Opinie

Plan voor minder grazers kan niet zonder de kogel

Er is een nieuw beheersplan voor de Oostvaardersplassen. De vraag naar draagvlak blijft, schrijven en

Heckrunderen in de Oostvaardersplassen, door geboortes groeit de populatie elk jaar twintig procent Foto Rien Zilvold

Dat in de Oostvaardersplassen drieduizend grote grazers „de hongerdood [zijn] gestorven, kan niet in een beschaafd land als Nederland”, zei een van de actievoerders tegen het beleid van Staatsbosbeheer deze maand tegen de NOS.

Gezien de opgelopen emoties rond het beheer van heckrunderen, edelherten en konikpaarden, is de conclusie van de Commissie Van Geel niet verrassend: er is een reset nodig. Het aantal grote grazers in de Oostvaardersplassen (OVP) moet drastisch worden verkleind, door afschot van edelherten en door konikpaarden elders onder te brengen. Voor de jaren erna stelt Van Geel voor om het aantal grazers te beperken tot maximaal 1.500. Daartoe moeten echter jaarlijks zo’n 300 deels gezonde dieren worden afgeschoten of afgevoerd, iets waarover het rapport-Van Geel minder duidelijk is.

Dat meer dan de helft van de grazers deze winter stierf lijkt misschien excessief, maar is niet ongebruikelijk. Bij een grote sterftegolf bezwijken met name jonge dieren. Dit slaat een gat in de leeftijdsopbouw van de populatie en leidt uiteindelijk tot een golfbeweging in zowel het geboorte- als het sterftecijfer. Zo ontstaat dynamiek in het aantal dieren waarbij jaren met lage sterfte (minder dan 10 procent) worden afgewisseld door een jaar met hoge sterfte (meer dan 35 procent). Door zachte winters kan zo’n grote sterftegolf een tijdje uitblijven, maar uiteindelijk komt deze een keer.

Commentaar: Het sterven van de grote grazers is niet natuurlijk

Onderliggend probleem is dat de populatie grote grazers in de OVP door geboortes toeneemt met ongeveer 20 procent per jaar. In 2017 groeide hun aantal zelfs met 30 procent: van minder dan 4.000 tot meer dan 5.200. Om hun aantal constant te houden moet elk jaar dan ook eenvijfde van de populatie sterven. Omdat grazers gemiddeld lang leven – zo’n 20 jaar – is ouderdomssterfte alleen nooit genoeg. Sterfte door roofdieren is ook uitgesloten; daarvoor is het gebied te klein en de aanwezigheid van de wolf wordt in Nederland niet breed geaccepteerd.

Gevangen bizons

Het probleem – veel geboortes maken hoge sterfte nodig – zou overigens niet veranderen als de OVP groter waren of verbonden met andere gebieden zoals de Veluwe. Hetzelfde verschijnsel doet zich ook voor bij de herten in het veel grotere Theodore Roosevelt State Park in de Amerikaanse staat North Dakota. En in de grote staatsnatuurparken van South Dakota worden elk jaar op grote schaal bizons bijeengedreven, gevangen en verkocht, om zo de populatie in toom te houden. Een deel van de verkochte bizons gaat naar andere parken, het grootste deel wordt verkocht voor het vlees.

De enige manier om te voorkomen dat bij de vrij rondzwervende grote grazers in de OVP regelmatig grote aantallen dieren sterven, is het verlagen van de voortplantingscapaciteit. In het Sheldon National Wildlife Refuge in Nevada is geboortebeperking met succes toegepast om de aantallen wilde paarden te reguleren.

Daar werd elk jaar een kwart gesteriliseerd; meer dan 1.800 in vier jaar tijd. Daardoor daalde het geboortecijfer van ruim 20 tot minder dan vier veulens per 100 volwassen dieren. Deze aanpak is echter voor edelherten in de OVP onuitvoerbaar, concludeeert de Commissie Van Geel terecht.

Zodoende blijven er weinig opties over, waartussen het moeilijk kiezen is. Eén mogelijkheid is om alle grote grazers uit de OVP weg te halen. Het risico is dat het gebied dan dichtgroeit met gevolgen voor andere diersoorten. Bijvoeren is feitelijk geen optie: de populatie groeit dan verder en de problemen van overbegrazing en voedseltekort in de winter – directe aanleiding voor de huidige sterfte – zullen alleen maar groter worden.

Er is dus alleen iets te kiezen over de manier waarop ze sterven: door verhongering of afschot, eventueel gevolgd door verkoop van het vlees.

‘Vroeg-reactief’ beheer

De keuze is gevallen op afschot door ‘vroeg-reactief’ beheer – dus niet alleen in de winter – om zo de populatie tot 1.500 individuen te beperken, een rijke natuur te realiseren en onnodig lijden te voorkomen. Dat is vergelijkbaar met de Veluwe, waar de populaties wilde zwijnen en herten worden uitgedund. Het is geen onlogische uitkomst, die echter ook duidelijk maakt dat ‘natuur’ in Nederland niet kan zonder intensief beheer.

Lees ook: Volgens PvdD verandert gebied in ‘ordinaire schiettent’

Elk leven begint met een geboorte. Over het algemeen vertedert dat ons. Maar het eindigt onherroepelijk met de dood. Dat grazers veel nakomelingen produceren zit in hun aard, en maakt veel sterfte onontkoombaar. Als geboortebeperking onmogelijk is, en sterfte door natuurlijke oorzaken maatschappelijk niet acceptabel, is het preventief afschieten van deels gezonde dieren de enige optie.

De vraag blijft intussen of het jaarlijks afschieten van honderden dieren om het voorgestelde maximum van 1.500 grote grazers te bereiken wel het beoogde maatschappelijk draagvlak zal hebben.

Luister ook naar deze aflevering van onze wetenschapspodcast Onbehaarde Apen, over de commotie rond de Oostvaardersplassen.
U kunt zich ook abonneren via iTunes, Stitcher, Spotify of RSS.