is. Daar zag Terpstra per toeval een aankondiging van de bowlingbaan: ‘maandagochtend senior bowling’. „Het was zondag, dus heb ik een motelkamer geboekt en ben de volgende ochtend gaan kijken. Een oude dame gaf mij de tip om met de plaatselijke historicus te gaan praten. Die was er binnen een half uur met een journalist van de Cecil Whig, een van de oudste kranten van het land. Op de parkeerplaats voor de bowlingbaan ben ik geïnterviewd. Vanuit de kofferbak kon ik al wat foto’s laten zien die ik verzameld had. Ik sta op de foto met een filmspoel die ik twee dagen eerder had gevonden bij een hoarder, in een volkomen onbewoonbaar huis. Op dat interview reageerden ook weer mensen. Zo begon het project langzaam vorm te krijgen.”

Uit de serie RFK Funeral Train.
Foto Paul Fusco
Uit de serie RFK Funeral Train.
Foto Paul Fusco

Tijdlijn van een treinreis

In totaal heeft hij nu zo’n tweehonderd foto’s van de trein ontvangen, en zes filmpjes. In het boek zijn die beelden en filmstills in chronologische volgorde afgedrukt, met een indicatie van het tijdstip en de plek waarop ze gemaakt zijn. „Ik heb dit boek opgevat als een tijdlijn van de treinreis”, zegt Terpstra. „Via archieven en oude kranten heb ik kunnen reconstrueren wanneer de vier uur vertraagde trein langs welke stadjes kwam. Hij is om 1:05 vertrokken vanuit Penn Station in New York en via de tunnel onder de Hudson naar Newark gereden. Vanaf daar stonden er mensen langs de spoorlijn en vanaf dat moment is Fusco waarschijnlijk ook begonnen met fotograferen.”

Annie Ingram, Elkton, Maryland

Op sommige foto’s is een glimp van de doodskist te ontwaren, bedekt onder een Amerikaanse vlag. Ernaast zit Robert Kennedy’s gesluierde weduwe Ethel, zwanger van hun elfde kind. Op het achterbalkon, gedecoreerd met rouwkransen, zijn silhouetten van mensen te zien. Beveiligers waarschijnlijk, en leden van de familie. Fotograaf Paul Fusco heeft Terpstra nog op geen van de foto’s kunnen ontdekken. Hij moet vooral aan de westkant van de trein hebben gestaan, denkt Terpstra. „Afgaande op de beelden die ik heb binnengekregen, zijn de meeste toeschouwers aan de noordwestkant gaan staan, met de zon in de rug. Ik denk dat die amateurfotografen toch de beste positie hebben gekozen. Fusco heeft, denk ik, daarom veel tegen de zon in gefotografeerd.”

Heeft hij een gemene deler in de foto’s kunnen ontdekken? „Het zijn zeer uiteenlopende beelden”, zegt Terpstra. „Het is een soort typologie van hoe een trein gefotografeerd kan worden.” Wat hem wel opviel, is dat er twee manieren zijn waarop de gebeurtenis is vastgelegd. „De ene gaat over iets winnen en de ander over iets verliezen. Waar gewonnen wordt, is bij de betere amateurfotografen. Dat zijn de trainspotters die met hun goede apparatuur langs de kant staan, met een statief, precies bij de juiste bocht. Zij komen thuis met een trofee. Maar op andere beelden denk ik verlies te zien. Dan is er nog net geprobeerd om iets vast te houden, een glimp van de trein, maar ook van een tijdperk, een gevoel van hoop dat toch lijkt te ontsnappen.”

Eigenlijk, zegt Terpstra, heeft alles wat hij tot nu toe heeft gedaan, geleid naar dit treinproject. De fotoseries die hij eerder maakte over herinnering, waarneming en geheugen (zoals Nabeelden en Retracing), zijn immense verzameling amateurfoto’s – hij ziet ze nu als de bouwstenen voor dit kunstwerk. Het kostte hem vier jaar om alle puzzelstukjes in elkaar te passen en zo die treurige, zonnige junidag in 1968 te kunnen reconstrueren. Maar het is hem gelukt. „Ik hoop dat al die individuele herinneringen nu samen weer een collectieve herinnering gaan vormen.”